Plots kon ik niet meer werken

Wie: Caroline van Kessel (41)

Waar: Woont samen met haar man en tienjarige zoon in de binnenstad van Den Bosch.

Hoe werd ze ziek? „In april 2010 ging ik met mijn toen vijfjarige zoontje mee op schooluitstapje naar een melkveehouderij bij Veghel. Daar moet een geitenhouderij in de buurt zijn geweest.

„In de meivakantie gingen we naar Spanje. Daar kreeg ik hoge koorts, een bonkend hoofd, pijn aan mijn huid en gewrichten. Ik kon het zonlicht niet verdragen en begon ook over te geven. Tijdens mijn eerste zwangerschap was ik erg misselijk geweest, dus kochten we een zwangerschapstest. Ik bleek zwanger.

„Omdat ik hondsziek was, reisden we naar huis. In het ziekenhuis werd ik uitgedroogd aan een infuus gelegd. Iedereen dacht aan ernstige zwangerschapsmisselijkheid. Omdat ik fysiek zo achteruit bleef gaan, was er geen andere keuze dan mijn zwangerschap te beëindigen. Daarop stopte het overgeven. Maar de pijn, het bonkende hoofd en de koorts bleven.

„Eenmaal thuis probeerde ik mijn werk als beleidsmedewerker bij de provincie Noord-Brabant weer op te pakken. Ik moest verder, dacht ik, ondanks de verdrietige ervaring. Het ging totaal niet. Na een dag werken kwam ik thuis met hoge koorts en moest ik direct naar bed.

„Uiteindelijk drong ik bij de huisarts aan op uitgebreid bloedonderzoek. Uitslag: Q-koorts. Deskundigen van het Radboudziekenhuis konden herleiden dat de besmetting rond de meivakantie had plaatsgevonden. Ze zeiden dat het te laat was om te behandelen. Alleen in de acute fase helpt antibiotica. Ik was inmiddels acht maanden verder. Ik heb het O-koortsvermoeidheidssyndroom, waarvan inmiddels duidelijk is dat de klachten acht tot tien jaar aanhouden.”

Wat volgde. „Ik was 35 en mijn carrière was net een vlucht aan het nemen. Plots kon ik niet meer werken. Na twee jaar werd ik ontslagen door de overheid die tekort was geschoten in de aanpak van Q-koorts. Dat was vernederend. Waar ik mezelf eerst maatschappelijk relevant voelde, voelde ik me nu een nietsnut. En nog altijd voel ik jaloezie als ik andere vrouwen hoor over hun banen.

„Mijn zoon wilde heel graag een broertje of zusje. Soms vroeg hij wekelijks of er een baby in mijn buik zat. Ook mijn man had graag een tweede gewild. Ik heb heel veel last van schuldgevoel gehad.

„Mijn aandoening zorgt voor verhoogde ontstekingsreacties. Ook in mijn hoofd. Daardoor kan ik niet meer goed lezen. In de middag wordt het moeilijker me te focussen. Dan weet ik bijvoorbeeld niet meer wat ik nodig heb voor het avondeten.

„Als ik een glas wijn drink, krijg ik koorts. Als ik naar een feestje ga, heb ik daar een week last van. Door de vermoeidheid en pijn ben ik in de opvoeding niet altijd zo consequent en geduldig als ik wel zou willen zijn.

„Het voelt alsof ik elke ochtend opsta met een te strakke helm van tien kilo die niet meer weggaat. Ik speel de vrouw die ik was, maar niet meer ben. Ik kan mijn beroep niet meer uitoefenen, niet meer schilderen, zoals ik vroeger graag deed. Ik sleep me door de dagen. Alles is te veel. Maar ik wil niet zuur worden. Ik heb nu psychologische hulp gezocht om mijn nieuwe ik te leren accepteren.”

Waarom de rechtszaak? „Ik ben boos. De Q-koortscrisis brak in 2007 uit. Ik kreeg het in 2010. Dat had niet gehoeven. Twee CDA-ministers en CDA’ers in Brabant hebben de boeren te lang beschermd en het economische belang zwaarder laten wegen dan de volksgezondheid. Dat klopt niet.

„Er zijn mensen die Q-koorts kregen, hun bedrijf verloren, hun huis moesten verkopen. Die kunnen het niet betalen een rechtszaak aan te spannen. Ik doe het ook voor hen. En voor de mensen die chronische Q-koorts kregen, waar ze nooit meer vanaf komen. Die mensen zijn zo ontzettend ziek.

„Ik verwacht dat wij deze zaak gaan winnen, na al die onderzoeken die hebben aangetoond hoezeer de overheid in gebreke is gebleven. Ik denk ook dat het heel lang gaat duren. Misschien wel tien jaar. Dat is voor sommigen te laat. Toch vind ik dat we het niet níét kunnen doen.”