Geloofwaardigheid WADA in ’t geding

Eén procent van sporters test positief. Hoe serieus is het antidopingsysteem? WADA schuift hete aardappel door.

Urinemonsters worden getest op bloeddoping epo, in een laboratorium in het Zwitserse Lausanne in 2004. Foto Fabrice Coffrini/EPA Foto FABRICE COFFRINI/EPA

Doorgaans gaat Herman Ram fluitend naar zijn werk. Maar op sombere momenten denkt hij wel eens: waar doe ik het allemaal voor? Bijvoorbeeld als de directeur van de Dopingautoriteit Nederland resultaatcijfers onder ogen krijgt. Dan blijkt steeds weer dat het effect van dopingbestrijding gering is. Van één procent aan positieve dopingcontroles wordt Ram niet bepaald vrolijk.

Ook andere cijfers stemmen hem somber. De inkrimping van budgetten bijvoorbeeld. De Dopingautoriteit Nederland kan jaarlijks zo’n 1.700 dopingcontroles betalen, terwijl het streefgetal 2.500 is. En dan hoorde hij onlangs ook nog dat het budget van zijn Britse collega met 25 procent is verlaagd. Van inkrimping wordt de strijd tegen doping niet effectiever.

En er worden al zo weinig bedriegers gepakt, vermoedt Ram. Niet dat hij over betrouwbare cijfers beschikt, want er wordt amper onderzoek naar gedaan. Maar uit de weinige data die hem wel ten dienste staan, trekt Ram de harde conclusie dat het antidopingsysteem slecht functioneert.

Zo’n 4 procent van de Nederlandse topsporters gebruikt wel eens

Eigen onderzoek van de Dopingautoriteit leert hem dat 4,2 procent van de Nederlandse topsporters wel eens naar een prettige pil of een stimulerende spuit grijpt. Duits onderzoek uit 2007 naar werkelijk dopinggebruik in de atletiek kwam uit op een percentage tussen de 20 en 39 procent; bij junioren tussen de drie en elf procent.

Wereldwijd verwateren die cijfers en blijkt bij nadere bestudering een beperkt aantal, voornamelijk westerse, kapitaalkrachtige landen de strijd tegen doping serieus te nemen. In maar 50 van de ruim 200 landen functioneert bijvoorbeeld een onafhankelijke dopingautoriteit.

Ook Ram is geschrokken van de aard en omvang van het Russische dopingschandaal. Hulde aan de onthuller, de Duitse onderzoeksjournalist Hajo Seppelt, vindt Ram, die meent dat de ontdekkingen in Rusland aantonen, dat het wereldantidopingbureau WADA ernstig heeft gefaald. Als zelfs een wereldmacht en groot sportland als Rusland grootschalig de regels negeert, verliest het antidopingsysteem zijn geloofwaardigheid.

Hoogmoed en passiviteit

En daar wringt de schoen. WADA wordt in de internationale sportwereld niet meer door alle partijen als een betrouwbare partner gezien. Veel sportbonden klagen over hoogmoed. Het irriteert dat WADA als toezichthouder vanuit een ivoren toren naleving van de antidopingcode beoordeelt, maar verder vrij passief blijft.

Voorbeelden van klachten: Laksheid bij de opsporing van bedriegers in landen met een dubieus controlesysteem. Toestaan dat nationale dopingautoriteiten niet onafhankelijke kunnen werken. Adams, het systeem waar sporters hun verblijfplaats moeten registreren, wordt niet wereldwijd gebruikt. Grote kwaliteitsverschillen bij geaccrediteerde dopinglaboratoriums. Of de weigering van Amerikaanse professional leagues als de NBA (basketbal), NFL (American football), MLB (honkbal) en NHL (ijshockey) om de antidopingcode in te voeren.

De kwetsbaarheid van WADA zit ook in de constructie. Het wereldantidopingbureau is half om half samengesteld uit vertegenwoordigers van de sport en de overheden, twee stromingen met cultuurverschillen en botsende bevoegdheden. Een regering mag zich niet actief met dopingcontroles bemoeien en de sport mist bijvoorbeeld juridische dwangmiddelen om dopingovertreders op te sporen.

Die samenstelling heeft van WADA een bureaucratische moloch gemaakt, waarin één man een prominente rol speelt: Dick Pound. Hoewel de foundation board van 38 personen plus de voorzitter de grote besluiten neemt en het executive committee (twaalf leden) die uitvoert, is de invloed van Pound evident. Hij is de primus inter pares, die vanaf de oprichting niet aan gewicht heeft ingeboet. Eigenlijk ís Pound WADA.

Zoenoffer van Rogge

Pound werd in 2001 door de toenmalige, kersverse IOC-voorzitter Jacques Rogge gevraagd WADA vorm te geven. Een zoenoffer van de Belg om de Canadese advocaat binnen het IOC te houden. Pound was als kandidaat-voorzitter zo teleurgesteld over zijn nederlaag tegen Rogge dat hij het IOC wilde verlaten. Maar de voorzitter, die nauw met hem had samengewerkt bij de de hervorming van het IOC na het corruptieschandaal rond de Winterspelen van Salt Lake City, wilde de slimme Canadees niet kwijt.

Pound komt de eer toe WADA te hebben geconstrueerd. Een mondiale harmonisatie van het het antidopingbeleid was een loodzware opdracht, maar Pound kreeg vrijwel alle kikkers in de kruiwagen. Hij was de eerste en tweede voorzitter. Pound heeft in die positie zeer nadrukkelijk zijn stempel gedrukt op WADA, waaraan hij als lid van de foundation board nog steeds is verbonden.

Zijn invloed blijft groot. Zoals bij benoemingen. Of het nou om de directeur of de voorzitter van WADA gaat, altijd zijn dat Pound-getrouwen. En als de reputatie van WADA daadwerkelijk op het spel staat, zoals bij het onderzoek in Rusland, is het geen toeval dat de inspectiecommissie door Pound wordt geleid.

WADA is het nodige te verwijten in die Russische affaire, maar Pound weet de fouten (vooralsnog) af te dekken. Heeft WADA niet gefaald bij het toezicht op Rusland? Niemand hoor je erover. Wist WADA vooraf van de illegale dopingpraktijken in Rusland? Er zijn sterke aanwijzingen in die richting. In dat geval speelde WADA een dubieuze rol. Maar niemand hoor je erover.

Mest in Russische tuin gekieperd

Integendeel, via het rapport is alle mest in de Russische tuin gekieperd. Geen klachten over stank bij WADA. Bovendien heeft WADA met het rapport de hete aardappel doorgeschoven naar de atletiekfederatie IAAF en het IOC, de sanctionerende partijen.

Er zijn signalen dat WADA wordt geherstructureerd. Het IOC treft voorbereidingen de ontroles door WADA te laten uitvoeren. Het voordeel: gewaarborgde onafhankelijkheid.