Zuid-Afrikaanse student is woest

Protesten uit onvrede met verhoging van het collegegeld verdelen universiteiten nu langs breuklijnen uit de apartheidstijd. De echte onderwijscrisis in het land begint al op de lagere school.

Studentenprotest voor het hoofdkwartier van regeringspartij ANC in Johannesburg, vorige maand.

Rinkelend glas overstemt het geroezemoes van studenten op de campus van de Universiteit van de West-Kaap (UWC). De glaszetter hakt de randen weg van ingetrapte ruiten. Muren van omliggende gebouwen zijn zwartgeblakerd. De verwoede pogingen van studenten om ze in brand te steken, konden maar net worden afgewend. Binnen ligt alles overhoop.

Om het studentenprotest te bezweren beloofde president Zuma dat het collegegeld niet wordt verhoogd. De crisis kan niet worden bezworen met één simpele belofte. De woede gaat intussen over veel meer. „Het geweld is een uiting van al onze frustraties”, zegt Akhona Landu, voorzitter van de studentenraad van de UWC.

Kille cijfers tonen de ware crisis in het Zuid-Afrikaanse onderwijssysteem. Van de miljoen kinderen die elk jaar op school komen, haalt de helft zijn diploma. In de armste provincies staan scholen waar geen enkele leerling slaagt. In de Oost-Kaap moeten leerlingen boeken en lessenaars delen, lessen worden stilgelegd als het buiten regent. Slechts 18 procent van de Zuid-Afrikaanse studenten tussen 18 en 24 jaar zit op de universiteit. Bijna de helft van hen is na het eerste jaar weg. Dat zijn de gebroken dromen van de jeugd die opgroeit in de wetenschap dat de helft van de jongeren onder de 24 geen baan kan vinden.

Het is niet verwonderlijk dat op een universiteit als de UWC, weggestopt achter de krotten van de Kaapse Vlakte, het geweld zo veel langer doorgaat dan op de beroemdste universiteiten van het land: Witwatersrand en UCT in Kaapstad. De protesten hebben de oude breuklijnen blootgelegd. Witwatersrand en UCT zijn de elitaire universiteiten, de beste van heel Afrika. Sinds 1994 zijn ze niet alleen voor blanken, maar verschillen verdwijnen niet door zwarte studenten toe te laten.

Het bestuur van de UWC deed de afgelopen weken tal van beloften om het geweld te sussen: een voornemen om bij de regering te pleiten voor gratis onderwijs, een einde aan het uitbesteden van activiteiten als de schoonmaak en het transport van studenten. Het was allemaal niet genoeg. De fik ging erin. De woede is niet te stelpen.

Met de deur dicht in zijn kantoor zegt de woordvoerder van de universiteit dat het lastig discussiëren is met zo veel emotie. De president kan beloven de collegegelden niet te verhogen, maar waar moet het geld dan vandaan komen, vraagt Luthando Tyhalibongo.

„Ons collegegeld is al half zo hoog als dat van de UCT. Van onze alumni hoeven hoeven we geen donaties te verwachten, de UCT kan wel rekenen op oud-studenten. Onze afgestudeerden moeten familie onderhouden.”

Rond de eeuwwisseling was de universiteit zo goed als bankroet, het gevolg van wanbestuur en de wens het collegegeld zo laag te houden dat ook arme gezinnen van het platteland hun kinderen konden laten studeren. Tyhalibongo: „We deden de schoonmaak zelf. Daar gingen we aan onderdoor.”

De kloof werd zichtbaar toen studenten van oude zwarte universiteiten studenten van de Witwatersrand met stenen bekogelden bij een protest in Pretoria. „Pas toen het geweld zich tegen ons richtte, werden we wakker”, zegt de zwarte Panashe Chigumadzi, schrijfster en student aan de Witwatersrand. Ze schreef vlammende speeches en een boek tegen racisme en ‘white privilege’. Maar ze erkent dat ze zelf behoort tot de geprivilegieerden onder de studenten.

„Ze hebben groot gelijk als ze stenen naar ons gooien. Niemand kan deze roep om solidariteit negeren. De revolutie moet van binnenuit komen.”

Lees ook: Zuma vreest de studenten en buigt