Kunstenaars bedwingen de nacht

IVÁN NAVARRO - PINK ELECTRIC CHAIR (2006)

De wintermaanden vallen sommige mensen zwaar. Poolreizigers die in 1898 moesten overwinteren op Antarctica zouden nadien, door die helse wekenlange poolnacht, nooit meer dezelfde zijn. Gelukkig hebben we vandaag de dag kunstlicht: daglichtlampen, lichtwekkers, gekleurde interieurverlichting. En het is aan zulk mood management dat de tentoonstelling Lekker Licht – samengesteld uit kunst, design, mode en video – doet denken. Muren kleuren zachtroze door tl-sculpturen, muziek klinkt op de achtergrond. Alsof het een wellnessruimte met loungemuziek is. Zo komen we de winter wel door.

Dat is een gevaar, want kunst wil niet aan sfeerverlichting doen. Het is geen design. Het is een doel op zich. Toch herpakt de tentoonstelling zich, als vanuit die roze sfeer een sacrale inrichting opdoemt. Vormgegeven in een lange gang met witte nissen leidt de tentoonstelling de bezoeker kerkelijk langs abstract sobere lichtkunst: Mondrianeske vierkanten van tl-balken (Jan van Munster), een opaak raam met licht erachter (Krista van der Wilk), een stortvloed van tl-buizen door Oscar Santillan dat als een scheppingsgebaar tevoorschijn komt. Er zij licht.

Maar het meest bijbels is Navid Nuur, die een overeenkomst sloot met museumdirecteur Edwin Jacobs. Na diens overlijden mag Nuur zijn as opnemen in een neonsculptuur – proefjes en overeenkomst hangen aan de muur. Zo kan de kunstenaar zelfs leven en dood regisseren. Alsof het scheppen van licht niet al ambitie genoeg was.

In deze opstelling floreert de lichtkunst als geestelijke verlichting. Maar dat is natuurlijk maar de helft van het verhaal. De tweede helft van de expositie verandert dan ook van toon: tussen witte en rode wanden gloeit een ode op aan feest en aan het overwinnen van de nacht. Hier geen goddelijk of kosmisch licht, hier zijn muzikanten de sterren. Opnieuw een lange gang biedt nu zicht op videoclips, projecties, fluorescerende jurken, lampen met (soms matig geslaagde) sculpturale ambities. Gekleurde neons staan opgesteld bij extravagante kleding waarvan je niet meer begrijpt hoe het er bij daglicht uit zou zien.

In dit totaaldesign schrikken de kunstenaars met hun showmanambities er niet voor terug om met lichtkunst hinderlagen te bouwen in donkere gangen. Daar staan bijvoorbeeld vier oplichtende schermen van Gabriel Lester, waarin lichtblobs opduiken met een diepbrommende en ratelende soundtrack erachter. Ook deze akte van de tentoonstelling eindigt in een lichtkathedraal, nu een vol zinnelijkheid. Het is een metershoge stroboscopische zuil van Matthijs Munnik waar je niet te lang naar kunt kijken: als je na een paar tellen de ruimte uitvlucht, trilt je lijf nog na.

Behalve deze multisensorische kunst zijn ook de videoclips de ultieme belofte van kunstlicht. Justin Timberlake en Kylie Minogue bezingen een zelfgeschapen dansvloerwereld als overwinning op alles wat maar functioneel is – via dans, genot, de macht aan de nacht. Want eigenlijk zijn lichtkunst en kunstlicht wel degelijk vergelijkbaar: kunstgrepen waarmee de mens het leven naar zijn hand zet, als heer en meester over de nacht doorfeestend. Tot de zon weer opkomt.