Niet elk indexfonds is nog een lieverdje

Banken en vermogenbeheerders waren lange tijd niet scheutig met het aanbieden van indexfondsen. Dat is radicaal veranderd: keus te over. Hoe kies je het juiste fonds?

Zes tips. Door Rentsje de Gruyter Illustratie Daniel Roozendaal

Als je het huidige aanbod van indexfondsen wilt inventariseren, kan je daar makkelijk een dag mee zoet zijn. Alleen al op Morningstar.nl, het bekendste informatieplatform voor beleggers, staan 164 indexfondsen.

De grootste partij, iShares, onderdeel van de Amerikaanse vermogensbeheerder BlackRock, geeft de Nederlandse belegger zelfs de keus uit 227 indexfondsen. Maar er zijn nog veel meer plekken waar je terechtkunt als je dit fondstype zoekt. Kijk maar eens op online doe-het-zelfplatforms, zoals De Giro en Alex, of op de sites van banken en vermogensbeheerders. Indexfondsen zijn een hype, zoveel is duidelijk. Maar welk indexfonds moet je in hemelsnaam kiezen?

Om te beginnen: deze overdaad is een luxeprobleem. Nog maar vijf jaar geleden hadden particuliere beleggers amper keus als ze passief wilden beleggen. Het is in 2016 veertig jaar geleden dat het allereerste indexfonds werd gelanceerd, aan de andere kant van de oceaan. Maar Nederlandse particulieren bleven lang verstoken van een fatsoenlijk aanbod.

Elf jaar duurde het tot ABN AMRO hier een indexfonds opzette. In de decennia erna volgden er meer, maar de meeste stierven snel een stille dood. Zoals Parq, de naam van drie indexfondsen waar Aegon in 2001 mee kwam voor „de meest luie belegger, die weinig zin heeft zich in de materie te verdiepen.”

Aldus Ben Jacobsen, in de afgelopen tien jaar hoogleraar aan de universiteit van Edinburgh en Massey (Nieuw-Zeeland) en vanaf 1 januari hoogleraar beleggen aan de business school van Universiteit Tilburg (TIAS). Hij adviseerde Aegon destijds over de opzet van Parq. De luie belegger hoefde alleen maar te kiezen of hij een fonds wilde waarvan de index Nederlandse, Europese of wereldwijd ondernemingen volgde.

Aardige gedachte. Toch draaide Aegon na een paar jaar Parq alweer de nek om, ten faveure van zes huisfondsen (beleggingsfondsen onder actief beheer). Waarom? Onder andere omdat een bank veel minder verdient aan het verkopen van indexfondsen dan met een actief beheerd fonds, zegt Hendrik Meesman, directeur van Meesman Indexbeleggen. Sinds 2005 biedt dat indexfondsen van Amerikaanse partijen aan, die tot dan niet beschikbaar waren voor Nederlandse particulieren.

Toen hij begin deze eeuw langs grote banken ging om te kijken of ze geïnteresseerd waren in zijn idee om hier Amerikaanse indexfondsen te verkopen, kreeg hij overal nul op het rekest. Hij vond het na jaren werken bij Goldman Sachs, Mees Pierson en Robeco tijd voor een goedkoop beleggingsproduct met een goed rendement. „Maar de banken zeiden: Waarom zouden we indexfondsen aanbieden als we daar niets mee verdienen?”

Banken krijgen namelijk geen provisie van een indexfonds als zij dit opnemen in hun aanbod en doorverkopen aan particulieren. Maar ze kregen wél geld als ze een ‘gewoon’ beleggingsfonds van derden verkochten.

Er was nog een reden waarom banken zo lang terughoudend waren. „Als zij een indexfonds introduceren, vatten de beheerders van de actieve beleggingsfondsen dit vaak op als een aanval op hun waardigheid,” zegt Meesman. „In hun ogen zeg je dan impliciet dat actief beleggen niet werkt.” Een indexfonds verkopen kan een bank dus intern veel gelazer opleveren.

Maar deze strijd is volgens Meesman inmiddels goeddeels ingehaald door de realiteit. Sinds 1 januari 2013 geldt een provisieverbod voor aanbieders van financiële producten. Daardoor verdienen banken veel minder aan actief beheerde fondsen en is de barrière om indexfondsen te verkopen kleiner geworden.

Daar komt bij dat nergens anders in Europa, behalve in het Verenigd Koninkrijk, zo’n provisieverbod geldt. Daardoor buitelen hier de aanbieders van indexfondsen over elkaar heen – waaronder de grote buitenlandse partijen als BlackRock en Vanguard.

Kiezen, zo doe je dat:

Tip 1

Hoe maak je als particulier belegger een verstandige keuze uit de vele honderden indexfondsen die beschikbaar zijn op de markt? Let bij de selectie op de volgende punten. Selecteer een indexfonds met ten minste 200 miljoen euro aan belegd vermogen. „Anders vindt er te weinig handel in de onderliggende aandelen of obligaties plaats en betaal je hogere aan- en verkoopkosten aan het fonds”, zegt hoogleraar Jacobsen. Dat gaat ten koste van je rendement.

