Krijgh is jonge celliste met oude ziel

Het meisjesachtige is er inmiddels wel vanaf bij Harriët Krijgh (1991). De Nederlandse celliste heeft grote sprongen gemaakt sinds ze in 2012 het Nationaal Celloconcours won en haar eerste cd opnam. Dat nog niet iedereen in Nederland op de hoogte is van haar ontwikkeling, is eenvoudig te verklaren: Krijgh woont en studeert al jaren in Wenen.

In Oostenrijk is men in ieder geval van haar onder de indruk, want het zijn de Weense Musikverein en het Konzerthaus die haar hebben voorgedragen voor de Rising Stars-tournee. Enkele van de belangrijkste concertzalen van Europa selecteren jonge musici van wie zij het meest verwachten en die musici treden een jaar lang in al die zalen op.

Woensdag deed Krijgh de Kleine Zaal van het Concertgebouw aan. Met haar vaste duopartner Magda Amara aan de piano speelde ze Mendelssohns Tweede cellosonate en Rachmaninovs Sonate in g-klein. Wat opviel: haar robuuste toon, een mooi gelijkmatige streek en soms een eigenwijze vingerzetting.

Maar Krijgh onderscheidt zich bovenal met karaktervol spel: ze heeft de noten in zich opgezogen en een duidelijke eigen visie ontwikkeld. Ze is niet iemand die braaf binnen de lijntjes kleurt, maar een celliste met een oude ziel, een oorspronkelijk musicienne van het type dat wel haar bladmuziek omslaat, maar vervolgens met gesloten ogen verder speelt. Vanachter haar ernstige gezichtsuitdrukkingen sijpelt het plezier door. Dat maakt het ook mooi om haar te zien musiceren.

Na de diepzinnige lyriek van Mendelssohn kon het duo zich even uitleven in Break on through van Johanna Doderer, gebaseerd op de gelijknamige hit van The Doors. Het is een pompend stuk waarin de bekende riff gefragmenteerd in allerlei gedaanten opduikt.

Toch leken de twee zich eerder thuis te voelen in de Rachmaninov-sonate, die een stormachtige vertolking kreeg. De samenwerking met pianiste Magda Amara was vlekkeloos.