‘We zegevierden over geduchtere vijanden’

De Franse president hield gisteren een historische toespraak tot de volksvertegenwoordiging. Frankrijk moet zich opmaken voor een oorlog tegen terreur die nog lang niet voorbij is.

De Franse president François Hollande gisteren tijdens zijn toespraak tot een buitengewone vergadering van het verenigde parlement in Versailles. Stéphane de Sakutin/AFP

Voor het eerst in zijn presidentschap sprak François Hollande gisteren in Versailles het Congres toe, de verenigde vergadering van de Assemblée en de Senaat. Het was pas de tweede keer sinds het begin van de Vijfde Republiek in 1958 dat een president zich rechtstreeks tot het verenigde parlement richtte. Enkele opvallende passage:

„Frankrijk is in oorlog. De daden vrijdagavond in Parijs [...] vormen een aanval op ons land, op zijn waarden, op zijn jeugd, op zijn levenswijze. Zij zijn de handeling van een jihadistisch leger, de groep Daesh [IS, red.] die tegen ons strijdt omdat Frankrijk een land is van vrijheid, omdat wij het vaderland zijn van de Rechten van de Mens.[...]”

„Onze democratie heeft over geduchtere tegenstanders gezegevierd [...] dan over deze laffe moordenaars. [...] Het is mijn voornemen de hele macht van de Staat in dienst te stellen van bescherming van onze medeburgers.”

„[...] We zijn niet betrokken bij een oorlog van beschavingen, want deze moordenaars vertegenwoordigen geen enkele beschaving. Wij zijn betrokken in een oorlog tegen het jihadistisch terrorisme dat de hele wereld bedreigt, niet alleen Frankrijk. In deze oorlog die enkele jaren geleden is begonnen, zijn we ons er wel van bewust dat tijd nodig is en dat van ons evenveel geduld wordt geëist als uithoudingsvermogen en hardheid waarmee we moeten strijden. [...]”

„Vrijdag was heel Frankrijk doelwit van de terroristen. Het Frankrijk dat houdt van het leven, van cultuur, sport, feest. Het Frankrijk zonder onderscheid in kleur, afkomst, loopbaan, godsdienst. Het Frankrijk dat de moordenaars wilden doden, dat was de jeugd in al haar diversiteit. De meeste doden waren nog geen 30 jaar. Zij heetten Mathias, Quentin, Nick, Nohemi, Djamila, Hélène, Elodie, Valentin, en ik vergeet nog vele anderen! Wat was hun enige misdaad? Dat ze leefden. [...]”

„Tot de oorlogsdaden van vrijdag is besloten, ze zijn gepland in Syrië, voorbereid; ze zijn georganiseerd in België, uitgevoerd op ons grondgebied met Franse medeplichtigen. [...]”.

„Sinds begin van het jaar heeft het terroristische leger van Daesh met name toegeslagen in Parijs, Denemarken, Tunesië, Egypte, Libanon, Koeweit, Saoedi-Arabië, Turkije en Libië. Het richt elke dag slachtingen aan en onderdrukt bevolkingen. Daarom gaat de noodzaak om Daesh te vernietigen de hele internationale gemeenschap aan. Ik heb daarom de Veiligheidsraad gevraagd bijeen te komen op de kortst mogelijke termijn om een resolutie aan te nemen die deze gemeenschappelijke wil markeert om het terrorisme te bestrijden. Intussen zal Frankrijk zijn operaties in Syrië intensiveren. [...] De opdrachtgevers van de aanslagen in Parijs moeten weten dat hun misdaden de vastberadenheid van Frankrijk niet zal doen wankelen, maar dat onze vastbeslotenheid hen vernietigen alleen maar sterker wordt. We bestrijden terrorisme overal waar staten in hun overleven worden bedreigd. [...]”

„[...] In Syrië zoeken we resoluut, onvermoeibaar naar een politieke oplossing waarbij Bashar al-Assad niet de uitkomst kan bepalen, maar onze vijand, onze vijand in Syrië, is Daesh. Het gaat er daarom niet deze organisatie in te dammen maar te vernietigen [...].”

„Het is in deze geest dat ik de komende dagen de presidenten Obama en Poetin zal ontmoeten om onze krachten te bundelen [...].”

„Ik heb de minister van Defensie gevraagd zijn Europese collega’s aan te spreken op artikel 42-7 van het verdrag van de Europese Unie dat zegt dat wanneer één land wordt aangevallen, alle lidstaten solidariteit moeten betonen tegenover deze agressie, want de vijand is niet een vijand van Frankrijk, het is een vijand van Europa. Europa kan niet leven met het idee dat de crises die haar omringen geen effect op haar hebben. De kwestie van de vluchtelingen is direct verbonden met de oorlog in Syrië en Irak. De inwoners van de landen daar, met name van de gebieden die door Daesh worden gecontroleerd, lijden en vluchten. [...] Daarom is het van vitaal belang dat Europa met waardigheid degenen ontvangt die gebruik maken van het recht op asiel, maar degenen naar hun land terugstuurt die dat recht niet hebben. Dat vereist, wat nu nog niet het geval is, een effectieve bescherming van de buitengrenzen. [...] Frankrijk en Duitsland zorgen er vandaag voor dat landen die met een toevloed van vluchtelingen worden geconfronteerd, worden geholpen. De eerste landen zijn de landen in de regio: Turkije, Jordanië, Libanon. En als Europa haar buitengrenzen niet controleert, dan – en we zien dat vandaag onder onze ogen gebeuren – is dat de terugkeer naar nationale grenzen [...]. Dat zal het ineenstorten van de Europese Unie zijn.”

„[...] We weten, en het is wreed om het te zeggen dat het Fransen waren die vrijdag andere Fransen hebben gedood. [...] We moeten ons daarom met urgentie en duurzaam verdedigen. [...] Ik heb besloten dat het parlement woensdag een ontwerpwet krijgt die de noodtoestand met drie maanden verlengt en waarvan de inhoud wordt aangepast aan de evolutie van de bedreigingen en technologieën. [...]. Maar we moeten verder gaan. [...] Ik denk dat we onze grondwet moeten aanpassen om de overheid in staat te stellen te handelen, in overeenstemming met de rechtsstaat, tegen het oorlogsterrorisme. [...]”

„Deze grondwetswijziging moet met andere maatregelen gepaard gaan. [...] We moeten de nationaliteit kunnen intrekken van iemand die is veroordeeld voor aantasting van het staatsbelang of terroristische daden, zelfs als hij in Frankrijk geboren is, maar ook een andere nationaliteit heeft. [...] Ook moeten we iemand met dubbele nationaliteit kunnen verbieden op ons grondgebied terug te keren.”