Opmars IS-terreur stuit je niet met buurtwerk hier

Een bende religieuze fanatici dendert al moordend en verkrachtend door het Midden-Oosten. De frontlinie ligt nu in onze steden. Ten oorlog dus, betoogt Walt vander Linden.

De open brief die cultuurhistoricus David van Reybrouck schreef aan de Franse premier Hollande (16/11, NRC) staat bol van de kromme vergelijkingen en typografische kritiek. Hij stelt Hollandes speech gelijk met Bush’ retoriek anno 2001, kritiseert hem om het begrip ‘terroristisch leger’ en stelt dat de aanslagplegers juist amateurs waren.

Van Reybroucks polemiek is één van de vele voorbeelden van uitermate zwak beargumenteerd pacifisme, dat sinds de dertiende november in verschillende kranten is opgedoken. In tegenstelling tot Van Reybrouck schrok ik niet van Hollandes woorden: in zijn positie is relativisme electorale zelfmoord. Bovendien: ‘oorlogstaal’ en ‘weloverwogen handelen’ sluiten elkaar helemaal niet uit.

Van Reybroucks stuk deed me denken aan The Reign of ‘Terror’, een stuk van Tomis Kapitan vorig jaar in The New York Times van 19 oktober 2014. De filosoof betoogt dat de retoriek van terreur het onderscheid tussen fundamentalisten en vrijheidsstrijders opheft, de aandacht afleidt van de effecten van het eigen beleid, de mogelijkheid tot onderhandelen wegneemt en de weg vrijmaakt voor gebruik van geweld door in te spelen op angsten van de burger. Als voorbeeld geeft Kapitan een boek uit 1986, geschreven door Benjamin Netanyahu, waarin deze stelt dat terrorisme ‘niet voortkomt uit leed van een volk, maar een neiging tot ongebreideld geweld’, en dat terroristen beschikken over ‘een wereldbeeld waarin bepaalde ideologische en religieuze overtuigingen het afwerpen van morele restricties rechtvaardigen’. Uiteraard betreft het hier Palestijnse groeperingen.

Retoriek dus, die er toe dient de tegenstander te ontmenselijken. Language shapes reality. De vraag is of deze overweging nog geldt als het om IS gaat. Onthoofdingen, verbrandingen, seksslavinnen, aanslagen. IS maakt het ons wel erg lastig een ‘morele restrictie’ te ontwaren die ze om ideologische redenen zou hebben ‘afgeworpen’. Versta me niet verkeerd: nuance, dialoog en onderhandelen acht ik hoog. Maar gegeven de daden van IS doet Hollande met zijn oorlogsretoriek gewoon recht aan de realiteit. Acts shapes reality.

IS hóópt juist op een oorlogsverklaring, waarschuwt Van Reybrouck. Dus omdat IS het wil moet Hollande die oorlogsverklaring maar achterwege laten? Het absolutisme van IS maakt dialoog of onderhandeling onmogelijk. Niet voor niets spreekt Obama van een ‘tumor’. Dat er tot nog toe geen boots on the ground zijn, komt vooral omdat de Amerikanen oorlogsmoe zijn. Maar inmiddels merken ook zij dat bombardementen en inspanningen van lokale strijdkrachten niet genoeg zijn. Van Reybrouck ziet niet in dat we in oorlog zijn: de coalitie voerde reeds 8000 luchtaanvallen uit.

Van Reybrouck slaat Hollande om de oren met een simplistische samenvatting van 14 jaar geopolitiek. Bush kwalificeerde 9/11 als oorlogsdaad, wat leidde tot de invasie van Afghanistan, en indirect tot die van Irak. De destabilisatie van Irak, en de oorlog in Syrië, creëerde het machtsvacuüm waarin IS ontstond. Dit brengt hem tot de volgende aanklacht: ,,Wat in Parijs is gebeurd, is een onrechtstreeks gevolg van de oorlogsretoriek die uw collega Bush in september 2001 gehanteerd heeft. En wat doet u vervolgens? (…) Exact dezelfde terminologie hanteren.”

Een drogredenering. Oorlogsretoriek leidde tot de invasie van Irak en andere desastreuze resultaten, dus zal het dat nu weer doen. Van Reybrouck heeft blijkbaar een surrealistisch hoge dunk van de macht van retoriek: hij meent dat het hanteren van dezelfde terminologie in volstrekt verschillende situaties vergelijkbare gevolgen zal hebben.

Een vergelijking die wél hout snijdt is die met de Franse interventie in Mali van januari 2013. Met een relatief bescheiden, maar goed getimed en doortastend optreden werd daar de stichting van een islamitische vrijstaat voorkomen en de stabiliteit in het land (min of meer) hersteld. Een ingrijpen dat gepaard ging met oorlogsretoriek en – handelingen – maar ook één dat wist te voorkomen dat honderdduizenden mensen onder de invloedssfeer van religieuze fanaten kwamen.

Dat Syrië complexer is en het verslaan van IS niet direct de regio zal stabiliseren of tot een einde aan terreur in Europa zal leiden, is duidelijk. Maar laten we niet doen alsof de tumor die IS is verdwijnt door ‘stoïcisme en nuchterheid’, zoals Arnon Grunberg bepleit in zijn Volkskrant-voetnoot van 16 november. Oorlog is zelden hét antwoord, maar zelden ook was een pacifistische boodschap zo misplaatst als nu. Daarbij gaat het in eerste instantie niet eens om zaken als ‘onze veiligheid’ of ‘solidariteit met de Fransen’, maar om de veiligheid van en de solidariteit met de bevolking van Syrië en Irak. Wellicht was de invasie van Irak een vergissing – maar we zíjn gegaan. Als we lessen trekken uit Irak, laat die dan alsjeblieft genuanceerder zijn dan ‘militaire interventie is contraproductief’.

Steeds weer wordt een vals dilemma gecreëerd, waarbij ‘oorlogstaal’ en ‘militair ingrijpen’ tegenover ‘het aanpakken van de achterliggende oorzaken’ wordt geplaatst. Waar Grunberg pleit voor ‘stoïcisme en nuchterheid’ en Van Reybrouck de Noorse premier Stoltenberg citeert (‘meer democratie, meer openheid, meer participatie’), durft ‘activist’ Frénk van der Linden het zelfs aan te stellen dat bestrijding van IS zal falen zonder aandacht voor de discriminatie van allochtonen en de erkenning van mensenrechtenschendingen in Israël. Om het even cru te zeggen: momenteel dendert een bende religieuze fanatici al moordend en verkrachtend door het Midden-Oosten. Als Westerse straaljagers hen niet stoppen, is het onwaarschijnlijk dat stoïcisme of openheid, laat staan ‘de bestrijding van racisme in Nederland’ binnen afzienbare termijn tot zelfs maar een hinderlijk oponthoud zal leiden.

Waarom zou krachtig militair optreden niet samen kunnen gaan met, bijvoorbeeld, inspanningen op het gebied van deradicalisering? Die zaken sluiten elkaar niet uit, integendeel, diverse Amerikaanse denktanks bepleiten zo’n combinatie al sinds 2014. De strijd tegen IS moet worden gevoerd op social media en in Sint-Jans-Molenbeek, maar toch zeker ook in Syrië en Irak. Nu de bombardementen niet het gewenste effect blijken te hebben en de frontlinie in onze hoofdsteden is komen te liggen, is het de hoogste tijd voor intensivering – mogelijk zelfs boots on the ground. Dat is geen herhaling van de fouten uit 2003, maar handelen dat voortvloeit uit een morele verplichting deze fouten te herstellen.