‘Je moet geen orakel worden’

Hij dient het belang van de club door weg te gaan, vindt de president-commissaris van Ajax. Rust, is daar boven alles nodig. Dus over zijn band met Cruijff zegt hij niets.

Hans Wijers: „Als directie en raad van commissarissen hebben we een eigen verantwoordelijkheid. En die nemen we.”

Hans Wijers is een opgewekte man. Tot het gesprek op Ajax komt, de club waar hij president-commissaris is en waar opnieuw onrust heerst. Dan is Wijers op zijn hoede en kort van stof. Helemaal op de ochtend dat Cruijff zijn handen van de club af trekt en hij individuele leden van de raad van commissarissen één voor één afserveert in zijn column in De Telegraaf. Wijers heeft volgens het clubicoon „gefaald” als voorzitter.

Op de ochtend van verschijning van diens column belt deze krant volgens afspraak met Wijers over de perikelen bij de club. Hij zit op het hoofdkantoor van Heineken in Amsterdam; het concern waar hij óók president-commissaris is. Zijn persoonlijke woordvoerder zit in Singapore en heeft een conference call opgezet. Wat hij van de kritiek van Cruijff in De Telegraaf vindt, is de eerste vraag. Wijers: „Die krant lees ik niet.”

Zie daar de methode-Wijers: spreek ruimhartig over zaken waar je verstand van hebt en waar je over wilt praten, decimeer netelige kwesties en houd het algemeen. Dus: „Er is een arbeidsconflict met [hoofd opleidingen, HL] Wim Jonk. Dat hebben we, dus ook Johan Cruijff, niet kunnen oplossen. Op dat punt hebben we collectief gefaald.”

Cruijff schrijft dat hij dacht dat bij Ajax „de boel in goede handen zou zijn bij een paar ervaren bestuurders”.

Wijers: „Interessant. Wat zegt hij over zijn eigen rol?”

Dat híj „nu eenmaal geen bestuurder is”.

„Dat is feitelijk juist.”

Hoe is uw band met Cruijff?

„Daar doe ik nu geen uitspraken over. Ik dien het belang van Ajax. Beantwoording van deze vraag draagt daar niet aan bij.”

Zo gaat het een aantal keer tijdens het telefoongesprek. Wijers is hoorbaar geïrriteerd, wil eigenlijk niet over Ajax praten. Bij de drukbezochte aandeelhoudersvergadering van de club, een paar dagen eerder, heeft hij medegedeeld dat Cruijff „diverse keren” is gevraagd te interveniëren bij de problemen. „Maar dit resulteerde keer op keer niet in oplossingen.” Tijdens de vergadering vraagt een opgewonden aandeelhouder aan Wijers: „Waarom doen jullie niet gewoon wat Johan zegt?”

Dat is een breed levende gedachte, zeker onder supporters.

Afgemeten: „Als directie en raad van commissarissen hebben we een eigen verantwoordelijkheid. En die nemen we.”

Is het probleem met Cruijff dat hij als adviseur eist dat zijn wil wet is?

„Cruijff is meer dan een adviseur bij Ajax. Het uitwerken van zijn voetbalvisie was onze missie. Maar voor een organisatie is het goed als iedereen zich aan zijn taak houdt.”

Dat Cruijff het niet zo nauw neemt met taakomschrijvingen, is al jaren algemeen bekend. Het maakt het des te interessanter waarom Wijers, oud-minister van Economische Zaken en voormalig topman van AkzoNobel, desondanks een functie aanvaardde in de slangenkuil die Ajax is. Naar eigen zeggen omdat „zijn club zichzelf aan het vernietigen was”. Blijven toekijken was geen optie toen hij in 2012 werd benaderd, ondanks dat vrienden hem „voor gek” verklaarden. Wijers: „Een vriend zei: ‘Ben je levensmoe?’”. Toch zei hij volmondig ‘ja’ tegen Ajax.

Het doet ook jongensachtig aan. Ik zit bij Ajax!

„Dat lijkt misschien zo, maar dat was het niet. Ik ben nooit in de kleedkamer van Ajax geweest, of zo. Het is meer een ervaring in het leven die je niet snel opdoet. Dat trok me.”

En nu stopt u binnenkort, na drie jaar.

„Het is te belastend. Ajax begon me buitenproportioneel veel tijd te kosten met alle gesprekken en vergaderingen. Ik heb ook nog andere functies, waarvoor ik de hele wereld over reis.”

In november 2014 zei u nog vier jaar aan te blijven bij Ajax. Dat schept verplichtingen.

„Natuurlijk. En je moet altijd reservecapaciteit houden in je portfolio. Maar die is wel beperkt. Het stopt ergens. Je komt op een punt dat je denkt: waar kan ik meer waarde toevoegen?”

Twaalf dagen eerder. Op de werkkamer van Hans Wijers bij Heineken heerst serene rust. Van de aanstaande escalatie bij Ajax is de buitenwacht nog onwetend. Aan de muur van zijn lichte kantoor hangt een kleurrijk schilderij. Het heeft op al zijn werkplekken gehangen, vertelt Wijers. „Dat geeft een kantoor iets van mezelf. Daar hecht ik aan.”

Het gesprek komt op zijn jeugd waarin hij verschillende uithoeken van Nederland zag. Zijn vader was technisch bedrijfsleider en wisselde vaak van baan. „Het was een tamelijk onrustige man.” Het maakte Wijers en zijn drie oudere broers outsiders op alle plekken waar ze neerstreken. Hij herinnert zich hoe hij in Enschede op school het Twents volkslied moest zingen. Uit zijn hoofd: „Er ligt tussen Dinkel en Regge een land, ons schone en nijvere Twente.” Hij lacht. „De tekst lukte wel maar het Twentse accent had ik niet. Dus ik stond achteraan, een beetje mee te mompelen.”