Tip 2

De particuliere belegger die belegt voor zijn pensioen en van de opbrengst straks financieel afhankelijk is, kan zich niet veroorloven te veel risico te nemen. Daarom moet hij zijn beleggingen zoveel mogelijk spreiden: dat beperkt het risico op grote verliezen. Dit lukt het beste bij indexfondsen die een brede index volgen van bedrijven wereldwijd en in alle sectoren van de economie actief zijn.

Kies bijvoorbeeld fondsen die de MSCI World Index volgen: daarin zitten 1.645 bedrijven uit (bijna) de hele wereld. Dergelijke fondsen hebben al snel een beheerd vermogen van die benodigde paar honderd miljoen, volgens Meesman. Zonder die inleg hadden ze niet de aandelen van alle bedrijven uit de index kunnen kopen.

Hoe hoog het beheerd vermogen is, kun je ook achterhalen via Morningstar of via het prospectus, ebi (een soort financiële bijsluiter) of het jaarverslag van het bewuste fonds.

Tweede voordeel van zo’n wereldwijd fonds: het heeft grote veerkracht. Stel dat je vlak voor de heftige koersval van afgelopen augustus belegde in een fonds dat de MSCI World volgt. Dan leed je zeker 13 proces verlies. Maar begin november zou je het verlies uit augustus al ingelopen hebben. Toen stond de MSCI World alweer 14,5 procent hoger dan op 24 augustus – het dieptepunt van de beurskoers.

Tip 3

Toch ligt de keus voor een breed, wereldwijd indexfonds minder voor de hand dan je denkt. De meeste indexfondsen – zeker de nieuwkomers – zijn namelijk actief in een nichemarkt. Zo’n nichefonds kan bijzonder verleidelijk zijn voor een particuliere belegger, zeker als diens verhaal aansluit bij een persoonlijke interesse of overtuiging. Hij of zij kan het gevoel krijgen dat hij met een belang in dit fonds een toegangskaartje krijgt voor een nieuwe wereld, die naar zijn smaak is ingericht.

Misschien wordt hij warm van een indexfonds met een stoer verhaal over goud (iShares Gold Producers UCITS ETF), smartphones (First Trust Nasdaq CEA Smartphone Index) of chocola (iPath DJ-UBS Cocoa TR Sub-Idx ETN). Of van een fonds dat bedrijven in islamitische landen volgt (iShares MSCI World Islamic UCITS ETF). Dat is begrijpelijk, maar niet slim: dergelijke smalle fondsen, die op één paard wedden, zijn risicovol. Steek daar hooguit 5 procent van je inleg in.

Tip 4

Laat synthetische indexfondsen links liggen. Dat adviseerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) vier jaar geleden al na onderzoek. Dat soort indexfondsen is vaak duurder en mist de transparante eenvoud van de klassieke, fysieke indexfondsen. De laatste kopen alle – of bijna alle – aandelen van een index en volgen die. Klaar. Een synthetisch fonds werkt heel anders: dat bezit de onderliggende aandelen of obligaties van een index niet. In plaats daarvan sluit het een ruilovereenkomst met een financiële partij – meestal een zakenbank – die hem belooft jaarlijks het rendement uit te keren dat de index behaalt. Maar stel dat zo’n zakenbank in de financiële problemen komt of zelfs failliet gaat. Dan heb je kans dat zij haar belofte niet kan waarmaken.

Dekt een indexfonds zich daar niet tegen in? Ja, de meeste fondsen houden een onderpand aan van aandelen of obligaties. Maar als particulier weet je niet hoe hoog dit onderpand is en of het hoog genoeg is om jou in crisistijd uit te keren wat je belegging waard is. Niet doen dus, zo’n synthetisch fonds.

Tip 5

Ook bij fysieke indexfondsen moet je trouwens uitkijken. Vele van hen lenen effecten uit aan derden, om geld te verdienen. Op zich prima: ook degelijke partijen als Vanguard en iShares doen dit. Maar sommige nemen te veel risico, volgens Meesman. Ze lenen teveel uit of gaan niet secuur met een onderpand om.

Andere fondsen steken de opbrengst van zo’n lening in eigen zak. Als belegger heb je natuurlijk meer aan een partij die jou ruimhartig laat delen in de poet. Voor veel Europese indexfondsen van eShares geldt dat ruim 60 procent van de inkomsten uit leningen terugvloeien naar de belegger. Bij Vanguard is dit vaak meer, volgens Meesman. Zo haal je een hoger rendement.

Speur naar informatie hierover in prospectus, ebi en jaarverslag, al zijn die soms taaie kost.

Tip 6

Kijk al lezende ook gelijk even welke kosten het indexfonds noemt. Als je zelf belegt, via een online platform, zouden de totale kosten ruim onder een half procent van je belegde vermogen moeten blijven. Besteed je het werk (deels) uit, aan bank of vermogensbeheerder, dan kom je natuurlijk hoger uit.