Aanslag is iets anders dan domme pech

Vergelijk terreurdoden niet met slachtoffers in het verkeer, schrijft Sebastien Valkenberg.

Illustratie Osama Hajjaj

Zucht. Altijd weer die verkeersdoden die er bij worden gehaald na een terreuraanslag. De redenering, een tikkeltje wijsneuzerig, gaat als volgt. We zouden ons teveel laten opjutten door terroristen, in het verkeer vallen veel meer doden. Gisteren blies Charles Groenhuijsen dit valse deuntje op de opiniepagina’s.

Waar terroristen vijftien jaar voor nog hebben, lukt het verkeer in slechts een week. 500 doden maken binnen de EU. Het is de benadering van de boekhouder die enkel werkt in een Excel-sheet. Verder geldt: suggestief gegoochel met cijfers dat hooguit de schijn van redelijkheid biedt.

Soms duikt de terechtwijzing op in een iets andere vorm. Zo was daar destijds de reactie van de Canadese filosoof Ted Honderich naar aanleiding van de aanslag op de Twin Towers en het Pentagon. Op 11 september 2001 kwamen slechts 3.000 Amerikanen om het leven, terwijl op diezelfde dag wereldwijd maar liefst 24 000 mensen stierven aan de honger. Hoe hypocriet van ons, volgevreten westerlingen.

Dit moralistische toontje ontbreekt bij Groenhuijsen, maar de teneur is vergelijkbaar. We doseren onze emoties verkeerd en hebben overmatig veel aandacht voor terreur. Allicht dat er op deze manier relatief weinig mensen aan hun einde komen. Toch laten burgers zich niet geruststellen door dit inzicht. Hoe komt dat?

Deze weigering kun je pareren door er een vage abstractie als “collectieve angst” bij te halen, zoals ook Groenhuijsen doet. Burgers zouden zich snel bang laten maken en politici wakkeren de paniek slechts aan. Het probleem ligt natuurlijk elders. Je kunt het verkeer helemaal niet vergelijken met de slachtpartij in Parijs.

De automobilist die de macht over het stuur verliest, is het slachtoffer van een ongeluk. Verdrietig, dat zeker, maar ook een geval van domme pech. Shit happens. Die vlieger gaat niet op voor de doorzeefde bezoekers van ‘le Bataclan’. Zij werden het slachtoffer van geweld. De domme pech maakt plaats voor boze opzet.

Het is een cruciaal onderscheid. Kennelijk zijn er lieden die ons willen wegvagen. Liefst in zo groot mogelijke hoeveelheden, maar bovenal moedwillig. Dat roept allerlei vragen op die het verkeer niet oproept.

Zoals: waar komt deze haat vandaan? Kom niet aan met de dooddoener dat de Islam wordt misbruikt door enkele fanatiekelingen. Ter illustratie wordt steevast soera 5:32 aangevoerd: “Wie één mens vermoordt, vermoordt de hele mensheid.” Net zo steevast wordt echter het daarop volgende vers weggelaten. “De vergelding dergenen die oorlog tegen Allah en Zijn boodschappers voeren en er naar streven wanorde in het land te scheppen, is slechts dat zij gedood of gekruisigd worden, of dat hun handen en hun voeten de ene rechts en de andere links, worden afgesneden, of dat zij het land worden uitgezet.” Leest als een handleiding voor IS-strijders, nietwaar?

Nog zo’n vraag waarvan de beantwoording maar niet wil geruststellen: wat kunnen we doen tegen terrorisme, in de eerste plaats de homegrown-variant? Voor het verkeer is het overzichtelijk. Veiliger auto’s , betere wegbelijning, voorlichting. Allemaal maatregelen die het aantal slachtoffers de afgelopen decennia naar een laagterecord hebben gebracht. Onwaarschijnlijk dat deradicaliseringsexperts en buurtcoaches een vergelijkbaar succes boeken. Hooguit creëer je de illusie niet helemaal machteloos te staan.

En tot slot de vraag die iedereen zichzelf heeft gesteld het afgelopen weekend, bijvoorbeeld tijdens de intocht van Sinterklaas of in een overvolle stationshal: kan ik het slachtoffer van worden? Uiteraard is de kans hierop klein. Maar dat gold ook voor de argeloze bezoekers van le Bataclan. Dus ja, de aanslagen in Parijs roepen angst op. Maar geen redeloze angst, zoals Groenhuijsen het ons wil doen geloven. Alleen verdwijnt dit dat uit beeld voor wie zich beperkt tot het turven van doden.