Eerst argumenten, dan bommen

Twee sterke docu’s op IDFA, over de RAF en de Black Panthers, laten zien hoe radicalisering in zijn werk gaat.

Sympathisant van de RAF betoont zijn solidariteit

Wat zorgt er voor dat iemand naar de wapens grijpt? Wanneer wordt een ideologie blind? Na het bloedbad in Parijs van vrijdag zijn dat weer brandend actuele vragen, die van een historische context worden voorzien in twee meeslepende documentaires die op IDFA draaien.

A German Youth van Jean-Gabriel Périot gaat over de Rote Armee Fraktion in West-Duitsland tijdens de jaren zeventig; The Black Panthers: Vanguard of the Revolution behandelt de opkomst en neergang van de Black Panther Party in de VS. Beide films illustreren aan de hand van boeiend archiefmateriaal en terugblikkende interviews hoe woede en frustratie over onrecht en onderdrukking opeens kunnen omslaan in het gebruik van extreem geweld. De films geven inzicht hoe radicalisering in zijn werk gaat.

Duitse Herfst

Het geheel uit archiefbeelden bestaande A German Youth gaat over de geschiedenis van de Rote Armee Fraktion tussen 1965 en eind 1977, het najaar dat bekendstaat als de Duitse Herfst. Om de vrijlating van RAF-leden af te dwingen ontvoerde de Baader-Meinhofgroep toen werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer en kaapten aan de RAF gelieerde Palestijnse terroristen een Lufthansa-toestel. De vorige week overleden bondskanselier Helmut Schmidt gaf geen krimp en Duitse elitetroepen overmeesterden het vliegtuig in Somalië. Daarop pleegden drie kopstukken van de RAF in de Stammheim-gevangenis collectief zelfmoord, onder wie Andreas Baader. Schleyer werd een dag later doodgeschoten aangetroffen.

„Politieke macht komt uit een geweer”, zei Ulrike Meinhof in 1970 over de Rote Armee Fraktion, waarvan de leden toen al drie jaar actief waren in Duitsland. In 1966 begon aan de andere kant van de oceaan de Black Panther Party (BPP) aan haar opmars. Voormalig Black Panther-lid Ericka Huggins omschrijft hun nalatenschap in The Black Panthers: Vanguard of the Revolution als volgt: „We schreven geschiedenis, en het was niet ‘nice and clean’.”

Dat de uitgeverij van Gudrun Ennslin, een van de oprichters van de RAF, literatuur van de Black Panthers uitgaf, laat zien dat veel extremistische groeperingen hetzelfde doel voor ogen hadden: in opstand komen tegen westers imperialisme (onderdrukking), kapitalisme (uitbuiting) en de uitwassen van de politiestaat (machtsmisbruik en willekeur). Het begin van de politieke bewegingen is nog idealistisch en onschuldig. De Panthers delen gratis ontbijtjes uit aan arme schoolkinderen en in Duitsland wordt onvrede over de maatschappij aanvankelijk alleen met woorden geuit. Zo zien we in A German Youth de linkse columnist Meinhof in 1965 nog rustig en keurig formulerend in discussieprogramma’s op televisie, waarin ze het met sigaret in de hand eloquent opneemt tegen bedaagde oudere heren. Ze betoogt dat de Duitse autoriteit is uitgehold, vooral omdat de denazificatie nooit goed is doorgevoerd. In Amerika komen de Zwarte Panters in opstand tegen het buitensporige politiegeweld en het racisme – ‘white supremacy’ – dat midden jaren 60 alomtegenwoordig is in de VS. Zowel de RAF als de Black Panthers zijn dan nog reguliere protestgroeperingen met alleszins redelijke eisen: gelijke rechten en een minder autoritaire samenleving. Vooral de Black Panthers wisten goed de media te gebruiken om hun protest kenbaar te maken. Met hun afrokapsels, leren jasjes en zonnebrillen zagen ze er mediageniek uit.

