De chef die je zoon zou kunnen zijn

Jonge leidinggevenden zijn geliefd, blijkt uit onderzoek. Waarom eigenlijk?

Foto’s Jan-Dirk van der Burg

Je bent vijftig. Op de top van carrière. Ooit begonnen als stagiair, inmiddels gewaardeerd professional. Je kent het bedrijf door en door. Jij doet de grootste deals, de belangrijkste klanten. En dan ineens komt je baas met de mededeling dat je een nieuwe chef krijgt. Iemand die véél jonger is dan jij.

Ben je blij?

Serieuze kans van wel.

Jonge bazen (onder de 35) worden door hun werknemers (jong en oud) gemiddeld beter beoordeeld dan oudere bazen (boven de 50). Ze coachen en ondersteunen meer: hebben meer aandacht voor de behoeften en ontwikkeling van hun medewerkers. Tegelijkertijd zijn ze méér dan oudere leidinggevenden gericht op het behalen van een goed resultaat.

Dat concludeerde een groep onderzoekers van de Katholieke Universiteit Leuven begin dit jaar. Voor de studie werden 122.000 leidinggevenden beoordeeld door hun werknemers. Daarnaast werden ruim driehonderd interviews afgenomen. De uitkomst is verrassend, vindt hoogleraar Martin Euwema van de KU Leuven, al zegt hij er ook bij dat leeftijd alléén geen goede indicator is voor iemands kwaliteiten. „De onderlinge verschillen tussen leidinggevenden zijn groot. Je kunt niet zomaar spreken van generatiebrede eigenschappen”, zegt hij. „En als het om leeftijd gaat zijn er trouwens heel veel vooroordelen.”

Jana Deprez, promovendus aan de KU Leuven, deed een groot deel van de interviews. Zij zag vooral in de IT-sector en bij opslagbedrijven veel jonge leidinggevenden. Haar viel op dat die jonge baas aanvankelijk wel weerstand voelde. „Zij hadden het gevoel dat ze zich extra moesten bewijzen.” In bijna alle gevallen pakte het uiteindelijk goed uit. „Zodra medewerkers zagen dat de baas ook handen aan zijn lijf heeft, dat die gedreven is, ging het goed.” Ouderen krijgen volgens Deprez veel eerder het stigma uitgeblust te zijn.

Hoe kan het dat die jongere baas beter beoordeeld wordt dan een oudere? Deprez ziet drie mogelijke verklaringen.

In de eerste plaats kiest een jonge leidinggevende vaker bewust voor die rol, terwijl ouderen er door promotie ingroeien. Dan kan het dus, zegt Deprez, dat jongeren gedrevener zijn.

Als tweede verklaring denkt ze aan het verschil in reflectie. De jongere leidinggevende heeft recent zelf een baas boven zich gehad. Ze weten wat ze goed en minder goed vonden. Daar gaan ze actiever mee aan de slag. Terwijl dat voor een oudere baas, mits die al langer in functie is, langer geleden is.

Een derde factor kan motivatie zijn. Leidinggeven is in veel bedrijven niet heel uitdagend, zegt Deprez. „Het is een gewone baan waar dan ineens veel administratieve last bij komt.” Vakantiedagen bijhouden, declaraties goedkeuren. „Hoe langer je dat doet, hoe minder de motivatie is.” Bovendien blijkt uit onderzoek dat jonge bazen vaak meer tijd krijgen voor de leidinggevende taken in hun functie dan de oudere (ervaren) bazen.

Niet systematisch positiever

Werknemers denken dus gemiddeld positiever over jonge bazen. Maar geldt dat ook voor jonge werknemers?

Nee. In Nederland wordt over jonge of oude werknemers niet systematisch positiever of negatiever gedacht, concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorig jaar. Al zijn er wel verschillen.

Het CBS schreef het rapport Oordelen over jongere en oudere werknemers, op basis van data uit vragenlijsten die werden ingevuld door ruim drieduizend mensen. Wat bleek? Jongere werknemers worden gezien als flexibeler, bereid tot het volgen van opleidingen en ze kunnen beter omgaan met nieuwe technologieën. Maar voor oudere werknemers geldt weer dat ze het stempel hebben loyaler te zijn, nauwkeuriger en stressbestendig.

Ook blijkt opnieuw dat jongeren geneigd zijn positiever te oordelen over jongeren en ouderen over ouderen. Dat heeft te maken met het identiteitsprincipe, legt onderzoeker Linda Moonen uit. „Mensen zijn doorgaans positiever over de bevolkingsgroep waar zij zelf toe behoren.” Maar of dat ook voor leidinggevenden geldt, dat kan het CBS op basis van dit onderzoek niet zeggen.

Beatrice van der Heijden, hoogleraar ‘strategic human resource management’ aan de Radboud Universiteit Nijmegen, heeft daar wel een idee over. Zij deed verschillende studies naar de beoordeling van de oudere werkgever door de jongere baas. Ze ziet dat die oudere „significant slechter beoordeeld” wordt als het gaat om inzetbaarheid: ouderen worden minder flexibel genoemd. Ze hebben minder kans op promotie, op doorgroeimogelijkheden en nieuwe taken. En voor die bevinding geldt ook: hoe groter het leeftijdsverschil tussen werkgever en werknemer, hoe negatiever het oordeel.

De vraag is: hoe erg is dat? Pleit dit tegen al te grote leeftijdsverschillen op de werkvloer? Tegen de jonge baas en de oude werknemer? Nee, zegt Van de Heijden. Maar ze denkt wel dat extra aandacht voor de senior belangrijk is. „Denk niet: hij is 62, hij mag nog vijf jaar. Nee: kijk hoe je die vijf jaar mooi kunt invullen. Laat je niet door indrukken leiden, ga het gesprek aan. Zorg dat je inzicht in je werknemers krijgt.”