De beste beleggers ter wereld volg je zo

Buffett, BlackRock en het Noorse staatsfonds hebben miljarden en een ijzersterke reputatie. Hoe kun je hun beleggingsstrategieën kopiëren?

Toen superbelegger Warren Buffett in 1988 en 1989 zijn belang in Coca-Cola kocht, keek Wall Street hem met gefronste wenkbrauwen na. Coca Cola, dat net filmstudio Columbia Pictures had verkocht, stond er niet goed op bij beleggers. Buffett dacht daar al een tijdje anders over.

„Ik geloof dat ik mijn eerste Cola in 1935 of 1936 dronk”, schrijft hij in 1989 aan zijn aandeelhouders. In 1936, toen hij zes jaar was, begon hij een handeltje in de flesjes. Bij zijn opa’s kruidenierswinkel kocht hij zes cola’s voor 25 cent om ze vervolgens voor 5 cent per stuk te verkopen in de buurt. „Ik zag al vroeg de aantrekkelijkheid van het product voor consumenten en de commerciële mogelijkheden ervan.”

Ruim vijftig jaar later zou Buffett in totaal voor 1,3 miljard dollar aan Coca Cola-aandelen kopen, ofwel 9,2 procent van het bedrijf. Inmiddels zijn die aandelen zo’n 17 miljard dollar (15,8 miljard euro) waard. Dankzij dit soort investeringen wordt Buffett dus super-investeerder genoemd en heeft hij een grote schare fans.

Is het zo makkelijk als de op een na rijkste man van Amerika doet voorkomen? Kunnen anderen ook beleggen zoals Buffett? „Je kan wel proberen zijn onderliggende strategie onder de knie te krijgen”, zegt Björn Kijl, onderzoeker aan de Universiteit Twente. Hij schreef er samen met Hendrik Oude Nijhuis zelfs een boek over: Leer beleggen zoals Warren Buffett.

Buffett doet aan value investing, zoals beleggers dat noemen: hij investeert in bedrijven die bovengemiddeld winstgevend zijn, maar bovengemiddeld laag gewaardeerd.

Dat kun je ook zelf proberen te doen. Er zijn boekenkasten vol over geschreven en er worden ook cursussen gegeven. Kijl volgt er bijvoorbeeld volgend jaar een aan Columbia, de universiteit in New York waar Buffett over value-investing leerde van wijlen hoogleraar Ben Graham, grondlegger van het concept.

Een simpelere manier om Buffett te volgen is door hem te spiegelen en alle aandelen die hij koopt en verkoopt ook aan te schaffen of af te stoten. Neem IBM, waar hij vorig jaar voor miljarden instapte. Op IBM maakte Buffett overigens tot nog toe alleen nog maar verlies. Het illustreert het belang van de lange adem als iets wat bij value-investing hoort. Buffett blijft zo ongeveer eeuwig in een bedrijf zitten waarin hij investeert. Hij verkoopt niet als ze even hoog staan, hij raakt niet in paniek als de koersen even dalen.

Zonder emotie Kijl probeert de filosofie van Buffett na te bootsen. „Ik stap dus voor lange tijd in bedrijven met een toekomstige mooie winstgevendheid, tegen een lage prijs.” Als voorbeeld geeft hij Netflix aan het einde van 2011 en Facebook, toen het halveerde in waarde na de beursgang in 2012. „Maar daar moet je dus niet zomaar in zo'n bedrijf stappen. Nu zijn ze beide weer een stuk duurder.”

Kijl gaat naar zulke bedrijven op zoek door er „zonder emotie” allerlei formules op los te laten. Zo zet hij bijvoorbeeld het rendement op het geïnvesteerde kapitaal af tegen de koerswinst-verhouding.

Voor wie dat te ingewikkeld is: er zijn ook andere opties om mee te profiteren met Buffetts beleggingen. De simpelste: aandelen kopen in zijn bedrijf Berkshire Hathaway. „Er zijn veel Buffett-volgelingen die dat doen”, zegt Kijl. De afgelopen vijf jaar steeg de Berkshire-koers van 80 naar 134 dollar. Beleggers die in 1965 een bedrag van 50 dollar in Berkshire investeerden, zijn nu miljonair.

Een probleem met Buffett proberen te imiteren, is dat een steeds groter deel van zijn activiteiten bestaat uit overnames die je als belegger niet kunt spiegelen. Zo kocht hij dit jaar Berkshire voor 37,2 miljard dollar inclusief schulden (destijds 33,9 miljard euro) de Amerikaanse vliegtuigonderdelen- en kunstheupenmaker Precision Castparts. De enige manier om daarvan te profiteren, is door in Berkshire te beleggen.

Overigens gaf Buffett in zijn jaarlijkse brief aan aandeelhouders een opmerkelijke tip aan beleggers, gebaseerd op wat hij zijn vrouw geadviseerd heeft te doen als hij er niet meer is: stop 10 procent in korte termijn staatsobligaties en 90 procent in een goedkoop indexfonds dat de S&P 500 spiegelt (de bekende index van grote Amerikaanse bedrijven).

