Dijsselbloem belooft beterschap

De minister geeft toe dat hij rond de coco-kwestie een aantal zaken beter had moeten doen, de Kamer wil alsnog een debat.

Dijsselbloem nam bewust risico dat coco-wet als staatssteun wordt gezien.

Minister Dijsselbloem gaat bij belastingwetgeving inzichtelijker maken hoe er is gelobbyd. Online zal „transparant worden wie er is geconsulteerd en welke inbreng men heeft geleverd”. Dat heeft hij de Tweede Kamer laten weten naar aanleiding van bijna tweehonderd kritische vragen die fracties stelden over ‘coco-gate’.

Deze krant reconstrueerde twee weken geleden hoe banken, onder aanvoering van ING, meeschreven aan de wet die hun een fiscale aftrek van 350 miljoen euro per jaar op coco-obligaties geeft. Dijsselbloem stelt daarover dat „inbreng van externe partijen van groot belang” is, maar dat het bij de coco-wet „beter” was geweest als hij de invloed van banken had vermeld. Dat zal bij toekomstige wetgeving online gebeuren en via een „lobbyparagraaf” bij de toelichting van de wet.

Dijsselbloem erkent bovendien dat hij de Raad van State niet had moeten passeren. Achteraf bezien was het „beter geweest” als de wet was voorgelegd aan de Raad van State voor advies, zoals gebruikelijk bij dergelijke wetgeving.

Staatssteun

Uit de reconstructie van deze krant blijkt dat Dijsselbloem herhaalde waarschuwingen vanuit zijn ministerie negeerde dat mogelijk sprake is van staatssteun omdat de aftrek alleen voor banken geldt en niet voor andere bedrijven. Nadat de Kamer hierover opheldering eiste, gaf Dijsselbloem toe dat hij ook nog gewaarschuwd was door de Europese Commissie. Die had informeel „kritische kanttekeningen” geplaatst bij het enkel gunnen van aftrek aan banken.

Rond deze gevoelige kwestie erkent Dijsselbloem geen fouten. Terwijl de Commissie inmiddels een staatssteuntraject is begonnen om de zaak te onderzoeken en extra informatie bij het ministerie heeft opgevraagd. Indien de Commissie oordeelt dat het wel degelijk staatssteun betreft moeten de banken hun belastingvoordeel terugbetalen.

Dat Dijsselbloem de staatssteunvermoedens niet aan de Kamer meldde, zoals meerdere fracties verontwaardigd constateren, verklaart hij met het argument dat hij niet „alle potentiële risico’s” kan melden.

Op kritische vragen over de waarschuwing van de Commissie en ambtenaren antwoordt hij dat hij en het kabinet het geen staatssteun vinden. En hij schrijft dat hij bewust het risico nam dat de wet alsnog als staatssteun wordt aangemerkt. Het is „gewogen en aanvaardbaar geacht”. In de brief blijft een belangrijk aspect onbeantwoord: vermoedens van staatssteun moeten bij de Commissie gemeld. De beantwoording van een CDA-vraag daarover is weggelaten. Die ging over de kritiek van hoogleraar Sweder Van Wijnbergen. „Bij een vermoeden van staatssteun moet je het melden aan de Commissie. Uit deze documenten blijkt dat dit vermoeden er was, Dijsselbloem dat wist en het bewust niet gemeld is”, stelde hij in deze krant.

Dijsselbloem wil de wet niet alsnog wil voorleggen aan Brussel, omdat de Commissie zelf een staatssteuntraject is begonnen. Blij is hij daar niet mee. „Het spreekt voor zich dat Nederland dergelijke onderzoeken bij voorkeur wenst te voorkomen.”