Genieten

Inge Steenhuis tekent en schrijft over haar geboortestreek Oost-Groningen.

In de zomervakantie moesten we zes weken lang in de bieten onkruid wieden. Mijn klasgenoten zochten allemaal een simpel vakantiebaantje en kwamen bij ons op het land werken. ’s Zaterdagsmorgens betaalde mijn vader uit. Mijn ouders hadden een jarenlang lopend meningsverschil over de uitbetaling aan de eigen kinderen. Mijn vader vond dat niet nodig; we hebben vier generaties lang een boerenbedrijf opgebouwd, alles is toch al van ons allemaal? Dan ga je niet uitrekenen wat je voor een rijtje bieten wieden krijgt. Boeren betalen hun kinderen niet vond hij, wij zijn geen arbeiders. Mijn moeder vond dat oneerlijk; ’s zaterdags stonden wij op het erf en kregen niks terwijl onze klasgenootjes 5 gulden kregen.

Zij wilde ons modern opvoeden: genieten met het gezin kwam in de mode, liefst in het buitenland, geen historisch gedoe met altijd weer die vier generaties. Die kwamen ons de neus uit, wij wilden net als iedereen naar de Costa del Sol, de Harz, Zeeland desnoods. Maar wij hadden vee om te melken. Na jarenlang soebatten gingen ook wij eindelijk op vakantie, naar Drouwenerveen, 15 kilometer verderop. Een buurman zou melken. Elke avond belde mijn vader vanuit de campingsnackbar om te vragen hoe het met het land en het vee ging. De derde dag had een paard met een achterpoot in het schrikdraad gezeten en had zich vastgeworsteld. Wij gingen niet terug want waren ontspannen aan het genieten van de vakantie. Het paard heeft het ondanks veel inentingen niet gered. Hij kreeg tetanus en we hadden een noodslachting op stal. Dat was natuurlijk de schuld van de vakantie.

Na de zomer, als iedereen weer naar school ging, verzuchtte mijn moeder altijd: „Trouw nooit met een boer.”