Misschien moet het zelfs wel een grondoorlog zijn

Fanatici denderen door het Midden-Oosten. De frontlinie ligt nu in onze steden. Ten oorlog dus, betoogt Walt van der Linden.

Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De open brief die cultuurhistoricus David van Reybrouck schreef aan de Franse premier Hollande (16/11, NRC) staat bol van de kromme vergelijkingen en typografische kritiek. Hij stelt Hollandes speech gelijk met Bush’ retoriek anno 2001, kritiseert hem om het begrip ‘terroristisch leger’ en stelt dat de aanslagplegers juist amateurs waren.

Van Reybroucks polemiek is een van de vele voorbeelden van zwak beargumenteerd pacifisme, dat sinds 13 november in verschillende kranten is opgedoken. In tegenstelling tot Van Reybrouck schrok ik niet van Hollandes woorden: in zijn positie is relativisme electorale zelfmoord. Bovendien: ‘oorlogstaal’ en ‘weloverwogen handelen’ sluiten elkaar helemaal niet uit.

Van Reybroucks stuk deed me denken aan The Reign of ‘Terror’, een stuk van Tomis Kapitan vorig jaar in The New York Times. De filosoof betoogt dat de retoriek van terreur het onderscheid tussen fundamentalisten en vrijheidsstrijders opheft, de aandacht afleidt van de effecten van het eigen beleid, de mogelijkheid tot onderhandelen wegneemt en de weg vrijmaakt voor gebruik van geweld door in te spelen op angsten van de burger.

Retoriek die er toe dient de tegenstander te ontmenselijken. Language shapes reality. De vraag is of deze overweging nog geldt als het om IS gaat. Onthoofdingen, verbrandingen, seksslavinnen, aanslagen. IS maakt het ons wel erg lastig een ‘morele restrictie’ te ontwaren die ze om ideologische redenen zou hebben ‘afgeworpen’. Versta me niet verkeerd: nuance, dialoog en onderhandelen acht ik hoog. Maar gegeven de daden van IS doet Hollande met zijn oorlogsretoriek gewoon recht aan de realiteit. Acts shapes reality.

Van Reybrouck slaat Hollande om de oren met een simplistische samenvatting van 14 jaar geopolitiek. Bush kwalificeerde ‘9/11’ als oorlogsdaad, wat leidde tot de invasie van Afghanistan, en indirect tot die van Irak. De destabilisatie van Irak, en de oorlog in Syrië, creëerde het machtsvacuüm waarin IS ontstond. Dit brengt hem tot de volgende aanklacht: „Wat in Parijs is gebeurd, is een onrechtstreeks gevolg van de oorlogsretoriek die uw collega Bush in september 2001 gehanteerd heeft. En wat doet u vervolgens? (…) Exact dezelfde terminologie hanteren.” Een drogredenering. Oorlogsretoriek leidde tot de invasie van Irak en andere desastreuze resultaten, dus zal het dat nu weer doen. Van Reybrouck heeft blijkbaar een surrealistisch hoge dunk van de macht van retoriek: hij meent dat het hanteren van dezelfde terminologie in volstrekt verschillende situaties vergelijkbare gevolgen zal hebben.

Een vergelijking die wél hout snijdt is die met de Franse interventie in Mali van januari 2013. Met een relatief bescheiden, maar goed getimed en doortastend optreden werd daar de stichting van een islamitische vrijstaat voorkomen en de stabiliteit in het land (min of meer) hersteld. Een ingrijpen dat gepaard ging met oorlogsretoriek en – handelingen – maar ook één dat wist te voorkomen dat honderdduizenden mensen onder de invloedssfeer van religieuze fanaten kwamen.

Dat Syrië complexer is en het verslaan van IS niet direct de regio zal stabiliseren of tot een einde aan terreur in Europa zal leiden, is duidelijk. Maar laten we niet doen alsof de tumor die IS is verdwijnt door ‘stoïcisme en nuchterheid’, zoals Arnon Grunberg bepleit in zijn Volkskrant-voetnoot van 16 november. Oorlog is zelden hét antwoord, maar zelden ook was een pacifistische boodschap zo misplaatst als nu. Daarbij gaat het in eerste instantie niet om zaken als ‘onze veiligheid’ of ‘solidariteit met de Fransen’, maar om de veiligheid van en de solidariteit met de bevolking van Syrië en Irak. Wellicht was de invasie van Irak een vergissing – maar we zíjn gegaan. Als we lessen trekken uit Irak, laat die dan genuanceerder zijn dan ‘militaire interventie is contraproductief’.

Waarom zou krachtig militair optreden niet samen kunnen gaan met inspanningen op het gebied van deradicalisering? Die zaken sluiten elkaar niet uit, integendeel. De strijd tegen IS moet worden gevoerd op social media en in Molenbeek, maar toch zeker ook in Syrië en Irak. Nu de bombardementen niet het gewenste effect hebben en de frontlinie in onze hoofdsteden is komen te liggen, is het tijd voor intensivering – mogelijk zelfs boots on the ground. Dat is geen herhaling van de fouten uit 2003, maar handelen dat voortvloeit uit een morele verplichting deze fouten te herstellen.

    • Walt van der Linden