Column

Puddingbuks tegen kalasjnikov

Saleh Abdeslam is in Rotterdam gesignaleerd. Een mevrouw weet zeker dat ze de voortvluchtige aanslagpleger uit Parijs heeft gezien. „Ik zag een auto met een Belgisch kenteken”, zegt ze tegen de meldkamer. „En achter het stuur zat een Noord-Afrikaanse man.” Een andere man zag hem in Rotterdam-Zuid.

„Als er een voortvluchtige is, ziet iedereen hem ineens”, zegt Frans Snitjer, supervisor calamiteitencoördinator bij de politie. Hij zit met tientallen agenten aan bureautjes in de meldkamer aan de Wilhelminakade. Voor iedere agent staan vier pc-schermen met binnenkomende meldingen. Aan de muur worden camerabeelden geprojecteerd. Van de synagoge en het woonhuis van de rabbijn. Van straten en pleinen waar net een incident is doorgegeven.

De politie is op alle meldingen afgegaan – zonder resultaat. Toch denkt inspecteur Roland van der Hilst van het basisteam IJsselmonde dat de kans niet denkbeeldig is dat Salah Abdeslam opduikt in Rotterdam. Maandag briefte hij op bureau De Veranda zijn team van 25 agenten. „De dag van de aanslag gaat komen”, zei hij. „Ben jij bereid iemand dood te schieten?”

Hij liet dia’s zien van de aanslagen: de lichamen van de slachtoffers in concertzaal Le Bataclan, portretten van gezochte medeplichtigen. „Zorg ervoor dat je je wapen goed hebt onderhouden”, drukte hij de agenten op het hart. „Dat je kunt schieten als dat nodig is. Dat je niet met je puddingbuks ineens tegenover een kalasjnikov staat.”

Als er een aanslag wordt gepleegd, rent het publiek weg, zegt Van der Hilst, maar de agenten moeten er juist op af. „Als je jezelf dan wegrelativeert ben je nergens meer.” De ongewapende collega’s – de baliemedewerker, een vrouwelijke agent die regelmatig verdachten verhoort – schrokken ervan. „Zo iemand kan gewapend zijn”, zei de agente. Anderen vonden het een naar idee dat zij doelwit kunnen zijn van een aanslag.

Anderhalve maand geleden waren er drie Pakistanen bij een cruiseschip aan de Wilhelminakade gesignaleerd. Waren ze een aanslag aan het voorbereiden? Kentekens werden genoteerd en de achtergrond van de drie onderzocht. Er bleek niets aan de hand te zijn.

Wat doet Roland van der Hilst als hij zelf oog in oog komt te staan met Salah Abdeslam? „Ik heb hem 100 procent op mijn netvlies”, zegt hij. „De instructie is om hem alleen te spotten.” Rotterdamse agenten zijn slagvaardig, zegt hij, die zijn geneigd erop af te gaan. „Niet doen. Hij zal gewapend zijn. Ik sein de speciale eenheid in, dan neemt die het over. Ik moet de tijd zien te overbruggen tot de zwaarbewapende collega’s komen.”