Help me wegkomen, het is hier HELL. HELL. HELL

Filmen in Saoedi-Arabië is al niet makkelijk, helemaal niet als ‘afvallige’. Parvez Sharma, moslim en homoseksueel, maakte er stiekem een film.

‘Wat gebeurd is in Parijs en Beiroet is barbaars. Niettemin is het tijd voor moslims om de blik naar binnen te richten, op de gemeenschappen waar extremisme ontstaat en leeft”, mailt regisseur Parvez Sharma enkele dagen na de aanslagen in Parijs. Voor zijn documentaire A Sinner in Mecca, nu te zien op IDFA, maakte Sharma undercoverbeelden van zijn bedevaart naar Mekka. Niet alleen omstreden omdat uitgebreid filmen in Saoedi-Arabië verboden is, maar ook omdat de in India geboren regisseur in zijn vorige film A Jihad for Love (2013) uit de kast is gekomen als homoseksuele moslim.

„De film is een expliciete oproep om kritisch te kijken naar de Saoedische interpretatie van de islam, het wahabisme”, vertelde Sharma eerder telefonisch vanuit New York. A Sinner in Mecca opent met een chatgesprek tussen Sharma en ‘Mo’ uit Saoedi-Arabië op een datingsite voor homo’s die populair is het Midden-Oosten. „Help me get the fuck out of this country. It’s HELL. HELL. HELL”, typt Mo nadat hij beschreven heeft hoe hij op weg naar een markt in Medina een publieke executie heeft gezien van een man die mogelijk homoseksueel was. Daarna volgen korrelige beelden van vlak voor de onthoofding.

Sharma wijst er op dat zowel de ideologie van Al-Qaeda, als van IS afgeleid zijn van het wahabisme, de fundamentalistische conservatieve interpretatie van de sunnitische islam. „Beide vergoelijken bijvoorbeeld onthoofdingen. Mijn film richt zich specifiek op het wahabisme omdat die ideologie in mijn ogen vandaag de dag het grootste gevaar vormt in de islamitische wereld. Westerse regeringen spreken Saoedi-Arabië daar niet op aan, terwijl het land haar ideologie succesvol verspreidt over de gehele moslimwereld.”

Op geen enkele andere manier dan via de hadj zou de filmmaker Saoedi-Arabië binnen zijn geraakt. Voor A Jihad for Love (2013) interviewde Sharma moslims die net als hijzelf hun homoseksualiteit en geloof proberen te verzoenen, sindsdien wordt hij gezien als ‘afvallige’. Door met bijna drie miljoen andere bedevaartgangers een visum aan te vragen, kon de regisseur onder de radar van de autoriteiten blijven. Sharma: „Ik had talrijke persoonlijke redenen voor mijn bedevaart, ik wilde als moslim mijn religieuze plicht vervullen. Maar ja, ik ben ook een activistische filmmaker en een beetje een herrieschopper.”

De regisseur reisde samen met een shi’itisch gezelschap, hoewel hij zelf sunnitisch is. „Op die manier kon ik op een andere manier naar de tocht en het land kijken. Voor de shi’ieten is Saoedi-Arabië echt een landscape of destruction.” Sommige van hun heiligdommen zijn verwoest, erbovenop verschijnt nieuwbouw. Sharma : „Daar gaat de film ook over: hoe de Saoedi’s een deel van de geschiedenis van de islam uitwissen.”

Sharma filmde met zijn iPhone en twee cameraatjes die hij op zijn borst had aangebracht. Enkele malen werd zijn telefoon in beslag genomen en werden de beelden die hij had gemaakt gewist. Hij had het geluk dat de religieuze politie verder weinig ondernam.

Twijfel of hij zijn geloofsgenoten wel mocht filmen tijdens hun religieuze bezigheden, had hij niet: „Wat ik toon is de waarheid. Het is noodzakelijk dat er discussie ontstaat.” Sinds het uitkomen van zijn film in september reist Sharma langs filmfestivals om daar in discussie te gaan met het publiek, ook op IDFA zal hij aanwezig zijn.

Dat levert lof op, zoals in Toronto waar een man na een vertoning opstond en vertelde dat Sharma voor hem en duizenden homoseksuele moslimmannen die te bang zijn om de hadj zelf te ondernemen, de tocht heeft gemaakt. Maar Sharma ontving ook een eindeloze stroom haatmail en online doodsbedreigingen.

Sharma zelf hoopt dat zijn film niet alleen vertoond zal worden in het Westen. Sharma: „De bedreigingen komen van mensen die de film niet hebben gezien. Als moslims de film zelf zouden kunnen bekijken zouden ze zien dat hij anti-Saoedi-Arabië is, maar pro-islam.”