‘Met Greetje Kooistra’

Thomas Rueb belt met Greetje Kooistra (53) uit Den Dolder. Zij is net in Soedan gearriveerd om de Nijl over te zwemmen.

Hoe is het daar?

„Ik ben net bij de Nijl gaan kijken. We zwemmen in Khartoum, vlakbij een van de bruggen. De kleur van dat water – alsof je in een pan met erwtensoep springt. Groenbruin, geen zicht. Het schijnt snel te stromen, maar dat zie je dan weer niet. De overkant is ongeveer een kilometer weg.”

Klinkt als een linke exercitie.

„Ik keek, en ik dacht: dat wordt een makkie. Ik ben een goede zwemmer. Ex-wedstrijdzwemmer. Ik train nog regelmatig, dan zwem ik ook een kilometer. Gewoon in het zwembad, dat wel. Dit is buiten, natuurlijk is dat een stuk zwaarder. Helemaal met al je kleren aan.”

Met kleren aan?

„Dit is een islamitisch land, hè? We moeten gekleed. We hebben een soort Chinees zwempak, een onesie heet dat. Daaroverheen gaat dan een lange jurk. Ik moet eerlijk zeggen: zo heb ik nog nooit geoefend. Maar we gaan wel in het oranje!”

Want waarom doet u dit eigenlijk?

„Op uitnodiging van de Nederlandse ambassadrice hier, Susan Blankhart. Zij zwemt ook mee, net als een stagiair van mij en een aantal Soedanese vrouwen. Ik ben van de stichting Dutch Don’t Drown. Statement is: verdrinken is niet nodig. Zwemmen is zo gemakkelijk dat zelfs vrouwen het kunnen – geintje, hoor, dat laatste.”

Wanneer gaat het gebeuren?

„We zwemmen deze zaterdag.”

Zenuwachtig?

„Nee, hoor. Zondag lag ik nog in het Grevelingenmeer, dat was 11 graden. Dan is de Nijl lekkerder.”

Niet bang voor nijlkrokodillen?

„Ja, daar moest ik ook meteen aan denken. Maar ze houden schijnbaar niet van drukte. We hebben een volgboot, zo’n veertien zwemsters, een hoop publiek. Er is me hier verzekerd dat ik niet bang hoef te zijn. Dus daar ga ik graag van uit.”