Column

Veilig gebied

Ook na de aanslagen in Parijs bleef het dreigingsniveau in Betondorp onveranderd nul. De zelfmoordterrorist die zich naar hier liet sturen moest wel een onverbeterlijke masochist zijn. Stond je met je bomgordel voor het buurthuis op De Brink, en dan? Hopen maar dat er die dag bejaardengym zou zijn, anders bleef je wachten op voorbijgangers. Wijkagent Monique zou waarschijnlijk de eerste zijn, die hadden we de afgelopen dagen vaker dan normaal heel nadrukkelijk preventief aanwezig zien zijn. Hup, daar jakkerde ze weer door regen en wind op de dienstfiets. Alsof de kritiek als zou ze niet waakzaam zijn haar op de hielen zat. Als je het nieuws wilde halen kon je nog het beste je kalasjnikov leegschieten bij buurtsuper Oosterwaal, al was het maar omdat ik daar vaak stiekem stond te roken, maar of dat genoeg was voor 72 maagden in het paradijs viel te betwijfelen.

Nee, de vriendin, het kind en ik zaten goed in deze vergeten uithoek tussen Amsterdam-Oost en Diemen. Wij woonden toch maar mooi in de veiligste wijk van Amsterdam, wat voor veel bewoners overigens geen reden was om de rondwandelende moslim minder argwanend aan te kijken.

De zo gevreesde onderbuik was hier grijs, had een vriendelijk gezicht, at magnetronmaaltijden en hield aan het eind van het salaris steevast nog een stukje maand over. De onderbuik kwam geld lenen en terugbrengen, stak een lief gezicht in de kinderwagen, verzamelde de post als je op vakantie was, zwaaide als de was op het balkon aan de lijn werd gehangen, leefde mee met de zieke Johan Cruijff en verwende je kat met stukjes vlees of vis. En verder gooiden ze alles graag op een hoop: de vluchtelingen, moslims, nepartiesten als René Froger, IS, kloteregering en geldgebrek.

Het leven was vechten. Tegen de Sociale Dienst, de woningbouwvereniging, de yup in de koopwoning die alles kwam verpesten omdat hij overal anders over dacht, het rookverbod in de horeca en de politiek.

„Het maakt niet uit waarop je stemt, gepakt worden we toch.”

Fijn dat ze het nu ook een keer op televisie zeiden dat het oorlog was. Ze zouden af en toe naar de actualiteit zappen om te zien hoe of het afliep, want op straat gebeurde helemaal niets. Het was hier ontzettend veilig, maar als je wilde hoefde je daar niets van te merken.