Ik was gegijzeld door IS. Ze zijn eerder stom dan slecht

Ze zijn banger voor onze eensgezindheid dan voor luchtaanvallen, ervoer IS-gijzelaar Nicolas Hénin.

Illustratie Hajo

Als trotse Fransman ben ik net als iedereen bedroefd over Parijs. Maar ik ben niet geshockeerd of verrast, want ik ken de Islamitische Staat. Ik ben tien maanden gegijzeld geweest door IS, en ik weet zeker dat onze pijn, ons verdriet, onze hoop en onze levens hen niet raken. Zij leven in een andere wereld.

De meeste mensen kennen IS alleen van hun propaganda, maar ik keek achter de schermen. Als gijzelaar kwam ik met een tiental in contact, waaronder Mohammed Emwazi: deze Jihadi John was één van mijn cipiers. Hij noemde mij ‘Kale’. Zelfs nu chat ik nog met ze op sociale media, en ik kan u vertellen dat veel van wat u over hen denkt voortspruit uit hun eigen pr-inspanningen. Zij presenteren zichzelf als helden, maar als er geen camera’s zijn, zijn ze een beetje pathetisch: straatjongens die opgaan in de ideologie en in hun gevoel van macht. In Frankrijk hebben we daar een uitdrukking voor: stom en slecht. Ik vond ze eerder stom dan slecht. Daarmee wil ik overigens geenszins het moordzuchtige potentieel van hun stomheid bagatelliseren.

Al diegenen die vorig jaar onthoofd zijn waren mijn medegevangenen, de cipiers speelden kinderachtige spelletjes met ons, bij wijze van geestelijke marteling, door de ene dag te zeggen dat we zouden worden vrijgelaten en twee weken later doodleuk te verklaren: ‘Morgen doden we een van jullie.’ De eerste paar keer geloofden we hen, maar daarna beseften we dat zij voor het grootste deel kletsmajoren waren die ons in de maling namen.

Ze deden ook aan nep-executies. De ene keer bedwelmden ze me met chloroform. De andere keer deden ze net of ze me gingen onthoofden. Een stelletje Frans-sprekende jihadisten schreeuwde: „We hakken je kop eraf, zetten hem op je reet en uploaden het filmpje naar YouTube.” Ze hadden een zwaard uit een antiekwinkel.

Ze moesten lachen en ik speelde het spelletje mee door te huilen, maar ze wilden slechts een geintje uithalen. Zodra ze waren verdwenen wendde ik me tot een van de andere Franse gijzelaars en lachte. Het was ook zo bespottelijk.

Het viel me op hoe technologisch verbonden ze zijn; ze volgen het nieuws obsessief, maar alles wat ze zien gaat door hun eigen filter heen. Ze zijn totaal geïndoctrineerd, klampen zich vast aan allerlei samenzweringstheorieën en zien nooit de tegenstrijdigheden in van wat ze denken en beweren. Alles overtuigt ze ervan dat ze op het juiste pad zijn en, vooral, dat er een soort apocalyptisch proces gaande is dat zal leiden tot een confrontatie tussen een leger van moslims van over de hele wereld en anderen – de Kruisvaarders, de Romeinen. Ze zien alles door die bril. En als gevolg daarvan is alles een zegen van Allah.

Met hun belangstelling voor nieuws en sociale media zullen ze alles opmerken dat op hun moordzuchtige aanslagen in Parijs is gevolgd, en mijn idee is dat ze zingen: „We zijn aan het winnen.” Ze zullen zich gesterkt voelen door ieder teken van overreactie, van verdeeldheid, van angst, van racisme en van xenofobie; ze zullen zich aangetrokken voelen door alles wat er aan lelijkheid op de sociale media langskomt. Centraal in hun wereldbeeld staat het geloof dat Westerse gemeenschappen niet met moslims kunnen samenleven, iedere dag zijn ze erop gespitst bewijzen te vinden ter ondersteuning van dat geloof. De beelden uit Duitsland van mensen die migranten verwelkomen zullen voor hen bijzonder verontrustend zijn geweest. Cohesie en tolerantie, dat zien ze nu eenmaal niet graag.