De Black Panthers liepen graag rond in paramilitaire outfits, met een doorgeladen geweer in de hand. Zo intimideerden ze de politie, die ze in hun partijblad afbeelden als varkens. Meermalen gingen ze van dreigen met geweld daadwerkelijk over tot bloedige shoot-outs met de politie, waarbij aan beide kanten meerdere doden vielen. In zeker één geval reageerde de politie buitenproportioneel, toen een SWAT-team het kantoor van de BPP in Los Angeles overviel en in het rond begon te schieten.

Als er doden vallen verandert alles plotsklaps. In Duitsland vindt in 1967 een protesterende student de dood door een politiekogel bij een demonstratie tegen het bezoek van de Iraanse sjah. In Amerika overkomt dit meerdere zwarten, waarna de maat vol is. In snel tempo radicaliseert de BPP, ook door de FBI die de BPP op allerlei manieren in diskrediet wil brengen. FBI-baas J. Edgar Hoover spaarde geen middel om „de Panters te vernietigen” die hij als grootste bedreiging voor de veiligheid van Amerika zag. Zijn agressieve vervolging zorgt voor verdere radicalisering.

Zowel in Duitsland als in Amerika vormt 1968 het keerpunt. Eerst wordt Martin Luther King vermoord, twee dagen later wordt de 17-jarige penningmeester van de BPP door de politie doodgeschoten. De vlam slaat in de pan: „We moeten onszelf met alle middelen verdedigen”, zegt Panterleider Huey P. Newton, die nog geen twee jaar daarvoor geweld categorisch had afgewezen. De RAF kiest woorden die tot het retorisch instrumentarium van elke terroristische organisatie behoren: „We moeten geweld met geweld beantwoorden.”

De RAF produceert de befaamde film ‘How to Make a Molotov Cocktail’, waarvan nog steeds dankbaar gebruik wordt gemaakt door radicale groepen, en steekt warenhuizen in brand als protest tegen de oorlog in Vietnam. De stadsguerrilla is geboren, die de samenleving meer en meer polariseert. Sympathie slaat om in afschuw – „De meerderheid is tegen jullie”, zien we Helmut Schmidt zeggen in A German Youth – zeker als zowel de steeds extremere RAF als de Black Panthers steun zoeken in het buitenland. De BPP knoopt banden aan met Algerije en Vietnam, en de RAF trok op met onder meer de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO.

Richtingenstrijd

De Panters vallen begin jaren 70 uiteen als een richtingenstrijd tussen twee oprichters, onder wie Huey Newton, resulteert in verdeeldheid en chaos. Daarna gaat het bergafwaarts met de licht ontvlambare Newton. Hij raakt aan de drugs, intimideert zijn naasten en wordt steeds meer paranoïde. In 1989 wordt hij bij een drugsruzie doodgeschoten, precies op de plek waar hij twee decennia eerder ontbijt uitdeelde aan arme zwarte kinderen.

Door de uitgekiende selectie van archiefmateriaal, dat slim is gemonteerd en voor zichzelf mag spreken, is A German Youth een sterkere film dan het traditionelere The Black Panthers. Die kiest ook veel meer partij, wat makkelijk verklaarbaar is door zijn productiejaar: de documentaire werd gemaakt in het jaar dat excessief Amerikaans politiegeweld tegen de zwarte bevolking veelvuldig in het nieuws was en dit geïnstitutionaliseerde racisme veel verontwaardiging en massale protesten opriep.

A German Youth levert impliciet commentaar op het toenemende extremisme van de RAF. Wat begint als verzet tegen de nawerking van het fascisme in de Duitse staat eindigt met destructieve radicalen die in de woorden van een CSU-politicus ‘Kinderen van Hitler’ zijn. De film eindigt met de hartenkreet van Rainer Werner Fassbinders moeder in de film Deutschland im Herbst, (1978) dat zij terugverlangt naar een sterke leider.