Rugby verliest zijn grootste held

Jonah Lomu, oud-speler van de All Blacks,  was de eerste echte superster in het internationale rugby.

Jonah Lomu als All Black tijdens een interland tegen Australië in 2001, in Dunedin. De voormalige sterspeler overleed vanochtend in Auckland op 40-jarige leeftijd.
 

Tegenstanders spraken zijn naam uit met een mengeling van ontzag, angst en bewondering. All Black-legende Jonah Lomu, die met zijn brute oerkracht en zijn oogverblindende try’s het rugby voorgoed veranderde, overleed vanochtend plotseling, thuis in zijn geboortestad Auckland, aan een hartstilstand. Lomu, die leed aan een zeldzame nierziekte, was slechts 40 jaar oud.

Vorige maand was hij nog aan het werk op het WK in Engeland en Wales, voor één van de sponsors van het toernooi dat gewonnen werd door ‘zijn’ All Blacks.

De betekenis van Lomu voor de ontwikkeling van het rugby als professionele wereldsport, ook vanuit commercieel oogpunt, is van onschatbare waarde.

Bescheiden buiten het veld, een beest zodra hij het All Blacks-shirt aantrok

Bescheiden buiten het veld, een beest zodra hij eenmaal het zwarte shirt van de All Blacks om zijn schouders had. Tussen 1994 en 2002 speelde de winger 63 interlands voor Nieuw-Zeeland. De gentle giant scoorde daarin 37 try’s. Hoewel hij nooit een wereldtitel won met de All Blacks is Lomu nog altijd, samen met de Zuid-Afrikaan Bryan Habana, WK-topscorer met vijftien try’s op de eindtoernooien van 1995 (in Zuid-Afrika) en 1999 (Wales).

Met zijn ongeëvenaarde aanvallende kracht bracht hij een revolutie teweeg in het rugby. Tegenstanders ketsten simpelweg op hem af als Lomu, een menselijke bulldozer van 1,92 meter en 119 kilogram, op snelheid was gekomen – de bal losjes in een arm geklemd.

Lomu werd geboren in Auckland, als zoon van immigranten uit Tonga, waar hij zijn jongste jaren doorbracht. Als kind zag hij meer geweld dan hem lief was, mede veroorzaakt door zijn drankzuchtige vader, een fabrieksarbeider. Nadat de jonge Lomu in één van de ruige buitenwijken van Auckland een vriend had verloren door een steekpartij tijdens een ruzie tussen straatbendes, vestigde hij al zijn aandacht op een carrière in het rugby, volkssport nummer één in Nieuw-Zeeland, ook onder de Polynesische immigranten.

Lomu maakte in 1994 in Christchurch zijn debuut voor de All Blacks, net negentien jaar oud, als jongste international ooit voor Nieuw-Zeeland. Een jaar later, bij het WK in Zuid-Afrika, groeide hij met zijn kenmerkende speelstijl, een unieke combinatie van snelheid en kracht, uit tot de grote ster in zijn sport.

Eén van zijn vier try’s in de halve finale tegen Engeland, waarbij hij bijna letterlijk door een hele serie tegenstanders heen walst, werd dit jaar nog gekozen tot de beste uit de WK-geschiedenis.

Nierziekte beperkte zijn loopbaan

Lomu was enkele jaren de schrik van de rugbyvelden, maar zijn loopbaan werd bekort door de nierziekte, nefrotisch syndroom, die bij hem al in 1996 was ontdekt.

Vanaf 1998 ging zijn fysieke gesteldheid achteruit, ook al was hij in 1999 nog één van de beste spelers op het WK, met acht try’s. Zijn laatste interland speelde hij in 2002, tegen Wales.

In 2004 onderging hij een niertransplantatie, waarna hij even terugkeerde in het rugby. Lomu trok veel bekijks in de competities van Frankrijk en Wales, maar in 2006 stopte hij definitief. Vier jaar geleden bleek dat zijn lichaam de donornier afstootte.

In de rugbywereld wordt geschokt gereageerd op het overlijden van Lomu. „Ik kan het trieste nieuws nog steeds niet geloven”, schrijft All Black Dan Carter, één van de wereldkampioenen van vorige maand, vanochtend op Twitter.

„Waar je ook komt, de All Blacks zijn enorm, maar de enige speler over wie wordt gesproken in Jonah Lomu”, zegt oud-aanvoerder Tana Umaga. „Hij heeft het rugby in zijn eentje op de kaart gezet.”