Solist Bolhuis belooft beterschap en mag door

André Bolhuis is nog vier jaar voorzitter van NOC*NSF. De sportbonden hadden kritiek, maar een alternatief was er niet.

André Bolhuis belooft de sportbonden beter te gaan communiceren.

De man die twee jaar geleden nog nadrukkelijk verklaarde geen nieuwe termijn te ambiëren is gisteravond herkozen als voorzitter van sportkoepel NOC*NSF. André Bolhuis (69) was een beetje de bij-gebrek-aan-beter-kandidaat, want er heerst onder sportbonden geen kamerbrede tevredenheid over zijn functioneren, de afgelopen vijf jaar. Desondanks mag Bolhuis van de algemene ledenvergadering in functie blijven.

De herverkiezing was bij het ontbreken van een tegenkandidaat een hamerstuk. Er werd nog wel gestemd, maar de uitslag had een Noord-Koreaanse uitkomst: 200 voor en negen tegen. Opmerkelijk gezien de mate van ongenoegen over Bolhuis, maar ook vanwege het uitblijven van een tegenkandidaat. Uit het brede spectrum aan sportbonden voelde niemand zich geroepen om het tegen Bolhuis op te nemen.

Daarvoor is aantal redenen aan te voeren. Het moment het stuur over te nemen is verre van ideaal. NOC*NSF verkeert financieel in zwaar weer en de vooruitzichten op verbetering zijn ongewis. Bij een ongewijzigde situatie wordt de voorzitter noodgedwongen een constructeur van herstelwerkzaamheden en een boodschapper van veel slecht nieuws.

Een tweede reden is pragmatisch van aard. Het voorzitterschap van de sportkoepel is een vrijwilligersbaan. Daarvoor zijn kandidaten schaars, zeker gezien de tijd die er aan besteed moet worden. De bestuurlijke leider van NOC*NSF vervult in de praktijk vrijwel een fulltime baan. Die tijd kunnen weinigen vrijmaken, wel de gepensioneerde tandarts Bolhuis.

Aanpassen bestuursstijl

De ambivalente gevoelens over de bestuursstijl van Bolhuis was voor een aantal bonden, zoals de Atletiekunie en de zwembond, aanleiding met de voormalige hockeyinternational een goed gesprek te voeren. Dat groepje voorzitters confronteerde Bolhuis rechtstreeks met de kritiek van bonden en verzocht hem zijn stijl aan te passen.

Kern van kritiek was het solistische optreden van het bestuur van NOC*NSF in het algemeen en Bolhuis in het bijzonder. De kritische bonden willen in een vroeger stadium bij zaken betrokken worden en niet in de nastoot over besluiten worden ingelicht. Bolhuis heeft zich die kritiek aangetrokken, want nog voor de stemming plaatshad beloofde hij beter te zullen communiceren.

Naast de kritiek uit de boezem van NOC*NSF waren er meer redenen om Bolhuis geen derde en laatste termijn van vier jaar te gunnen. Hij heeft de afgelopen vier jaar matig gefunctioneerd. Het Olympisch Plan 2028 werd onder zijn hoede bij de kabinetsformatie rücksichtslos afgeschoten. Reden: geen geld. Bolhuis juichte als hoeder van het Olympisch Plan dat belsuit toe, een reactie die hem door veel bonden werd kwalijk genomen.

Zijn grootste blunder was de mislukte Nederlandse kandidatuur voor de Europese Spelen. Het leidde tot een gebrouilleerde relatie met minister Edith Schippers van Sport. Zij voelde zich door Bolhuis voor het blok gezet met zijn opvatting dat de regering onmogelijk kon wegkijken bij de financiering van de Europese Spelen. De minister kon dat wel degelijk en stelde geen geld beschikbaar. Een tweede plan werd afgeschoten. Voor Bolhuis een pijnlijk lesje in nederigheid.