Onbestuurbaar Brussel ideaal voor terrorist

Brussel bestaat uit 19 deelgemeenten en zes politiedistricten. De bestuurskluwen maakt het onmogelijk radicalen te vinden en te volgen.

Speciale eenheden van de Belgische politie bereiden zich voor om een huis binnen te vallen in het Brusselse stadsdeel Molenbeek. Foto DIRK WAEM/Belga/AFP

De „georganiseerde chaos”, volgens de een. Een „bestuurlijk doolhof”, zegt een ander. Opnieuw – na de aanslagen op het Joods Museum, Charlie Hebdo, de Thalys en nu weer Parijs – fungeerde de Belgische hoofdstad als uitvalsbasis van de terroristen. Ze woonden er of verbleven er tijdelijk en troffen er hun voorbereidingen. In alle rust.

Hier „verdwijn je makkelijk in de anonimiteit”. Die vaststelling komt niet van een stadssocioloog, maar van een van de zes hoofdcommissarissen van politie. New York, met 11 miljoen inwoners, is één politiezone. Brussel (1,2 miljoen) heeft er zes.

Wie bevrijdt ons uit deze „onontwarbare kluwen van de Brusselse bureaucratie”, vroeg schrijver-regisseur Michiel Geluykens zich gisteren af in de Vlaamse krant De Standaard. In 2013 werd hij op weg naar huis in de Brusselse gemeente Molenbeek kennelijk zomaar in de rug geschoten. De daders werden nooit gepakt.

Vijf dagen na de aanslagen in Parijs klinkt de noodkreet van Geluykens door in de internationale berichtgeving over Brussel: wie wordt daar afgerekend op het falende opsporings- en veiligheidsbeleid?

Van een afrekencultuur is hier geen sprake, zegt Dave Sinardet van de Vrije Universiteit Brussel. Er is een „enorm gebrek aan coördinatie”, volgens de politicoloog.

„Iedereen geeft nu de ander de schuld. Terwijl het debat zou moeten gaan over hoe we Brussel eens écht, centraal bestuurbaar gaan maken.”

Tal van regeringen

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bestaat uit 19 gemeenten met evenzoveel burgemeesters. De kleinste politiezone bestrijkt twee gemeenten, de grootste vijf.

De slechte samenwerking staat in de schaduw van een veel grotere kwestie: de bestuurlijke versnippering in Brussel. Boven de 19 gemeenten staan een eigen Brusselse regering, minister-president en parlement. Daarnaast hebben de Vlamingen en Franstaligen voor zaken als onderwijs en cultuur ieder ook nog een gemeenschapscommissie (met weer een eigen ‘parlement’ en ‘regering’). En om het nog complexer te maken, legt politicoloog Sinardet uit, is er ook nog een gemeenschappelijke gemeenschapscommissie, voor instellingen die Vlamingen en Franstaligen samen beheren, die ook weer uit twee organen bestaat.

Elke burgemeester „verdedigt zijn sjerp en zijn macht”, schreef de Brusselaar Geert van Istendael in 1989 in Het Belgisch labyrint. 26 jaar later geldt zijn boek nog steeds als een klassieker en is de bestuurlijke en politieke indeling onveranderd. Maar is het nog werkbaar?

Niet in het Molenbeek van vandaag. In de arme migrantengemeente, waar minstens twee van de Parijs-terroristen woonden, is 42 procent van de jongeren werkloos. Er is veel schooluitval en de sociale problemen stapelen zich op.

Bij de aanpak van die problemen staat een muur tussen de Vlaamse en de Franstalige instellingen met hun eigen bevoegdheden op het gebied van onderwijs en cultuur. In de praktijk levert het situaties op waarin allochtone gezinnen, waar ouders een beetje Frans maar geen woord Nederlands spreken, hun kinderen toch naar een Nederlandstalige school sturen. Ze hopen dat hun kinderen als tweetaligen meer toekomst hebben. Maar zodra docenten problemen bij het kind signaleren, komen de ouders vaak niet opdagen bij oudergesprekken, uit schaamte omdat ze geen Nederlands beheersen.

Overleg tussen scholen en politie is noodzakelijk om informatie over radicalisering snel te delen. Maar de politiezone waaronder Molenbeek valt heeft nog vier andere gemeenten onder zijn hoede.

Een einde aan de warboel

In dit Brussel blijf je gemakkelijk uit beeld van de politie, zei Hans Bonte, burgemeester van de Brusselse voorstad Vilvoorde, gisteren in deze krant. Uit zijn gemeente verhuizen moslimjongeren om die reden naar gemeenten als Molenbeek. Bonte:

„Brussel is de ideale schuilplaats voor radicaliserende jongens.”

Er moet een einde komen aan deze „warboel”, vinden de Vlaams-nationalisten van de N-VA. De grootste partij van België streeft naar één Brusselse politiemacht. Maar op het niveau van het Brusselse gewest maken Franstalige politici de dienst uit, en die houden het tegen. „Zij willen hun macht niet afstaan”, zegt Sinardet van de Vrije Universiteit. De discussie over de ‘onbestuurbaarheid’ woedt al decennia. Maar knopen werden nooit doorgehakt.

„Uit gebrek aan liefde en interesse, vooral aan Vlaamse zijde.”

Veel Vlaamse politici zien een positie in de Brusselse politiek als een eindstation voor als je bent vastgelopen in de Vlaamse of federale politiek. Grote talenten vind je er niet. Maar de „verslonzing” van Brussel komt volgens Sinardet ook doordat Vlaanderen geen „urbane cultuur” heeft. „Beleid wordt afgestemd op mensen die buiten de stad wonen.”

Een mooi voorbeeld is volgens hem het Vlaamse ongemak met Brussel: toen bekend werd dat de werkplek van 2.000 ambtenaren van de Vlaamse overheid moest verhuizen naar een terrein bij het Brusselse kanaal, nabij Molenbeek, klonk luid protest. „Die buurt is onveilig”, zei een vakbondswoordvoerder. Maar vooral: het terrein is te ver van het station. Sinardet:

„Vlaamse overheidsgebouwen in Brussel staan altijd dicht bij een station, zodat de Vlaming na werktijd snel weer weg kan. Met die mentaliteit is de kans klein dat je echt wéét wat in de stad leeft.”