Aanstekelijke roadmovie dwars door de wilde stadsnatuur

Zo kan het dus ook: een aantrekkelijke natuurfilm maken met weinig middelen.

Scholeksters broeden op de Zuidas. beelden uit besproken film

Met het vogelperspectief van de stadsduif kijken we van grote hoogte naar Amsterdam. In de diepte prijken torens en rode pannendaken, zien we hoe grachten de dichte bebouwing doorsnijden. Aan de rand van het blikveld valt de hoogbouw van de Zuidas op. En overal het groen van bomen en tuinen. Dan zegt de voice-over: „Midden in de drukte barst het van de natuur.”

Een seconde later duiken we onder in het stadsgrachtwater en daar wemelt het van kruipend en zwemmend watergedierte. Wat een rijkdom, wat een leven – en dat tussen al die bewoners, trams, fietsers, denderende vrachtwagens, schepen. De documentaire Amsterdam Wildlife van stadsecoloog Martin Melchers en presentatrice Merel Westrik is een ode aan de stad als plek van wildernis.

Hoofdstedelijk stadsecoloog Martin Melchers is al decennialang pleitbezorger van de wilde natuur. De documentaire straalt van zijn enthousiasme. Hij kruipt in een vossenburcht en filmt, samen met Westrik en Suzanne Blonk, spelende jonge vossen. Hij klimt op een grinddak in een industrieterrein. Daar broeden visdieven, scholeksters en kokmeeuwen, ver van de zee, in het hart van menselijke bedrijvigheid.

Hartbrekend mooi zijn de beelden van jonge visdiefjes die bedelen bij hun ouders om een spierinkje. In het water van het IJ en in de stadsgrachten leven de Chinese wolhandkrab, rode Amerikaanse rivierkreeft, zwartbekgrondel en trompetkalkkokerworm. Melchers vertelt aanstekelijk, varend over het IJ, over de verbinding tussen Amsterdam en de verre wijde wereld, van de Kaspische Zee tot Thailand. Terecht is Melchers genereus jegens exoten, ook al zouden ze ‘onze’ Nederlandse soorten bedreigen. „Ze horen er allemaal bij”, is zijn ontwapenende stelling.

In de wilde stadsnatuur mag de slechtvalk niet ontbreken, de snelste roofvogel ter wereld. We volgen een kenner die de 100 meter hoge vuilverbrandingstoren in het westelijk havengebied beklimt en de jonge vogels ringt. Ondertussen zorgen componisten John van der Veer en gastmuzikant Niek Melchers voor sfeervolle begeleidende muziek, een beetje Ry Cooder-achtig met slidegitaar, zodat het is alsof we in een roadmovie door de stad trekken. Opeens duikt Melchers op in de Afrikahaven, op zoek naar de geschikte plaats om de camera te plaatsen bij een ijsvogelnest. Het gaat enkele keren mis, de ijsvogel vliegt erlangs. Opeens is het raak en bewonderen we dit juweel met zijn roestrode borst en iriserend-blauwe rug. Wat een vrolijke vogelenergie, en dat in een haven met reusachtige schepen op armlengte afstand.

De film kent nauwelijks opsmuk. Sommige beelden zijn fijn rommelig, we zien de makers ploeteren, een enkel shot is te lang en andere shots zijn flitsend kort. Ik miste ook wel echte stadsvogels als de gierzwaluw en spreeuw. Ook de sperwer laat zich helaas niet zien, misschien wel de allerwoeste stadsbewoner. En waar is de bedreigde huismus? Het is begrijpelijk dat Melchers en Westrik uitsluitend de triomf van het stadse wildleven laten zien, maar af en toe een kritische kanttekening had de documentaire meer puntigheid gegeven. Dat neemt niet weg dat de bevlogenheid aanstekelijk werkt. Amsterdam Wildlife is de tegenpool van het recente, groots opgezette Holland - Natuur in de delta. De Amsterdamse variant, gemaakt met zeer bescheiden budget, laat op eerlijke wijze óók het gesteggel achter de schermen zien. Dat is me zeer dierbaar.

Melchers verklaart zelfs zijn voorliefde voor de natuur als theater. Staand bij Carré vergelijkt hij Amsterdam met een „24-uurs voorstelling met telkens andere spelers. Van eksters en vossen overdag tot vleermuizen, uilen en ratten ’s nachts.” Deze scènes uit dit wilde natuurleven hartje stad kennen geen begin of einde: dag en nacht gaat het door. Diep in de nacht kunt u zomaar de wolhandkrab tegenkomen die over dichte sluisdeuren klimt en de straat opgaat.