Volgens Buffett behaal je dan een resultaat dat „superieur” is aan dat van de meeste professionele investeerders – of het nu pensioenfondsen zijn of individuen – die dure managers inhuren. Met andere woorden: de meeste investeringfondsen met hun fondsmanagers bakken er weinig van en presteren op de lange termijn niet beter dan de markt.

Beleggen als BlackRock

Het Amerikaanse BlackRock staat gegarandeerd in de top van grootaandeelhouders, of je nu kijkt naar een willekeurig AEX-fonds als Ahold (belang: 3,99 procent) of KPN (belang: 4,87 procent) of naar internationale reuzen als Facebook (belang: 5,22 procent) en ExxonMobil (belang: 5,79 procent).

Dat is logisch, aangezien BlackRock met 4.500 miljard dollar (4.200 miljard euro) onder beheer de grootste vermogensbeheerder ter wereld is. Het bedrijf heeft ook tal van Nederlandse klanten, vooral verzekeraars en pensioenfondsen.

Zoveel geld zou natuurlijk niet naar het bedrijf stromen als het bedrijf het niet goed belegde. Een van haar geheimen? Aladdin: een digitaal platform dat bestaat uit 25 miljoen regels computercode en dat allerlei beleggingsrisico’s kan doorrekenen. Aladdin, dat gevoed wordt door duizenden computers, is gevestigd in het datacentrum van BlackRock in de heuvels van de Amerikaanse staat Washington. Aladdin is een afkorting van Asset, Liability and Debt and Derivative Investment Network. De kracht ervan is dat het de ingewikkeldste scenario’s kan loslaten op beleggingsportefeuilles. Aladdin kan bijvoorbeeld bekijken of aandelen van Shell, obligaties van ING en bepaalde vastgoedbeleggingen een goed gespreide portefeuille vormen, en wat ermee gebeurt als de centrale bank geen geld meer bijdrukt of er een nieuwe bankencrisis losbarst.

BlackRock verkoopt het systeem ook aan andere partijen, zoals de vermogensbeheertak van ING. Het probleem is alleen dat particuliere beleggers het niet kunnen aanschaffen. Nog niet. „Misschien in de toekomst, via onze distributeurs. Dat is wel onze lange termijn-ambitie”, zegt Bob Hendriks, directeur van de retailtak van BlackRock in de Benelux.

Is het mogelijk om de strategie van BlackRock te spiegelen? Dat is moeilijk: het bedrijf heeft zoveel verschillende fondsen. Daarbij is goed denkbaar dat de ene fondsmanager bepaalt om niet in bepaald bedrijf te investeren, terwijl een collega dat wel doet.

Volgens Hendriks zou je niet als eerste moeten vragen hoe je BlackRock-beleggingen kan nabootsen. „Je moet eerst weten wat je wilt bereiken en een doel hebben. En daarna hoe lang je erover wilt doen om dat te bereiken, en hoeveel risico je wilt nemen.” Op basis van het antwoord op die vragen beslis je hoeveel procent van het vermogen in welke categorie belandt. Pas daarna kan je bepalen of en welk fonds van BlackRock het beste hierbij past.

Beleggen als de Noren

In Noorwegen hebben ze over dit soort zaken al uitgebreid nagedacht. Daar beheert Norges Bank Investment Management (NBIM) de oliebaten voor de ruim vijf miljoen Noren in een speciaal fonds. Door slimme beleggingen is het uitgegroeid tot een fonds van bijna 800 miljard euro.

Het belangrijkste principe van het staatsfonds is dat het streng vasthoudt aan de vermogensverdeling van BlackRock. Jarenlang was dat ‘60-40’: 60 procent van het geld stak het fonds in aandelen en 40 procent in obligaties van overheden en bedrijven. In 2010 besloot de directie dat de verdeling voortaan 60-35-5 werd en dat het fonds ook in vastgoed belegt.

De Noren zijn een schoolvoorbeeld van een partij die op degelijke wijze een strategie uitzet en daar dan consequent aan aanhoudt. In 2008 verloor het fonds door de val van Lehman Brothers zo’n 100 miljard dollar: 23 procent van de toenmalige fondswaarde. Maar NBIM had hier aan voorafgaand, na een uitgebreid politiek proces en studie al besloten om het percentage aandelen in de beleggingsmix uit te breiden van 40 naar 60 procent. Daarom besloot het om tegelijk met het verlies wereldwijd voor zo’n 150 miljard dollar aan aandelen in te kopen. Door de crisis kon dat destijds tegen bodemprijzen.

Voor beleggers is het relatief makkelijk de Noren na te bootsen: de website (nbim.no) is extreem transparant. Als je doorklikt op de wereldkaart, zie je precies hoeveel geld de Noren waarin belegd hebben. In Nederland hebben zij in 68 bedrijven voor 8,8 miljard dollar belegd, en in 16 obligaties voor 7,6 miljard.

Maar al ken je hun beleggingen tot in detail, ze kopiëren is lastig. Het Noorse staatsfonds bezit ruim 4.000 verschillende obligaties en de aandelen van ruim 9.000 bedrijven. Je moet wel erg veel geld hebben, wil je dat kunnen spiegelen. Misschien is Buffett's tip hier een beste alternatief: beleg gewoon in indexfondsen en volg zo de belangrijkste Noorse markten.