Zestig procent gemeenten mist pgb-deadline

Foto ANP

Zestig procent van de Nederlandse gemeenten heeft nog niet alle informatie aangeleverd die de Sociale Verzekeringsbank (SVB) nodig heeft om persoonsgebonden budgetten voor 2016 te betalen aan zorgverleners. De deadline daarvoor lag op 1 november. Veel zorgverleners dreigen daardoor, net als dit jaar, te laat of helemaal niet betaald te worden. Dit blijkt uit een voortgangskaart die vanavond is verzonden aan gemeenten en een brief die staatssecretaris Van Rijn (PvdA, Zorg) donderdagavond aan de Tweede Kamer stuurde. Van Rijn werd vorige week geïnformeerd over de haperende voortgang. Volgens Van Rijn gaat het in totaal om circa 30.000 budgethouders voor wie nog onvoldoende gegevens zijn verwerkt.

Organisatie veranderd

Persoonsgebonden budget is geld dat gehandicapte of langdurig zieke mensen krijgen van de overheid. Ze kunnen daarmee zorgverleners zelf betalen en medische hulpmiddelen inkopen. Sinds 1 januari is de organisatie van de pgb’s veranderd. Mensen krijgen niet meer vooraf geld om zorg in te kopen, maar hulpverleners worden achteraf betaald. Gemeenten zijn sindsdien verantwoordelijk voor de pgb’s van zo’n 145.000 mensen; zij beslissen wie in aanmerking komt voor pgb, en voor welk bedrag.

Die verandering leidde dit jaar tot enorme opstoppingen in het systeem, waardoor duizenden hulpverleners op hun geld moesten wachten. In schrijnende gevallen kregen patiënten geen zorg, omdat hun hulpverlener niet betaald kon worden. De situatie werd bekend als de ‘pgb-chaos’. Staatssecretaris Van Rijn bood keer op keer zijn excuses aan en overleefde vijf felle debatten over de kwestie, onder meer door talloze verbeteringen door te voeren en ‘ketenregisseurs’ te benoemen die de kar vlot moesten trekken.

Nog niet alles verzonden

Om nieuwe chaos te voorkomen, moesten gemeenten voor 1 november de zogenoemde ‘toekenningsberichten’ voor pgb-uitkeringen hebben verstuurd aan uitkeringsinstantie SVB. Dit is de melding dat de gemeente akkoord is met de aangevraagde zorg van een patiënt. Voor de SVB is dit het signaal om geld uit te keren aan de zorgverleners die de patiënt heeft ingehuurd. Zonder dit bericht van de gemeente kan de SVB niet zomaar geld uitkeren.

Uit de kaart voor ambtenaren blijkt dat, een halve maand na het verstrijken van de deadline, meer dan de helft van de gemeenten nog niet alle documenten heeft verzonden die de SVB verwacht. Op de kaart zijn drie categorieën te onderscheiden: gemeenten die hun zaken op orde hebben, gemeenten die slechts voor een deel van de pgb-houders de akkoorden hebben verzonden en de deadline dus misten, en gemeenten die nog niet of nauwelijks gegevens verstuurden aan de uitkeringsinstantie. In de laatste categorie vallen 79 van de bijna 400 Nederlandse gemeenten; zij hebben voor minder dan de helft van alle pgb-houders de juiste papieren ingeleverd. De SVB maakt zich vooral grote zorgen over de uitbetalingen binnen deze gemeenten. Het gaat om onder meer Alkmaar, Heerenveen, Leeuwarden en Lelystad.

Klik hier voor de interactieve voortgangskaart.

Hoe komen de cijfers tot stand?

De SVB weet hoeveel mensen dit jaar recht hadden op een pgb. Wanneer de instantie voor precies hetzelfde aantal mensen een toekenningsbeschikking voor 2016 ontvangt, dan heeft de gemeente 100 procent van de beschikkingen ingeleverd.

In de praktijk zijn gemeenten strenger geworden met het toekennen van pgb’s. Er zullen in 2016 minder pgb-houders zijn. De SVB krijgt dus van gemeenten ook minder toekenningsbeschikkingen ingestuurd.

De gemeente Utrecht bijvoorbeeld kent volgend jaar 8,4 procent minder pgb’s toe dan in 2015. Dat betekent dat er ook minder toekenningsbeschikkingen worden verzonden aan de SVB. Utrecht stuurde voor ruim 96 procent van de mensen die vorig jaar een pgb hadden de stukken voor 2016 in.

Doordat er in Utrecht minder mensen een pgb krijgen, heeft Utrecht nu voor alle nieuwe pgb-houders de juiste stukken ingeleverd. De stad hoort bij de 157 gemeenten die hun zaken op orde hebben, omdat het 80 tot 100 procent van de beschikkingen instuurde.

79 gemeenten verzonden minder dan 50 procent van de beschikkingen. Deze groep beschouwt de SVB als risicogroep. 157 andere gemeenten verzonden 50 tot 79 procent van de beschikkingen: zij zijn aan het werk, maar misten de deadline.