Nederland wil zich weer laten horen

Het buitenland wordt almaar onrustiger. Het diplomatennetwerk wordt daarom uitgebreid.

Minister Koenders in september tijdens een bezoek aan Syrische vluchtelingen in een vluchtelingenkamp in Libanon. Foto EPA / Lucie Parsaghian

Door de feiten ingehaald. Zo is het de bezuinigingen vergaan die het ministerie van Buitenlandse Zaken de afgelopen jaren kreeg opgelegd. In totaal zou er vanaf 2010 voor 100 miljoen euro worden bespaard op de diplomatieke dienst; een kwart van de uitgaven. Maar als de Tweede Kamer deze week met minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) debatteert over zijn begroting, zal het niet langer gaan over inkrimpen, maar over uitbreiden. 

Het is een direct gevolg van het steeds onrustiger geworden buitenland. „De ontwikkelingen in de wereld vragen meer dan ooit om een krachtig buitenlands beleid”, schreef minister Koenders in september aan de Tweede Kamer. Daarom wil hij „diplomatieke capaciteit” van Nederland versterken waardoor er weer ruimte ontstaat voor het daarbij horende handwerk.

De Tweede Kamer zal Koenders bij de uitwerking van zijn plannen geen strobreed in de weg leggen. Integendeel. Een meerderheid van de Kamer spoorde het kabinet vorig jaar aan. Dat deed zij door te stemmen voor een motie van toenmalig GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik waarin het kabinet „gezien de huidige geopolitieke ontwikkelingen” werd opgeroepen meer geld voor de diplomatieke dienst beschikbaar te stellen. Er werd 20 miljoen euro uit een ander potje gevonden.   

Een jaar eerder werd al eenzelfde bedrag aan bezuinigingen teruggedraaid als gevolg van een motie van Kamerlid en oud-diplomaat Sjoerd Sjoerdsma (D66). Hierdoor werd voorkomen dat de Nederlandse consulaten in München, Milaan, Antwerpen en Chicago dichtgingen. Een besluit waar toen vooral de werkgevers over waren te spreken. De consulaten waren belangrijk voor de handelsbevordering.

Weinig spectaculair

De nu voorgenomen investering in het ‘postennetwerk’, zoals het ministerie de ambassades en consulaten noemt, is vooral gericht op politieke activiteiten. Veiligheid en stabiliteit zijn hierbij de kernbegrippen. In aantallen oogt het weinig spectaculair. Per ambassade of diplomatieke vertegenwoordiging betreft het in de meeste gevallen een uitbreiding met één persoon. Maar het gaat wel om veel landen. Voorop voor Koenders staat de trendbreuk: er komen weer mensen bij en wel op de plekken waar de gewijzigde verhoudingen zich het meest doen gelden.

Concreet voorbeeld: de diplomatieke missie van Nederland bij de NAVO in Brussel wordt versterkt met één medewerker. Deze zal zich bezighouden met de aangepaste strategie van de militaire verdragsorganisatie. De NAVO wil sneller reageren op ontwikkelingen aan de oost- en zuidkant van het eigen gebied.

Maar Nederland trekt ook zelf direct naar de grens. Als gevolg van de opgelopen spanning met Rusland zullen onder andere de ambassades in Sofia (Bulgarije) en Skopje (Macedonië) worden versterkt. In Wit-Rusland en Moldavië komen tijdelijke zaakgelastigden. Op het departement in Den Haag worden de clusters voor Rusland en Oekraïne uitgebreid.

Is het echt nodig? Ja, zegt Jan Melissen van denktank Clingendael. Met de bezuinigingen dreigde Nederland zichzelf „in de voet te schieten”. Verwijzend naar de sterk toegenomen onrust in de wereld noemt hij de argumenten voor versterking van de diplomatie „spijkerhard”. „Diplomatie kan niet volstaan met het afleggen van verklaringen. Het kan alleen met mensen.”

Hoewel voor minister Koenders de Nederlandse veiligheidsbelangen vooropstaan, wordt ook de immer aanwezige koopman niet vergeten. Nu Birma zich democratisch ontwikkelt liggen er in combinatie met Nederlandse ontwikkelingshulpgelden weer kansen voor het bedrijfsleven. Het handelskantoor in de Birmese hoofdstad Rangoon wordt opgewaardeerd tot een volwaardige ambassade. „De water- en voedselzekerheidsectoren bieden nadrukkelijk kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven”, zegt Koenders.