Google en TNO gaan app-data gebruiken om files te voorkomen

TNO en Google doen project met locatiedata dat de overheid miljoenen kan besparen. Maar er zitten ook addertjes onder het gras.

Dat Google via je smartphone bijna altijd kan weten waar je bent, is inmiddels wel bekend. Maar nu gaat het geaggregeerde locatiedata van gebruikers ook beschikbaar maken voor overheden en onderzoeksinstellingen: om files aan te pakken. In Nederland werkt Google daarvoor samen met onderzoeksinstelling TNO. Dat maakten de twee woensdag bekend.

TNO krijgt toegang tot geanonimiseerde locatiegegevens van mensen met Google-apps op hun telefoon – ook van iPhone-bezitters. Mensen die Google-apps (van Google Maps tot YouTube) of besturingssysteem Android installeren moeten van te voren toestemming geven om locatiegegevens naar Google te sturen. Als je daarbij op ‘ja’ hebt geklikt, kunnen ook jouw data worden gedeeld met TNO. Google wijst erop dat het geavanceerde technieken gebruikt om ervoor te zorgen dat de privacy beschermd is: de locatiegegevens zijn niet tot individuen te herleiden.

De beloftes van Google en TNO zijn groot. Nu brengen overheden verkeersstromen nog in kaart met behulp van dure sensoren en camera’s. Die gegevens gebruiken ze bijvoorbeeld voor de informatie op matrixborden, het instellen van stoplichten, het bouwen van wegen en meer.

„De datasets van Google blijken in onze eerste experimenten goed genoeg om sensoren en camera’s op termijn te kunnen vervangen”, zegt Berry Vetjens van TNO. Volgens hem kan dat een besparing opleveren van ongeveer 50.000 euro per jaar, per tien kilometer aan snelweg. Dat zou voor heel Nederland gaan om vele miljoenen euro’s per jaar. „En daarbij zijn de kosten voor onderhoud nog niet eens opgeteld.” Ook zijn via mobieltjes data te verzamelen over wegen waar nu überhaupt geen sensoren en camera’s zijn geïnstalleerd.

Addertjes onder het gras

De potentiële winst voor de belastingbetaler is dus groot, als je TNO en Google mag geloven. Maar er zitten ook addertjes onder het gras. Andrew Eland van Google

We hopen dat overheden ook meer data met ons gaan delen door dit soort projecten.

Het verdienmodel van Google bestaat er immers voor een belangrijk deel uit om zoveel mogelijk gegevens over mensen te verzamelen en op basis daarvan diensten te bedenken en advertenties te verkopen. Google vraagt vooralsnog geen geld voor het beschikbaar stellen van de data, en zegt dat ook niet van plan te zijn. Het doet een vergelijkbaar project in Zweden.

Google is bepaald niet het enige bedrijf dat technologieën, diensten en data aan steden en andere overheden wil aanbieden. Dat gebeurt vaak onder de noemer smart cities: de verzamelnaam voor allerlei technieken die gedrag van burgers in kaart brengen om daar beleid beter op af te stemmen. Ook IBM, TomTom en Uber zijn bijvoorbeeld bezig met projecten om verkeersdata te delen met overheden – al dan niet tegen betaling of in ruil voor andere gegevens. Googles moederbedrijf Alphabet heeft een complete nieuwe divisie opgezet voor nieuwe smart city-diensten.

Het project van Google en TNO roept herinneringen op aan een incident rondom TomTom: dat bedrijf bleek enkele jaren geleden vergelijkbare data te delen, maar dan met de politie. Korpsen konden met behulp van die data snelheidscontroles houden op plekken waar veel mensen te hard reden, tot grote woede van klanten. „Dat zullen wij niet doen”, zegt Eland. Volgens hem houdt Google in de gaten dat toepassingen in het belang blijven van de gebruikers.

Maar stel dat data van bedrijven zoals Google, Uber of IBM uiteindelijk inderdaad sensoren en camera’s gaan vervangen: maken overheden zich dan niet erg afhankelijk van technologiebedrijven voor het uitvoeren van publieke taken? Vetjens:

Daarvoor moet je inderdaad oppassen. Maar vooral gemeentes en overheden hebben een rol om daarover de discussie aan te gaan.