Terroristen en gezag in België

Alles heeft een prijs – en dat geldt dus ook de zwakke staatsstructuren van onze zuiderbuur België. Dat een aantal daders van de aanslagen in Parijs onopgemerkt kon verblijven of wonen in de Brusselse deelgemeente Sint-Jans-Molenbeek, lijkt steeds minder toeval.

Autoriteiten daar erkennen dat de versnippering van het gezag in de ‘hoofdstad van Europa’ over negentien deelgemeenten en zes verschillende politiezones aan de ramp in Parijs heeft bijgedragen. Het gezag toont zich geschrokken en belooft verbetering. Meer middelen, meer personeel, meer informatie-uitwisseling. Het komt geen dag te laat. Screening van het internetverkeer op radicale websites was in Brussel toevertrouwd aan één agent, met een halve baan. De operatie schoon schip is nu onderweg, helaas volgens het klassieke recept over de put en het verdronken kalf.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is een kunstwerk van politieke en staatkundige afspraken over territoria en bevoegdheden. Net als België zelf trouwens, waar de macht zorgvuldig is verkaveld over Gewesten, Gemeenschappen en de Federale overheid. Wie zich nog de kiesstelselperikelen rond ‘BHV’ herinnert en de ongewenste ‘verfransing’ van Halle-Vilvoorde, weet dat Brussel de gordiaanse knoop van België is. Een tweetalige hoofdstad met een eigen regering en gouverneur, die psychologisch meer bij Wallonië hoort maar toch de hoofdstad van Vlaanderen vormt en desondanks niet de indruk wekt Nederlands te willen, of kunnen, spreken.

In die omgeving gedijen dus negentien burgemeesters en zes politiezones. Zou België de politieke wil kunnen opbrengen om dit doolhof van overheden en besturen te vereenvoudigen? Zulke operaties zijn intens moeilijk, zoals de fusie van de Nederlandse politie bewijst. En ook bij ons zit de discussie over het teveel aan provincies vast in de klei van partijbelangen. Toch mag gehoopt worden dat België hier weet te saneren. Als het land ergens ervaring mee heeft, dan is het immers met staatkundige hervormingen. Brussel kan het zich niet veroorloven als ‘hoofdstad van de terreur’ te worden gebrandmerkt. Dat voorkomen en bestrijden is een belang dat behalve met Vlaanderen en Wallonië, zeker met de omringende landen wordt gedeeld. De federale minister van Justitie Koen Geens noemde de Brusselse deelgemeente Sint-Jans-Molenbeek al een ‘passageplaats’ voor terroristen. De minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon vond de situatie er onacceptabel en wil de wijk uitkammen. Dat is begrijpelijke retoriek; het echte werk is taaier. Dat gaat over inzicht in de wijk, contact met bewoners, doelmatig toezicht en inlichtingenwerk. Maar ook over samenwerking tussen politiediensten en korte lijnen in het bestuur. Mag het een onsje minder ‘Belgisch’?