ABN Amro on tour: Koop die aandelen! Lekker Nederlands!

De top van ABN Amro is op promotietoer langs grote beleggers: kóóp die aandelen! De staatsbank gaat vrijdag terug naar de beurs.

Foto: Pieterjan Luyten

Kopen of niet kopen? Dat vragen grote beleggers over de hele wereld zich deze week af, over aandelen van ABN Amro. Vrijdag gaat de staatsbank naar de beurs. Vóór morgenmiddag twee uur moeten beleggers beslissen of ze willen instappen, dan sluit de inschrijving.

Tot die tijd is de top van ABN Amro op roadshow: op toernee langs professionele beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars om de aandelen te promoten. In zaaltjes in Amerikaanse en Europese financiële centra als New York en Londen houdt bestuursvoorzitter Gerrit Zalm talloze keren zijn verkoopverhaal. 

Illustratie: Stella Smienk

ABN Amro is een overzichtelijke, stabiele bank, vertelt Zalm hun. Investeren in ABN Amro is een belegging met weinig risico’s. Spectaculaire groei hoeven jullie niet te verwachten. Maar we maken wél fijne winst – en die gaan we voor de helft aan jullie uitkeren.

Maar de beleggers tegenover Zalm hebben zich goed in ABN Amro verdiept en hebben wel wat kritische noten. Tijdens het vragenrondje komen die aan bod.

Deze vijf vragen moet Zalm onder meer beantwoorden:

1 Zó Nederlands, is dat wel verstandig?

ABN Amro haalt 80 procent van haar omzet uit Nederland. Dat maakt de bank lekker overzichtelijk, vindt ze zelf. Van grootse buitenlandse avonturen, komen maar ongelukken. Maar hoe veilig het ook klinkt, beleggers vinden die Nederlandsheid ook een nadeel. Dat beschouwen ze als een risico – de bank is wel héél afhankelijk van wat er in Nederland gebeurt.

Dat risico is er inderdaad, moet Zalm toegeven. De bank heeft een „grote afhankelijkheid” van de „economische, politieke en sociale omstandigheden in Nederland”, schrijft ABN Amro in het prospectus, het document met alle informatie voor beleggers. Als voorbeeld noemt zij stijgende werkloosheid of het instorten van de huizenmarkt.

Het kan overigens ook gunstig uitpakken voor ABN Amro. De OESO, de club van rijke industrielanden, voorspelt een groei van 2,7 procent voor Nederland in 2017, terwijl voor de wereldeconomie als geheel nogal wat doemscenario’s worden gehanteerd. In dat geval kan de Nederlandsheid zomaar een grote kracht worden. Maar 2017 is nog ver weg. En er kan nog veel fout gaan.

2 Hoe lang blijft de staat grootaandeelhouder?

De staat blijft voorlopig de baas. Ook na de beursgang kan die „besluiten over veranderingen van de identiteit of het karakter” van ABN Amro „blokkeren”. Fusies en overnames dus, onder andere. Pas als de staat minder dan eenderde van de aandelen bezit, vervalt dat blokkaderecht.

Hoelang duurt dat nog, willen beleggers dus graag weten. Want bij een overname varen beleggers vaak wel. Die vraag kan Zalm niet beantwoorden – hij weet het ook niet precies. Vrijdag verkoopt de staat 23 procent van de aandelen, de rest gaat „over een periode van naar verwachting enkele jaren stapsgewijs in de verkoop”, liet minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in mei aan de Tweede Kamer weten.

Illustratie: Stella Smienk

Voorlopig moeten beleggers rekening houden met deze machtige grootaandeelhouder, schrijft ABN Amro in het prospectus.

3 Wat doen die vele hypotheken met het dividend?

Meer dan de helft van de uitstaande leningen van ABN Amro gaat om hypotheken aan particulieren. Die zorgen voor stabiele inkomsten op de lange termijn. Maar beleggers zien ook een nadeel. Voor elke euro die ABN Amro als hypotheek uitleent, moet ze geld apart zetten als buffer, voor het geval de klant niet kan terugbetalen. Als gevolg van nieuwe Europese regels gaat het percentage waarschijnlijk omhoog en moet ABN Amro meer kapitaal aanhouden. Dan blijft er mogelijk minder geld over voor dividend.

Zalm kan erop wijzen dat ABN Amro nu al rekening houdt met de „huidige onzekerheid in de regelgeving”, zoals het prospectus schrijft. ABN zit naar eigen zeggen aan de veilige kant en houdt hogere buffers aan dan haar eigen doelstellingen voorschrijven. Of dat genoeg is onder de nieuwe regels, zal moeten blijken.

4 Waarom krijgt de top zo weinig betaald?

Dat ABN Amro haar topman ‘slechts’ 759.000 euro per jaar betaalt, vinden Angelsaksische beleggers moeilijk te begrijpen. Voor dat bedrag krijg je geen topper, menen ze. Waarom krijgen Zalm en zijn medebestuurders niet meer betaald? En waar is hun bonus?

De loopbaan van Gerrit Zalm in 17 schaterlachen:

ABN Amro voert een „beheerst beloningsbeleid”, legt Zalm beleggers dan uit. Van haar statuten moet ABN Amro het belang van klanten, werknemers én de samenleving dienen – beheerste beloningen zijn daar onderdeel van. Bonussen mag ABN Amro niet uitkeren zolang de staat nog een belang heeft. Maar Zalm kan beleggers wel beterschap beloven. Als de staat alle aandelen heeft verkocht, zal ABN Amro weer bonussen uitdelen, staat in het prospectus. Want te weinig betalen kan een „competitief nadeel” opleveren bij het werven van goede managers.

5 Wat moet ABN Amro in de olie- en derivatenhandel?

ABN Amro is een logisch en overzichtelijk bedrijf – op een paar activiteiten na, vinden beleggers. Een aantal daarvan valt onder de divisie corporate banking.

Binnen deze divisie financiert ABN Amro 610 bedrijven die internationaal actief zijn op het gebied van energie, grondstoffen en transport.

Illustratie: Stella Smienk

Daar zien beleggers een moeilijkheid: vormen deze klanten een risico nu de olieprijs zo laag is?

Een „langere periode” met een lage olieprijs kan inderdaad voor problemen zorgen, erkent ABN Amro. Maar dat is nog niet het geval, zegt de bank.

Daarnaast zijn beleggers kritisch over de afdeling clearing, een onderdeel dat actief is in de handel in derivaten – complexe financiële producten waarmee klanten zich kunnen indekken tegen allerlei risico’s. De regels hiervoor worden steeds strenger, en dat betekent dat ABN Amro hogere buffers moet aanhouden. Dat drukt de winst. Kan de bank deze tak niet beter verkopen, vragen sommige beleggers? Dat lijkt ABN Amro niet van plan. Zalm wil vasthouden aan de huidige koers, ook na de beursgang.