Eindelijk gevonden: de precieze locatie van Vermeers ‘straatje’

Vermeers Gezicht op huizen in Delft is sinds 1921 in het bezit van het Rijksmuseum. Na vele pogingen, is overtuigend de locatie van het doek vastgesteld.

Al bijna honderd jaar wordt er naarstig naar gezocht. Sinds 1921, toen het schilderij Gezicht op huizen in Delft van Johannes Vermeer in het bezit kwam van het Rijksmuseum, is er naar hartelust gespeculeerd wat de precieze locatie zou kunnen zijn van ‘Het straatje’.

In de loop der jaren zijn diverse suggesties gedaan: adressen met vage uiterlijke gelijkenissen of plekken die Vermeer vanuit zijn woonhuis gezien kon hebben. Geen van alle waren ze overtuigend. Maar nu lijkt er toch echt sluitend bewijs gevonden. Frans Grijzenhout, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, weet het zeker: Vermeer vond zijn straatje aan de Vlamingstraat, op de plek waar de gevels nu de huisnummers 40 en 42 dragen.

Nu onherkenbaar

Dat niemand deze locatie ooit eerder heeft herkend, komt doordat niets in het huidige straatbeeld nog herinnert aan de tijd van Vermeer. De kenmerkende dubbele poort bestaat niet meer – de linkersteeg is bij het woonhuis op nummer 40 getrokken. Het rechterhuis is in de negentiende eeuw gesloopt en vervangen door een mooi nieuw pand. Wat nog wel klopt, zijn de breedtes en volumes van de beide huizen, en de aanwezigheid van de rechterpoort. Daarin blijkt de sleutel tot de oplossing te schuilen.

Als onderzoeker is Grijzenhout verbonden aan het Amsterdams Centrum voor de Studie van de Gouden Eeuw, een interdisciplinair programma van de UvA. Hij was het die in 2006 samen met zijn collega, de historicus Niek van Sas, de ware identiteit wist te onthullen van de figuren op het schilderij De burgemeester van Delft en zijn dochter van Jan Steen. Dat doek, destijds de duurste aankoop van het Rijksmuseum ooit, heet nu Portret van Adolf en Catharina Croeser. Voor zijn onderzoek maakte Grijzenhout tien jaar geleden gebruik van een belangrijke historische bron, de Legger van het diepen der wateren binnen de stad Delft uit 1667.

‘Kaai- en diepgeld’

In dit zeldzaam gedetailleerde document werd genoteerd hoeveel ‘kaai- en diepgeld’ per huishouden was geïnd. Die gemeentelijke belastingen werden berekend op basis van de gevelbreedte van de huizen. “Toen al zag ik dat die legger ook nuttige informatie gaf over de poorten langs de Delftse grachten”, zegt Prijzenhout. “Ik vermoedde dat die informatie naar de locatie van ‘Het straatje’ zou kunnen leiden. Maar ik had pas in het najaar van 2013 tijd om me er echt in te gaan verdiepen.”

Eerdere speurders hadden wel al een aantal handige vaststellingen gedaan. Zoals dat Vermeer het straatje waarschijnlijk van de overkant van een water moet hebben geobserveerd en dat het adres, gelet op de lichtval, aan de noordzijde daarvan moest liggen. Volgens perspectiefberekeningen lag het geschatte standpunt van de kunstenaar op 17 tot 20 meter afstand – breder dan de gemiddelde Delftse straat. Ook de door Vermeer geschilderde schrobgoot die vanuit de rechterpoort de straat op loopt, wijst op een ligging aan een gracht. Anderen hadden, onder meer op basis van de gemiddelde maten van de bakstenen, berekend dat de gevelbreedte van het rechterhuis tussen de 5,65 en 7 meter moest liggen.

Illustratie Jan Rothuizen

Impressie van Vlamingstraat 40-42 en Rietveld 109 in vogelvlucht. Illustratie Jan Rothuizen

Met die informatie ging Grijzenhout in de legger op zoek naar de twee poorten, die zelfs voor het zeventiende-eeuwse Delft vrij uniek waren. Vier plekken bleken grofweg aan de omschrijving te voldoen. Maar één constellatie in het register kwam verrassend dicht in de buurt van Vermeers schilderij: twee poorten van elk vier voet met aan weerszijden een huis met een gevelbreedte van 1 roe en 8 voet, oftewel 6,28 meter. “Toen ik die plek zag, dacht ik meteen: dit zou hem wel eens kunnen zijn.”

Maar onmiddellijk doemden er ook bezwaren op. Want kon er in Vermeers tijd überhaupt wel zo’n oud huis hebben gestaan aan de Vlamingstraat? Dit deel van Delft was immers grotendeels verwoest tijdens de stadsbrand van 1536. En het huis dat Vermeer schilderde, dateerde duidelijk van voor die tijd. Vervolgens stuitte Grijzenhout in Museum Prinsenhof in Delft op een stadplattegrond met daarop de verwoesting van de stadsbrand in kaart gebracht. En welk huis stond te midden van de asresten nog fier overeind? Dat in de Vlamingstraat, ongeveer ter hoogte van nummer 42. “Toen ik dat zag, moest ik heel hard lachen. Uitgerekend daar stond een huisje geschilderd. Het was haast te mooi om waar te zijn.”

