Station Arnhem: zo ziet een overzichtelijk station eruit

Na bijna twee decennia is station Arnhem af. Alles is gericht op overzicht. De Spoorbouwmeester leidt rond: „Dit gebouw bewijst zichzelf.”

Foto ​Flip Franssen 

‘Dit gaat natuurlijk weg hier.” Spoorbouwmeester Bert Dirrix wijst achteloos naar een kaartautomaat op een van de looproutes in de stationshal. Een tijdelijke oplossing, dat kan niet anders. Alles in het nieuwe station Arnhem Centraal, dat vanavond officieel wordt geopend, is gericht op overzicht en efficiëntie. Obstakels horen daar niet bij.

Dirrix wijst naar een wegwijzer naast de enorme gedraaide kolom. Architect Ben van Berkel noemt hem de twist, Arnhemmers hebben het al over de wokkel. Die wegwijzer, zegt Dirrix, is het enige wat de reiziger nodig heeft om zijn weg te vinden.

Dit gebouw bewijst zichzelf. Dat is heel belangrijk voor een plek waar zoveel mensen passeren, waar ze vaak voor het eerst komen en waar ze haast hebben. Navigatie is cruciaal.

Welkom in de wereld van de Spoorbouwmeester. Bert Dirrix, architect en stedenbouwkundige uit Eindhoven, is sinds begin dit jaar verantwoordelijk voor de vormgeving in de spoorsector. Bij een rondleiding door station Arnhem speekt hij vol lof over vloeiende lijnen, rechthoekige volumes en het ensemble van functies. Maar ook zonder jargon kan Dirrix goed uitleggen waarom hij het ontwerp van zijn collega Van Berkel zo geslaagd vindt. En wat zijn werk als Spoorbouwmeester inhoudt.

Grofweg gaat het om twee zaken. Ten eerste bewaakt Bureau Spoorbouwmeester – opgericht in 2001 door NS en ProRail, acht werknemers – de visuele identiteit van het spoor. Van de kleur van perronborden tot de etalages van stationswinkels de Spoorbouwmeester toetst het aan het zogeheten Spoorbeeld. Die verzameling afspraken garandeert de eenheid op en rond stations.

Hoeren en goedkope hotels

Herkenbaarheid geeft reizigers vertrouwen, zegt Dirrix. „Waar je ook komt in Nederland, de stationstaal is hetzelfde. Het ontwerp van een station is autonoom, maar moet rekening houden met richtlijnen voor de generieke elementen: bewegwijzering, meubilair, winkels.” En als de architect iets wil dat botst met het Spoorbeeld? „Dan gaan we het gesprek aan, maar het Spoorbeeld is leidend.”

Daarnaast bemoeit de Spoorbouwmeester zich met de stedenbouwkundige kant van het spoor: de relatie met de omgeving. Die is de afgelopen honderd jaar sterk veranderd, zegt Dirrix. In de 19de eeuw werden stations buiten of aan de rand van de stad gebouwd. Ze verhuisden naar de kern, maar tot twintig jaar geleden niet van harte. Dirrix: „Het stationsgebied is vanouds niet het beste stukje stad: de plaats waar de hoeren zitten, en goedkope hotels.”

Sinds tien jaar draait alles om ‘hechting met de stad’. „Een mooi en aantrekkelijk station heeft een symboolwerking en kan een stad markeren. Kijk naar Rotterdam Centraal, en hoe natuurlijk het plein voor het station de reiziger naar het centrum leidt.”

Er is nog een grote verandering: de grote stations worden ov-knooppunten, met tal van vervoersopties, kantoren en voorzieningen. Het station als attractie. Dirrix: „Het blijven doorgangslocaties, maar het is prettig om er te verblijven.”

Arnhem is een van de zes Nieuwe Sleutelprojecten (NSP): stations die worden ontwikkeld om ze te laten aansluiten op de Europese hogesnelheidslijnen. Naast Arnhem gaat het om Utrecht, Rotterdam, Den Haag, Amsterdam Zuid en Breda. Arnhem, aan de ICE-route naar Duitsland, verwacht 110.000 reizigers per dag in 2020, tegen 55.000 in 2009.

De zes Nieuwe Sleutelprojecten:

Route over dak stationshal

Vanaf de 15de verdieping van de naast station Arnhem gelegen Parktoren is goed te zien hoe het net buiten de ring gelegen station is verbonden met de binnenstad. Dirrix: „Van Berkels eerste ingreep was ontlasting van het stationsplein door de Willemstunnel. Er rijden alleen nog trolleybussen. Je loopt nu als voetganger zo de stad in.” De bestrating met grijze natuursteen komt rondom het hele stationsgebied. „De voetganger moet voelen dat hij in de sfeer van het station komt.”

Van de twee hoge kantoortorens aan de westzijde loopt een voetgangersroute over het dak van de stationshal naar de voorzijde en binnenstad. Verkeer uit de binnenstad kan ondergronds doorrijden naar de parkeergarage onder het station. Aan de voorzijde splitst de entree zich in voetgangers naar boven en fietsers naar beneden. Voor Dirrix zit de kracht van het gebouw in zulke routes. „Ongelooflijk hoe Van Berkel alle functies vloeiend en zichtbaar met elkaar weet te verbinden. Treinen, bussen, auto’s, fietsen, alles komt natuurlijk samen.”

Bij de parkeergarage ziet Dirrix een keur aan borden en signalen. „Dit is niet goed. Hier zie je dat alle partijen nog niet op één lijn zitten.”

Bureau Spoorbouwmeester ontwerpt zelf niet, maar adviseertde opdrachtgever en de ontwerper. De nieuwe brede houten perronbank, een ontwerp van bureau Blom&Moors, is de opvolger van de ongemakkelijke bank van zwart draadstaal. 

De bank werd geïntroduceerd in Rotterdam, komt op alle nieuwe stations en wordt geleidelijk op oude stations geplaatst. Dirrix: „Stations worden attractiever en comfortabeler, ook door beter meubilair.” 

Grijze kaartautomaten

Reclame is een heikel punt. Dirrix moet commerciële belangen van winkelierswinkeliers zien te verenigen met een prettige stationsbeleving. Naamborden haaks op de winkel zijn verboden, de naam moet in de gevel worden verwerkt. Reclameborden in de winkel moeten minimaal één meter van de pui af staan. Er is nu discussie over digitale billboards op Amsterdam Centraal, die met hun felle licht de tunnel domineren. Dirrix: „Wij vinden dat de reiziger eerst functioneel moet worden geïnformeerd, pas in tweede instantie met reclame.”

Meer foto's zien van station Arnhem?: Dit is het nieuwe Arnhem Centraal: morgen open

De discussie over de rol van NS als staatsmonopolist heeft ook visuele gevolgen. Het geel van NS zal geleidelijk verdwijnen uit de stations, zegt Dirrix. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu wil dat de stations in uitstraling neutraal worden. Alle vervoerders moeten zich gelijkwaardig kunnen profileren, zonder dominantie van NS. „Kijk maar naar de nieuwe servicewinkel hier. Nauwelijks geel, en op de achterwand staan de logo's van alle vervoerders. Nieuwe kaartautomaten worden in stapjes grijs.” Kleur is politiek.