Column

Overleven in Bataclan: het eerste tv-interview

Onze tv-recensent Hans Beerekamp over het eerste tv-interview na de aanslagen in Parijs.

Dexter Sillem en Ferry Zandvliet in 'RTL Late Night'

Het kluitjesvoetbal van de televisieverslaggeving richtte zich gisteren vooral op wat een veteraan van de Franse veiligheidsdienst in EenVandaag omschreef als ‘Molenbekistan’. Dus zagen we in elk actueel programma een stand-upper op de natte kasseien van het centrale plein van de Brusselse deelgemeente Sint-Jans-Molenbeek.

Er zou daar een islamistische vrijstaat zijn ontstaan, de Europese hoofdstad van de jihad. Maar schepen Jan Gypers, een liberaal met een palestinasjaal, ontkende in Pauw alles, zoals dat in Nederland lang ook de gewoonte was als er over getto’s werd geklaagd. Hoeveel rotte appels waren er nou helemaal, tien, twintig? Op honderd duizend inwoners? Nou dan!

In Nieuwsuur ging de analyse van Hans Bonte, socialistisch burgemeester van Vilvoorde, iets dieper. Natuurlijk waren er problemen, maar die zijn vooral veroorzaakt door de versnippering van het Brusselse gewest, met negentien burgemeesters en zes politiedistricten.

Fascinerende materie, maar het verhaal van de dag was toch iets heel anders. RTL Late Night had de primeur van een lang gesprek met overlevenden van het bloedbad in de Bataclan. Een Nederlandse vriendengroep vertelde voor één keer het hele verhaal, gedetailleerd en zakelijk, maar met een voortdurend zichtbaar onderdrukte emotie. De vier mannen raakten elkaar af en toe aan, als het moeilijk werd.

Het was een tof concert geweest van Eagles of Death Metal, totdat plotseling die gasten daar stonden, met hun kalasjnikovs. Angst verlamt, maar ze hadden alle vier geluk gehad. De terroristen spraken niet, ze gingen geconcentreerd en ernstig te werk, alsof ze een highscore in een videogame wilden halen. Door te schuilen achter minder gelukkige slachtoffers wist het viertal uit Rotterdam en Capelle te voorkomen dat de kogels hen raakten.

Het gedenkwaardige lange interview zal niet alleen hoog eindigen op alle denkbare jaarlijstjes, maar zou ook verplicht lesmateriaal moeten zijn voor hulpverleners. Of de vier mannen (Ferry Zandvliet, Bob de Zwart, Frank de Wilde en Dexter Sillem) al met professionals gepraat hadden, wilde Humberto Tan weten. Nee, dat was er nog niet van gekomen. De redactie was de eerste geweest die ze hulpverlening had aangeboden, ook als ze besloten hadden niet voor de camera te treden.

De eerste signalen van een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) kon je zelfs als leek vermoeden: elk besef van tijd was weg, ze hadden het gevoel er niet zelf bij te zijn geweest, het leek wel een film. Vooral ook de wezenloze terugreis in de auto, in bebloede kleren, was ze heel zwaar gevallen. Nu weet iedereen wie ze zijn en wat ze hebben meegemaakt. Het zal niet eenvoudig worden om gewoon door te gaan met werken en verder leven. Wat ze het liefst zouden hebben? Een tijdje rust en vrij, ver weg. En misschien een nieuwe telefoon.