Door de wat onstuimige carrière van hun vader maken de kinderen Wijers ook financieel mindere tijden mee. „In Arnhem woonden we in een flat boven een garage, maar in Driebergen leefden we heerlijk buiten.” De sfeer lijdt er niet onder. „Dat kwam door mijn moeder. Die zag altijd de positieve kant, ook als die er even niet was.”

Zijn vader overlijdt op jonge leeftijd, nog voor aanvang van Wijers’ ministerschap. „In die periode heb ik vaak aan mijn vader gedacht.” Wijers recht zijn rug. Enthousiast: „Hoewel hij Akzo nog leuker zou hebben gevonden!” Dan: „Mijn vader was sceptisch ten aanzien van de politiek. Toen ik actief werd voor D66 hadden we daar discussies over. Waar D66 en Hans van Mierlo nou helemaal voor stonden, wilde hij weten.” Wijers trekt even zijn neus op. „Mijn vader vond D66 maar soft.” Hij lacht.

Hoewel zijn actieve politieke carrière maar vier jaar beslaat (1994-1998) is Wijers er voor altijd mee verbonden. Toen het zijn partij D66 slecht ging, was er behoefte aan „een type Wijers”. En nu het misgaat bij Ajax, schampert Jack van Gelder op Twitter: „Hahaha, Hans Wijers. Een politicus in de sport.”

Toch voelt hij zich geen politicus maar een bestuurder. De private sector is zijn voornaamste thuis. Hoe dicht die twee werelden bij elkaar liggen, bleek in de periode dat hij succesvol leiding gaf aan AkzoNobel (2003-2012), die Wijers omvormde tot een verfgigant van wereldformaat. Op de achtergrond voltrok zich de Fortuyn-revolte („Een periode van politieke turbulentie maar maatschappelijke stilstand”) en kwam Geert Wilders op. Iets waar hij als Nederlander op werd aangesproken in zijn tijd als topman van AkzoNobel, vertelt Wijers.

Wat was uw reactie?

„Je probeert toch telkens de Nederlandse context te schetsen. Dat hij niet representatief was voor politiek-bestuurlijk Nederland.” Na een slok koffie: „En ik heb vaak tegen buitenlandse collega’s gezegd: als bestuurder van een private onderneming heb ik geen democratische legitimatie om me voortdurend uit te spreken in het politieke debat. Hoe onwenselijk de ontwikkelingen ook zijn. Wie dat wil, moet zelf de politiek ingaan.” Glimlacht: „De animo daarvoor bleek niet overweldigend te zijn.”

Tot „verbijstering” van Wijers hielp Wilders in 2010 een minderheidskabinet van VVD en CDA aan de macht.

Heeft u die verbazing destijds geuit?

Gedecideerd: „Ja, Ik heb een aantal mensen die daar een belangrijke rol bij speelden toen persoonlijk op aangesproken.”

Wie de betrokkenen waren, wil Wijers niet zeggen. Wel dat hun reactie – „Ze begrepen de gevoeligheid maar zeiden dat het niet anders kon” – hem irriteerde. „Ik heb tegen ze gezegd: ‘Ik hoop van harte dat jullie enorm op je bek gaan’.”

Einde gesprek.

„Dat klopt. Luister, als oud-minister moet je geen orakel worden en als bestuurder moet je je niet al te zeer in het politieke debat mengen. Maar ik vind dat ik het recht maar ook de plicht had om me toen uit te spreken. In private. Dat de politiek verantwoordelijkheden vervolgens hun eigen afweging maken, right or wrong, is hun goed recht.”

Inmiddels zit Wilders op een nieuw electoraal hoogtepunt.

„Ja. Wat toch iets anders is dan dat de rauwheid en grofheid van de hofnar ook daadwerkelijk worden omgezet in beleid, denk ik dan. Zijn uitingen hebben een signaalfunctie waar we ook iets mee moeten doen. Maar bij een goed functionerende democratie hoort ook dat de hofnar tegenspraak krijgt als hij zijn rol te buiten gaat. Dat gebeurt naar mijn idee nu veel te weinig.”

Is dat ook het gevoel in de boardrooms van Nederland?

„Daar wordt zeker over Wilders gesproken maar meer in de zin van: wat gebeurt hier? Een vraag waar iedere bestuurder en toezichthouder graag antwoord op wil, omdat Wilders met zijn uitlatingen zeer bedreigend is voor de toekomst van ons land en daarmee voor grote Nederlandse bedrijven. Als zijn woorden zouden worden omgezet in daden, is de schade enorm. En niet alleen economisch.”

Moet u toch zelf de politiek in, om daar iets tegen te doen.

Hij glimlacht. „Dat is een zeer onwaarschijnlijk scenario.”

Dan komen we nog één keer op Ajax. Heeft hij de situatie in 2012 nou verkeerd ingeschat of heeft hij zichzelf overschat? „Interessante vraag. Die heb ik mezelf ook gesteld, maar nog niet beantwoord. Toen we er met de huidige raad van commissarissen aan begonnen, hadden we goede redenen om aan te nemen dat we konden slagen. Maar niet alles in het leven loopt goed, helaas.”

U komt beschadigd uit de strijd.

„Ja. Dat is het risico van het vak. Zeker als we daarmee over kunnen gaan tot wat er nu echt moet gebeuren bij Ajax: het brengen van rust. Dan heb ik er vrede mee.”