Inspraak laat student koud

De Maagdenhuisbezetting heeft de Universiteit van Amsterdam veranderd. Maar stemmen doen studenten niet.

Restanten van de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam worden opgeruimd, afgelopen februari.

Op de Neude in het centrum van Utrecht stond dinsdagavond een kluitje van zo’n 150 verregende mensen met vlaggen en borden. Het was de landelijke demonstratie voor Vrij en Emancipatoir Onderwijs. Georganiseerd door De Nieuwe Universiteit en University of Colour, gangmakers bij de bezetting van het Amsterdamse Maagdenhuis afgelopen februari.

Maar er waren weinig ‘gewone’ studenten en veel gebruikelijke demonstranten. De anarchistisch communisten stonden er en de Internationale Socialisten, daarnaast wat vertegenwoordigers van de Socialistische Partij en mensen van De Nieuwe Universiteit. „OpRutte”, „Kapitalisme Basta!” zeiden de borden. Maar er was weinig te zien van het elan dat leefde bij de bezetting van het Maagdenhuis.

Wat is er terechtgekomen van die bezetting en de demonstraties aan het hoofdstedelijke Spui? Die haalden de landelijke media en bepaalden maandenlang het debat over inspraak op de universiteit.

In Amsterdam zelf is veel veranderd, volgens Jarmo Berkhout. Hij was voor Humanities Rally en De Nieuwe Universiteit betrokken bij de bezetting, maar spreekt op persoonlijke titel. Aan de Universiteit van Amsterdam zelf wordt vandaag, na een half jaar onderhandelen en steggelen, de commissie Democratisering en Decentralisering voorgesteld. Voorzitter wordt Lisa Westerveld. Zij was voorheen voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond en werkt nu voor de Algemene Onderwijsbond. Over het advies van de commissie komt een referendum onder studenten en docenten. Een andere commissie brengt rapport uit over de financiën.

Meer autonomie voor de faculteiten ten koste van het college van bestuur is een populair idee in Amsterdam. Buiten Amsterdam is het effect van de Maagdenhuisbezetting geringer. Inspraak en democratisering kunnen de gemiddelde student niet zoveel schelen. De deelname van studenten aan verkiezingen voor medezeggenschapsraden, die op het einde van de bezetting van het Maagdenhuis volgde, viel op enkele uitzonderingen na tegen.

In Utrecht bijvoorbeeld kwam 18,7 procent van de studenten opdagen – vorig jaar was dat nog een kwart. Aan de UvA deed nu maar 15 procent van de studenten mee aan de verkiezingen voor de Studentenraad, waar ook de actiegroepen in zitten. In Leiden stemde eenvijfde van de studenten, in Maastricht een kwart.

Linde de Nie, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) bevestigt de neerwaartse trend. Sinds de macht van medezeggenschap in 1997 werd ingeperkt daalde de opkomst van studenten van gemiddeld 35 procent naar beneden de 20 procent. Eerst mochten studenten en medewerkers meebesturen, maar tegenwoordig ligt het accent op adviseren.

Onder wetenschappelijke medewerkers is de opkomst wel groter dan bij studenten, mede omdat het om hun dagelijks werk gaat. In het roerige Amsterdam was de opkomst voor de ondernemingsraadverkiezingen zelfs ruim 50 procent. Meestal stemt een kwart tot eenderde van het personeel.

Westerveld heeft zich altijd verbaasd over de geringe invloed van docenten, staf en wetenschappelijk personeel. „Als onderhandelaar voor de studentenvakbond zat ik altijd aan tafel met de werkgevers. Toen vroeg ik al aan de Algemene Onderwijsbond hoe het toch kon dat zij nooit aan tafel zaten namens het wetenschappelijk personeel. Altijd zijn het de studenten en de werkgevers. Dat was ook zo bij de eerste hoorzitting in de Tweede Kamer vorige week. De docenten zijn altijd te weinig vertegenwoordigd.”

Zelf had ze als vakbondsbestuurder tussen 2007 en 2009 weinig vooruitgang geboekt in medezeggenschap. Ze verwachtte veel van de Wet versterking besturing, waar toenmalig onderwijsminister Plasterk (PvdA) mee bezig was. Maar na een aantal rondes door het departement werd het ontwerp danig afgezwakt en bleef er weinig van haar wensen over. „Ik ben daar teleurgesteld in geraakt. Ik merk dat ook aan de huidige studentenbond. Landelijk krijg je niks voor elkaar. Daar is weinig in veranderd”, zegt ze.

Maar Jarmo Berkhout is ervan overtuigd dat hij met zijn groep een belangrijke discussie is begonnen over rendementsdenken en de publieke sector. „Als het bestuur zijn beloften niet nakomt, komen we weer in actie”, zegt hij.