Volledig verdwijnen in het moment

IDFA heeft twee bergbeklimfilms, met spectaculaire beelden én de pijn van de nabestaanden.

Beeld uit Meru, te zien op het IDFA.

Een vrouw wiegt haar baby van een paar maanden. Ze zit op een rots, boven een afgrond. Je zou zomaar kunnen denken dat het een toeristische snapshot is, ware het niet dat er een klimtouw naast haar ligt. Is zij een moeder of een klimmer? En als ze beide is, gaat dat samen? Baren is een leven voortbrengen, en klimmen is er een op het spel zetten.

Het menstype van de Homo Sapiens Everest wil altijd hoger, steiler en méér. Voorbij de 7.500 meter betreedt hij de Zone des Doods, waar door gebrek aan zuurstof acclimatisering onmogelijk is en het lichaam de strijd moet aanbinden met de tijd, de natuurelementen en de ijle lucht. Tenen en vingers kunnen afsterven en een hersenbeschadiging ligt op de loer.

George Mallory, die begin jaren twintig probeerde de Everest te bedwingen, gaf het bondigste antwoord op de vraag waarom je in vredesnaam die berg zou willen beklimmen. Er is geen rationele reden, hij antwoordde alleen maar: „Because it’s there.

Het is het beroemdste antwoord in de klimgeschiedenis, maar ik heb het altijd een nogal stug kort-van-stof-mannen-antwoord gevonden. De Poolse klimmer Eliza Kubarska komt in het begin van de documentaire K2: Touching the Sky met meer toelichting vanuit haar tent op de K2, de 8.611 meter hoge bergtop op de Pakistaans-Chinese grens: „Als je klimt zijn heden en verleden irrelevant. Het enige wat telt is het moment zelf. Als je klimt ben je niemands ouder, kind, echtgenoot of echtgenote. Je bent de pijn in je spieren en het verlangen om de top te bereiken. Die sensatie van het hier en nu, niet het verleden, niet het heden, kan met niets worden vergeleken.”

Een echte klimmersfilm probeert die spannende hier-en-nu-sensatie te vangen en is als een James Bondfilm: weinig reflectie, veel actie, plus de vaste adrenaline-ingrediënten. Sterke Man in Stoer Pak van Gore Tex wil Berg Bedwingen. Met een paar andere Sterke Mannen komt hij aan in het Basiskamp. Volgt een spiritueel ritueeltje met lokale bevolking, waarna het echte werk begint: het Klimmen. Het zit altijd tegen. Een expeditielid wordt ziek, het basiskamp kan niet worden bereikt, er komt een snijdende storm op. Iemand bungelt aan een touw, het symbolische zijden koordje van het leven. Maar dan is daar De Top die alles goedmaakt. Man staat nu bovenop de Berg. Film klaar.

Meru, gebaseerd op de beelden die drie Amerikaanse klimmers zelf maakten, is zo’n klassieke klimmersdocumentaire. De mannen willen deze gevaarlijke berg in de Himalaya beklimmen. Dat is een grotere uitdaging dan de Everest, want er zijn geen sherpa’s die daar de zuurstofflessen omhoog willen sjouwen. We zien hoe de klimmers verticaal tegen een loodrechte wand overnachten. Dat filmen is een spectaculair huzarenstukje op zich. Na een mislukte eerste poging waar ze ternauwernood aan de dood ontsnappen, probeert het drietal het een aantal jaren later opnieuw. Waarom? Omdat het een Oost-Europees team in de tussentijd niet lukte. En dus ‘moesten zij wel’. De Berg is als een lonkende minnares die de man steeds huis en haard doet verlaten.

K2: Touching the Sky van Eliza Kubarska is de oestrogeenbom onder de klimmersfilms. Het begint al met de chronologie. We staan meteen op de top. Het blijken archiefbeelden van een beklimming uit 1986, toen dertien klimmers het leven verloren op de K2. Samen met vier kinderen van klimmers die destijds omkwamen, bezoekt Kubarska de K2. Twee verhalen lopen door elkaar: een reconstructie van de fatale K2-beklimming en de terugblik van hun inmiddels volwassen kinderen op hun klimmende vaders en moeders. De maakster kampt ook persoonlijk met het dilemma dat ze via de nabestaanden onderzoekt: klimmen en baren, beide ervaart zij als een instinct, maar kan zij haar kind een klimmende moeder aandoen?

Een van hen is zelf een goede klimmer geworden. Lukasz Wolf demonstreert dat op een rots bij de K2. Zijn verhaal is bijzonder pijnlijk: zijn moeder begon meteen na zijn geboorte met grote expedities en was maanden achtereen weg. Ze overleed toen hij vier jaar was. Hij veroordeelt haar keuze. In de documentaire wordt niet gepsychologiseerd, zelfs de vraag; ‘En waarom klim je nu zelf’ wordt niet gesteld. Dat zijn manco’s, want daar waar het deze film aan adrenaline ontbeert, zou hij dat moeten compenseren met reflectie. En hoewel Kubarska ietsje langer van stof is dan Mallory, loopt ook zij niet echt over van taal.

Een paar sterke beelden maken veel goed. Aangrijpend is het om de dochter van Julie Tullis, de beroemde Britse klimmer, hijgend en puffend naar de gedenksteen van haar moeder aan de voet van de K2 te zien klimmen. Eerder vertelde ze dat ze vroeger niet het leed voelde dat de wereld haar aan wilde praten. Haar moeder was een klimmer, het doodsbericht zou hoe dan ook op een dag komen. Ze nam het haar ook niet kwalijk, want dit was nu eenmaal wie haar moeder was. Ze hield van bergen. In het vrouwelijk narratief is de Berg ook een Zij, maar dan een ongenaakbare Godin die wikt en beschikt over het leven. De dochter heeft wat overgewicht en moet langs een steil stuk lopen. Met het angstzweet op haar gezicht bereikt ze de gedenksteen, waarna ze bars zegt: „Zo. En nu wil ik naar huis.”