‘Eigenlijk raar dat het met mij wel goed is afgelopen’

De regisseur van het sociale drama ‘Gluckauf’ (goed voor vier Gouden Kalveren) is nog lang niet klaar met Limburg.

Foto Roger Cremers

Met Gluckauf wilde ik het verhaal van Limburg vertellen, van mijn jeugd in de oostelijke mijnstreek. Dat is het verhaal van generaties die door werkloosheid opgroeien in armoede, waardoor gezinnen ontwricht raken en jongeren in de criminaliteit belanden. Er heerst een soort fatalisme, het idee dat alles toch geen zin heeft.

„Op de film wordt vaak emotioneel gereageerd. Het onvermogen van vader en zoon om elkaar te vinden, ervaren mensen als tragisch. Dat is het natuurlijk ook.

„Ik heb het van dichtbij gezien. Vrienden van mij die in de drugswereld terechtkwamen, vaders die hun zonen nietsnutten noemden. De film is een brei van dingen die ik meegemaakt heb, gehoord heb en verzonnen. Gustaaf Peek maakte er een scenario van.

„Ik ben heel blij met de Gouden Kalveren voor de film. Hierdoor draait de film, die toch relatief klein is, opnieuw in de bioscopen zodat meer mensen ’m kunnen gaan zien.

„Maar ik ben nog niet uitverteld, er zitten nog zoveel jeugdverhalen in mij over dat contrast van het mooie, bourgondische en tegelijkertijd rauwe Limburg. Met veel van mijn vrienden is het slecht afgelopen, ze raakten aan de dope, waren aan de pillen, snoven speed met een rietje. Sommigen zijn overleden. Ik vraag me soms af waarom het met mij wel goed is afgelopen.

„Dat raakt aan de film die ik nu het liefst zou willen maken. De werktitel is Mascotte. Het is niet autobiografisch, want een jongen die elke keer op het nippertje de goede keuzes maakt, is saai. Dit gaat over een vijftienjarige jongen in Limburg die in zijn verlangen ergens bij te willen horen, doordraaft en over grenzen gaat. Hij sluit zich aan bij voetbalhooligans, mensen die zich afzetten tegen de rest van Nederland. Hierdoor vervreemdt hij van zijn alleenstaande moeder, ook omdat hij haar verraad kwalijk neemt – zij vindt makkelijker aansluiting bij de samenleving.

„De film heeft een tragisch einde. Hoe precies weet ik nog niet, dat zijn Gustaaf en ik zijn nog aan het onderzoeken. Het lijkt me geweldig om een jongen van veertien jaar te coachen, een jaar lang, zodat hij op z’n vijftiende die rol kan spelen. Dat is de enige manier om het goed te krijgen zoals ik het in mijn hoofd heb, denk ik.

„Misschien dat het een drieluik wordt over Limburg. Ik wil geëngageerde films maken. Na de filmacademie deed ik ervaring op met het regisseren van voornamelijk televisiedrama’s. Daar vloeide mijn debuut Valentino uit voort, een commerciële film met Najib Amhali in de hoofdrol. Gewoon omdat ik ervoor was gevraagd. Ik heb er geen spijt van, het was leerzaam, en ik heb het op mijn manier gemaakt, maar het is niet het soort projecten waar mijn hart ligt.”