Politieke reflex: iets extra’s doen

Achtergrond Tweede Kamer

Premier Rutte debatteert morgen in de Kamer over ‘Parijs’. Wat kunnen we nog meer doen?

foto BART MAAT/ANP

Zie maar eens te voorkomen, zei PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom gisteren, dat „een groepje mannen in Brussel in een busje stapt met hun kalasjnikovs en rechtstreeks naar Amsterdam rijdt”. Honderd procent veiligheid kan een kabinet nooit garanderen, wil hij er maar mee zeggen.

Morgen debatteren de fractievoorzitters in de Tweede Kamer met premier Mark Rutte over de aanslagen in Parijs. De natuurlijke reflex van politici is: maatregelen willen nemen. Laten zien dat zij iets dóén. Wat moet anders, meer, minder, beter? Doet het kabinet genoeg om de kans op een terreurdaad in Nederland te minimaliseren? En om de angst weg te nemen?

Toch ligt het antwoord op die vragen dit keer voor de meeste partijen niet in nieuwe plannen. De alertheid is groot, vanwege het complexe dreigingsbeeld. Het kabinet bekijkt of extra grenscontroles nodig zijn en of de identificatie van asielzoekers kan worden verbeterd, schreef Rutte gisteren aan de Kamer. Maar nieuwe structurele maatregelen tegen radicalisering liggen niet voor de hand.

Het kabinet trok begin dit jaar, na de aanslag op weekblad Charlie Hebdo, al 129 miljoen euro extra uit voor de veiligheidsdiensten. Dat was op aandringen van zowat de hele oppositie. Nu opnieuw pleiten voor meer extra geld, zou blijk geven van een slechte inschatting toen. „Meer geld is niet per se de oplossing. En als het kabinet wel nieuwe maatregelen wil nemen of een groter budget nodig heeft, moet het zich maar melden”, zoals VVD-fractievoorzitter Zijlstra gisteren zei.

Vorige week stuurde minister Van der Steur (Justitie, VVD) een update: er lopen tachtig aan jihadisme gerelateerde onderzoeken bij het Openbaar Ministerie, met ongeveer 110 verdachten. Afgelopen vier maanden zijn negen mensen aan de terrorismelijst toegevoegd, die lijst is nu 27 personen lang. De politie heeft „meer aandacht” voor de opsporing van handel in vuurwapens. En „visumplichtige extremistische sprekers”, haatimams dus, worden zoveel mogelijk geweerd.

Tegelijk zal het grootste deel van de oppositie morgen juist zeggen dat het kabinet harder moet werken. Het repressieve deel van de plannen loopt achter op de rest omdat de wet daarvoor anders moet. Het eerste wetsvoorstel, dat regelt het verlies van het Nederlanderschap bij het plegen van terroristische activiteiten of de voorbereiding daarvan, ligt nu in de senaat. Andere wetsvoorstellen zijn nog niet ingediend.

In de publieke opinie kreeg de ‘softe’ aanpak van radicalisering in Nederland lof. De gedachte is dat theedrinken werkt. Investeren in wijkagenten en straatcoaches dus. Recent onderzoek concludeert dat het beter kan. Gemeenten begrijpen dat ze niet alle gevoelige informatie van het OM of de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding kunnen krijgen, maar die „gebrekkige informatie-uitwisseling zit de uitvoering van hun taken op lokaal niveau in de weg”.