Waarom Frankrijk? Misschien wel om meerdere redenen, maar ik denk dat ze mijn land zien als een zwakke schakel in Europa – als een plek waar makkelijk verdeeldheid kan worden gezaaid. Dat is de reden dat, als aan mij wordt gevraagd hoe we moeten reageren, ik antwoord dat we verantwoordelijk moeten optreden.

Toch zal ons antwoord vooral bestaan uit nóg meer bommen. Ik wil IS beslist niet verontschuldigen of rechtvaardigen – hoe zou ik dat kunnen? Maar op grond van alles wat ik weet, denk ik dat dit antwoord een vergissing is. De bombardementen zullen enorm zijn – een symbool van gerechtvaardigde woede. Binnen 48 uur na de wreedheden hebben gevechtsvliegtuigen hun meest spectaculaire raids in Syrië uitgevoerd, waarbij ruim twintig bommen zijn afgeworpen op Raqqa, een bolwerk van IS. Wraak was misschien onvermijdelijk, maar juist behoedzaamheid en overleg zijn geboden. Mijn angst is dat een slechte situatie door deze reactie alleen nog maar slechter zal worden.

Hoe moet het nu verder, terwijl we IS proberen te vernietigen, met de 500.000 burgers die nog steeds in Raqqa wonen en daar niet weg kunnen? Hoe zit het met hun veiligheid? Hoe zit het met het reële vooruitzicht dat als we dit niet goed doordenken, wij velen van hen tot extremisten zullen maken? Het moet een prioriteit zijn om deze mensen te beschermen, niet om nóg meer bommen op Syrië te gooien. We hebben no-fly zones nodig – zones die gesloten zijn voor de Russen, het regime en de coalitie. Het Syrische volk heeft behoefte aan veiligheid en zal anders haar toevlucht nemen tot groepen als IS.

Canada heeft zich na de verkiezing van Justin Trudeau uit de luchtoorlog teruggetrokken. Ik wil heel graag dat Frankrijk hetzelfde doet, en rationeel denk ik dat dit ook zou moeten kunnen. Maar mijn pragmatisme fluistert me in dat het niet zal gebeuren. Feit is dat we in de val zijn gelopen die door IS is opgezet. Ze zijn naar Parijs gekomen met kalasjnikovs, omdat ze zogenaamd de bombardementen wilden laten stoppen. Maar ze wisten heel goed dat de aanslagen ons juist zouden dwingen te blijven bombarderen, of de bombardementen zelfs te intensiveren. Dat is wat er nu gebeurt.

Emwazi is er niet meer. Hij werd gedood bij een drone-aanval van de coalitie, en zijn dood werd toegejuicht in het parlement. Ik rouw niet om hem, maar tijdens zijn moordcampagne volgde hij dezelfde strategie als de rest van IS. Na de moord op de Amerikaanse journalist James Foley richtte hij zijn mes op de camera, en zich wendend naar het volgende beoogde slachtoffer, zei hij: „Obama, je moet stoppen met je interventie in het Midden-Oosten, of ik zal hem ook vermoorden.” Hij wist heel goed wat het lot van de gijzelaar zou zijn. Hij wist heel goed waar de Amerikaanse reactie uit zou bestaan – nog meer bombardementen. Dat is wat IS wil, maar waarom zouden we hen dat geven?

De groepering is ongetwijfeld door en door slecht. Maar na alles wat er met mij is gebeurd, denk ik toch niet dat IS het belangrijkste is. Volgens mij is Bashar al-Assad het belangrijkste. De Syrische president is verantwoordelijk voor de opkomst van IS in Syrië, en zo lang zijn regime intact blijft, kan IS niet worden uitgeroeid. Evenmin kunnen we dan een halt toeroepen aan de aanslagen bij ons op straat. Als mensen zeggen: „Eerst IS, dan Assad”, dan geloof ik ze niet. Ze willen Assad gewoon op z’n plek houden.

Op dit moment is er geen politieke routekaart en geen plan om de soennitisch-Arabische gemeenschap bij het landsbestuur te betrekken. IS zal verdwijnen, maar dit zal door de politiek worden bewerkstelligd. In de tussentijd is er veel wat we kunnen bereiken in de nasleep van deze wreedheden, en de sleutel ligt in onze veerkracht en moed. Want dat is waar zij bang voor zijn. Ik ken ze: ze weten dat ze zullen worden gebombardeerd. Waar ze bang voor zijn is onze eensgezindheid.