Snuit je neus en zing

Kunst is oersterk. Madonna. Tomoko Mukaiyama. ‘Blackfish’.

Madonna vluchtte niet Europa uit, zij niet. Ze gaf daags na de aanslagen in Parijs haar show in Stockholm, zoals gepland. En daar speechte ze, het is te zien op YouTube: ze treurde om de slachtoffers in Parijs. Ze gebood haar publiek om zich niet lam te laten slaan. Ze snoot haar neus en provoceerde iedere malloot die andermans dansen en zingen niet verdraagt met een spetterende vertolking van Like a Prayer.

Zo doen de kunsten dat. Daarin zijn ze niet te verslaan en dat weten de ideologen van autoritaire en terroristische bewegingen. Daarom leggen die de kunst aan banden en attaqueren ze de cultuur die eruit voortvloeit: het concert, het café, het stadion.

Ik onderga de kracht van de kunsten in EYE, het Amsterdamse filmmuseum, waar de pianiste Tomoko Mukaiyama haar Multus #2: Dance on piano vertolkt, samen met Gerard Bouwhuis. Het is meer dan een concert. Het is een performance die het publiek hypnotiseert. Muziek uit twee vleugels en filmbeelden over 32 kleine schermen plus dat ene grote, vlinderen de zaal in. Het begint met John Cage: zicht en gehoor, hart en geest worden direct gemobiliseerd. En dan moet die donderende Sacre du printemps nog komen.

De killers in Le Bataclan aan de boulevard Voltaire (de vader van de Verlichting, hoe krijgt de werkelijkheid het voor elkaar) hebben vóór hun heilig omleggen van concertbezoekers geluisterd naar de band die daar optrad. Ze sloten zich ervoor af, ze wilden het niet. Die muziek en dat publiek moesten weg, dood, kapot, en zo geschiedde. Maar toch. Uit getuigenissen uit IS-land blijkt steevast dat het daar barst van de afnemers van de pop- en filmindustrie. Ze kunnen niet zonder, kijk maar naar hun heroïek (Scarface, Schwarzenegger) en battledress (met een vleugje ninja). Hollywood mag stinken maar het is onweerstaanbaar. Zelfs wat betreft het machismo van Arabische mannenkleding was Hollywood eerst, zie Valentino als The Sheik of Omar Sharif in Lawrence of Arabia. Niet de minste films, integendeel. Kleine observatie, schrale troost, maar toch. Op de een of andere manier doet het deugd.

Dankzij de kunst viel er vorige week ook iets goeds te melden. Attractiepark Seaworld kondigde aan af te zien van de shows met gedresseerde orka’s. Zedig zeggen ze op hun site dat ze in 2017 met een nieuwe orka-attractie komen, met de nadruk op het natuurlijk gedrag van deze walvissen. Dierentuintaal. Het is niet meer dan een poging tot eervolle aftocht.

Dat sinds 2013 Seaworlds publieksaantallen slonken en hun beurskoers kelderde kwam door een film: Blackfish. Deze documentaire met de allure van een speelfilm volgt het dramatische spoor van één orka, maakt dusdoende waar dat deze dieren ongeschikt zijn voor gevangenschap en bovendien letterlijk levensgevaarlijk voor hun trainers – die daar door Seaworld niet over worden geïnformeerd.

Een film moet in de eerste plaats een goeie film zijn. En dat is Blackfish. Maar daarnaast maakte hij een verschil.

Kunst, wil ik maar zeggen, is onvermijdelijk en oersterk. Een popartiest kan een beweging motiveren. Een gedicht kan een onschuldige uit de gevangenis krijgen. Een roman kan glashelder een onwelgevallig standpunt uitdragen, een cartoon doet daar in onverdraaglijke lichtheid niet voor onder. En ook al weten alle woedende autoriteiten dat doodzwijgen effectiever is, ze laten zich provoceren om te reageren. Dat doen ze – en dan worden ze deel van het kunstwerk. Dat slokt hen op, in plaats van andersom.