Alles zwiert, draait, welft en buigt

Het station van Arnhem is verbouwd. Binnen- en buitenkant vormen samen net zo’n iconisch geheel als het Centraal Station van Rotterdam. Het zit hem in de krul.

De mooiste ‘promenade architecturale’ door het nieuwe Centraal Station van Arnhem, begint in de diepte van de parkeergarage onder het gebouw. Van hieruit voert een lange, smalle trap naar boven, dwars door de vier verdiepingen van de garage. Eenmaal boven , betreed je via een grotachtige ruimte met wanden van ruw beton de stationshal. Eerst heeft die nog een merkwaardig laag plafond, maar na een tiental meters kom je terecht in een weergaloze ruimte waar alles zwiert, draait, welft en buigt. Door kromlijnige gaten in het dak valt het licht mooi naar binnen. Links krult een vloer om tot een wand die op zijn beurt weer overvloeit in een plafond. Rechts draait een brede hellingbaan omhoog naar de Nieuwe Stationsstraat waaraan de toegangen zijn gelegen van Park en Rijn Torens. Die staan er, als onderdeel van het door UN Studio ontworpen nieuwe stationsgebied, al een jaar of tien.

Met deze ‘transferhal’, die op 19 november officieel wordt geopend, heeft Ben van Berkel met zijn bureau UN Studio een internationaal hoogtepunt gerealiseerd in de ‘non-standaard’ architectuur – de eerbiedige benaming voor de zogeheten ‘blob’-architectuur waarbij sterk gebogen vormen de boventoon voeren. Al in 1996 begon Van Berkel, bekend van onder meer de Erasmusbrug in Rotterdam (1996) en theater de Stoep in Spijkenisse (2014), aan het ontwerp voor ‘Arnhem Centraal’. Het plan behelst veel meer dan een spoorwegstation. UN Studio ontwierp niet alleen een grote ‘transfermachine’ met een spoorwegstation, (trolley)busstations, een parkeergarage en een stalling voor 5.000 fietsen, maar ook tunnels, pleinen en kantoorgebouwen onder, op en naast de reuzenmachine.

Geen beton maar staal

Toch duurde de bouw van Arnhem Centraal niet alleen door de grote omvang zo lang. Toen de economische crisis in 2008 uitbrak, leverde de aanbesteding van de hypercomplexe transferhal, vertraging op. Pas nadat werd besloten om de hal niet te bouwen van beton, maar van staal, werd een bouwbedrijf gevonden.

Ondanks de vervanging van beton door staal bleef de bouw van de transferhal een ongekend ingewikkelde puzzel. De wanden en het dak van de hal zijn grotendeels opgebouwd uit duizenden dubbelgekromde staalplaten die allemaal anders zijn. Ze zijn vervaardigd door Centraalstaal, een scheepsbouwer uit Groningen die al eerder betrokken was bij de bouw van blobs.

Het hallucinerende eindresultaat is het wachten waard. Want niet alleen zijn de vloeren, wanden en plafonds van de transferhal gekromd, bijna in het midden staat ook nog een grote wervelende constructie die de ontwerpers van UN Studio de ‘twist’ hebben gedoopt. De gigantische sculptuur , die doet denken aan een dansende derwisj, gaat over in hellingbanen en eindigt op het gekromde dak dat dankzij een andere ‘twist’, geen hinderlijke kolommen als dragers nodig heeft.

Plomp ensemble

Jammer genoeg pakt het exterieur van Arnhem Centraal minder goed uit. Dit komt doordat Van Berkel, net als alle andere blob-architecten, gevels niet beschouwt als op zichzelf staande onderdelen van een gebouw, maar als de contravormen van het interieur. Hierdoor toont de transferhal zich vanaf het Stationsplein als een onelegante krul. Samen met de iets bollende, dichte zijkant van het lange kantoorgebouw boven het busstation aan de Spoorstraat, vormt de krul een nogal plomp ensemble. Maar hoe fragmentarisch het exterieur ook is, tezamen vormen binnen- en buitenkant van Arnhem Centraal net zo’n ‘iconisch’ geheel als een andere recente stationskrul, het nieuwe Centraal Station van Rotterdam.