Voor speelfilms over jihad en radicalisering is de tijd nooit rijp

Regisseur Nicolas Boukhrief zal er moedeloos van worden. In januari werd zijn thriller Made in Paris uitgesteld wegens de slachtpartij bij Charlie Hebdo, deze week opnieuw. De poster – de Eiffeltoren die overgaat in een kalasjnikov – is weer voor niks gedrukt.

Made in Paris, aangeprezen als ‘nerveux, brilliant, un thriler choc’, gaat over een journalist die een terreurcel in de banlieue infiltreert die chaos wil zaaien in het hart van Parijs. De motieven blijven nevelig: terreur is hier een groepsproces waar men zich bijna fatalistisch bij neerlegt.

Het uitstel is begrijpelijk, maar verklaart deels waarom speelfilms al vijftien jaar lang vrijwel niet ingaan op een brandende kwestie: radicalisering van moslimjongeren. Al wordt er op dit moment een Nederlandse film gedraaid over een IS-bruid, westerse filmmakers beperken zich sinds 9/11 liever schuldbewust tot films over uitsluiting en onbegrip: zie het absurde, deels op John Fords The Searchers gebaseerde Les Cowboys later deze maand.

Moslimregisseurs dan? Paradise Now van de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad gaat over zelfmoordterroristen: het ultieme motief blijkt een falende vader. Dat ziet ook de Marokkaanse regisseur Nabil Ayouch als diepste drijfveer in zijn nauwgezette epos Les Chevaux de Dieu uit 2012, over de reeks zelfmoordaanslagen in Casablanca van 2003. Natuurlijk, er is vervreemding, uitzichtloosheid, seksuele frustratie, maar bovenal missen de bekeerlingen uit de sloppen een rolmodel, „erg belangrijk in onze patriarchale cultuur”, aldus Ayouch. Die begripvolle imam met vochtige ogen kan zich zo als invalvader opwerpen. Aan falende vaders ontbreekt het vast ook niet in Molenbeek.

Tot zover de oogst van vijftien jaar film, al is er nog die pikzwarte komedie Four Lions uit 2010, over vijf ‘zelfradicaliserende’ jihadisten die al blunderend een bloedbad aanrichten bij de marathon van Londen. Er valt grimmige Four Lions-achtige humor te peuren uit de zelfmoordterroristen die vrijdag bij het Stade de France tussen tienduizenden voetbalfans slechts drie natte vlekken op het asfalt achterlieten: het stadion begroette hun eerste knal met gejuich. Maar wij kunnen er niet om lachen omdat hun vrienden zo’n gruwelijke slachting aanrichtten.

De tijd is niet rijp, is nooit rijp, voor speelfilms over wat ons echt bang maakt. Waarom doen ze zoiets vreselijks? Waarom haten ze ons? Haten ze ons? Documentaires zoeken antwoorden: zie het IDFA. Speelfilms vermijden de vraag liever.