Tante van Vermeer

In notariële aktes en kadasters vond Grijzenhout meer bewijzen die zijn theorie staafden. Zoals dat beide poorten leidden naar een achterhuis en dat de binnenplaatsen daartussen maar heel klein waren. “Alles klopte precies met hoe Vermeer het geschilderd had. De ligging aan de noordzijde van een gracht, de breedte van de gevel en de poorten, het huis op de achtergrond dat net iets naar links staat, het tuintje ertussen, waar kennelijk een boom stond waarvan Vermeer nog net de top schilderde.”

En er was nog een mooie ontdekking. In de legger werd ook de naam van de eigenaar van het rechterhuis genoemd: Ariaentgen Claes van der Minne. Toeval of niet: zij was Vermeers tante. Na de dood van haar echtgenoot hield ze zichzelf en haar drie ongetrouwde dochters in leven met de verkoop van pens. Tot diep in de negentiende eeuw stond de steeg naast haar huis bekend als de Penspoort.

Zo ontstaat er opeens een nieuwe visie op ‘Het straatje’. Zou de dame in de deuropening kunnen herinneren aan Ariaentgen en de jongere vrouw in de steeg aan een van haar dochters? En zouden de spelende kinderen voor het huis haar kleinkinderen kunnen zijn, waarvoor Ariaentgen vanaf 1663 ook zorgde? In dat geval zou het schilderij wel iets later gedateerd moeten worden dan de marge van 1656-1661 die de Vermeer-kenners nu aanhouden. “Maar dateringen zijn in het oeuvre van Vermeer sowieso erg onzeker”, zegt Grijzenhout. “Er is zo weinig over zijn leven en de totstandkoming van zijn werken bekend.”

Dit was zijn achterland

Volgens Grijzenhout moet Vermeer vaak over de Vlamingstraat gelopen hebben. Zijn oudere zus Geertruyt woonde schuin aan de overkant, hun moeder woonde de laatste maanden van haar leven bij haar in. “Vermeer heeft dit herkend als een bijzonder stadsgezicht, in een wat armer deel van de stad. Hij zag het sappelen, het harde werken in de Gouden Eeuw. Vermeer zelf was die klasse ontstegen door een rijke vrouw te trouwen. Maar hij kwam wel voort uit die wereld, dit was zijn achterland.”

Waarom is het belangrijk dat we dit nu weten? Prijzenhout: “Omdat het iets zegt over de verhouding van Vermeer tot de zichtbare werkelijkheid. Dat is voor kunsthistorici een belangrijk vraagstuk. Lang is gedacht dat elke hoek die Vermeer schilderde zijn eigen woonkamer was. Die romantische, wat naïeve opstelling was gangbaar tot aan de jaren zeventig. Daarna is de slinger doorgeslagen naar de formele kanten van zijn schilderkunst. Er is veel geschreven en gespeculeerd over Vermeers perspectief, zijn weergave van licht, zijn veronderstelde gebruik van de camera obscura. Nu weten we dat Vermeer echt een bestaande locatie schilderde, een plek die voor hem bovendien allerlei persoonlijke associaties moet hebben gehad.”

Toen en nu

Door zijn onderzoek is “de mens Vermeer” hem nu wel wat nader gekomen, zegt Prijzenhout. “Er hing altijd een zweem van geheimzinnigheid om hem heen. Nu we het straatje hebben gevonden, kunnen we in zijn voetsporen door Delft lopen. Dat is bijzonder, want er is in Delft haast niets meer te vinden dat aan Vermeer herinnert.”

Inmiddels weten de huidige bewoners van Vlamingstraat 42 ook dat ze in ‘Het straatje’ wonen. Ze zijn van plan om de gang langs hun huis weer de Penspoort te gaan noemen. Grote vraag is natuurlijk of ook het Rijksmuseum ‘Het straatje’ nu zal omdopen. “Natuurlijk moet de oude naam gehandhaafd blijven”, zegt Prijzenhout. “Maar als mijn conclusie overeind blijft, zou ik het wel heel leuk vinden als het schilderij voortaan door het leven gaat als Gezicht op de Penspoort in Delft, ook wel bekend als Het straatje van Vermeer.”

De presentatie ‘Het straatje van Vermeer ontdekt!, met plattegronden en archiefstukken’, is van 20 november t/m 13 maart te zien in het Rijksmuseum en aansluitend in Museum Prinsenhof in Delft. Publicatie: Het Straatje van Vermeer. Gezicht op de Penspoort in Delft van Frans Grijzenhout, uitg. Rijksmuseum € 20,00.