Column

Onaangedaanheid als kernwaarde

Er is geen andere bezigheid zo eenzaam als het lezen van een roman die je niet bevalt. Het diepst is de verlatenheid wanneer de roman wereldwijd wordt aangewezen als de literaire gebeurtenis van het decennium. Jury’s delen prijzen rond, je vrienden zijn lyrisch in hun leesverslagen en jij kunt niet anders concluderen dan dat je volstrekt alleen op de wereld bent. Niemand die op je lijkt.

In de New York Review of Books schrijft Tim Parks zojuist over tweespalt tussen lezers van de betere romans. Parks worstelt zich dezelfde weg door de literatuur als ik. Begrijpt de internationale geestdrift over Haruki Murakami ook niet goed. Is ook braaf begonnen in Karl Ove Knausgaard en heeft het opgegeven. Voortdurend krijg ik de indruk, zegt hij, dat andere lezers zichzelf toestaan belazerd – ‘hoodwinked’ – te worden. En dat is het precies. Je krijgt de indruk dat je tijdgenoten, die zich ook al op sleeptouw laten nemen door schimmige politici en onbetrouwbare opiniemakers, in groten getale romans lezen met bedrieglijke charmes.

Tenminste, naar jouw mening, waarvan je zeker weet dat die de enige juiste is.

Soms heeft je ergernis een reden. Als het goed is, bevordert het lezen van romans de innerlijke democratie. Je krijgt toegang tot het hoofd van anderen en voegt hun stem toe aan je eigen stemmen. Daarom voelt het als verraad wanneer je opeens niet in het hoofd van een ander zit, maar in een decor dat laat zien hoe die ander denkt dat derden denken hoe de schrijver moet denken wil ze de literaire ontdekking van het decennium zijn.

De eerste succesvolle roman die ik uit angst voor dit soort manipulatie ooit weigerde te lezen was ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’ van Pirsig. Om me vervolgens volledig gewonnen te geven toen ik het jaren later alsnog las.

Toch is de blijdschap die losbarst wanneer je het met anderen eens blijkt te zijn minder groot dan de gramschap wanneer je het oneens bent. Toen ik laatst stuitte op een ode van Jeffrey Eugenides aan de roman ‘Herzog’ van Saul Bellow, voelde ik me met Eugenides niet plotseling innig verwant. De roman van Bellow is immers zo onbetwistbaar geniaal dat je moeilijk anders kunt dan buigen.

Nee, eensgezindheid is mooi, maar tweespalt, onenigheid, verdeeldheid tussen serieuze lezers: daar zit de fascinatie. Het houdt ook Tim Parks al langer bezig. In een ouder artikel – ‘Why readers disagree’– verklaarde hij de botsingen aan de hand van een theorie over de familie. Iedere familie, zegt de Italiaans systeempsycholoog Valeria Ugazio, heeft een kernwaarde, een begrip waarover ze het meest praat. De ene familie is gebiologeerd door goedheid, de andere door moed. De familieleden kiezen allemaal hun positie, op de as tussen liefde en liefdeloosheid bijvoorbeeld, en nemen die positie met zich mee de wereld in.

De lezende familieleden zoeken daar in die wereld naar romans die bij hun kernwaarde passen en bij het familiedispuut erover. Ze lezen Dostojevski als ze hun plaats zoeken op de as tussen goed en kwaad, ze lezen Jane Austen als ze kiezen tussen vrijheid en conventie. En zo kan het dus gebeuren dat er romans verschijnen die worden verslonden door lezers uit families met liefde als kernbegrip, maar die weinig doen in families met een hang naar waarheid of leugen.

Dat ik kwam aanzetten met de romans van Saul Bellow en Robert Pirsig zal wel betekenen dat voor mij onaangedaanheid een kernwaarde is en dat ik in mijn literaire voorkeuren beweeg langs de as stabiliteit-labiliteit.

In Pirsigs boek wordt geestesziekte bestreden door een motorfiets uit elkaar te halen. Bellows held Moses E. Herzog is in existentiële crisis geraakt en probeert daar weer uit te geraken door onderhoudende brieven te sturen aan ex-vriendinnen, Nietzsche, Eisenhower en God.

Wereldleiders kunnen deze dagen dus wel zeggen dat alle fatsoenlijke mensen universele waarden met elkaar delen, en dat is natuurlijk ook zo, maar al die fatsoenlijke mensen brengen daarin niet dezelfde volgorde aan. Ze geven niet allemaal prioriteit aan vrijheid, bijvoorbeeld, omdat hun kernwaarden minder voortkomen uit de cultuur dan uit hun persoonlijk leven. Vandaar het bittere onderlinge onbegrip tussen fatsoenlijke lezers van fatsoenlijke literatuur; vandaar dat al die schrijvers met hun eeuwige gezeur over de liefde wat mij betreft een schop kunnen krijgen.

De roman heeft zeker een democratiserend effect. Het lezen ervan kan je de illusie geven dat je niet alleen op de wereld bent. Dat er nog zo iemand is zoals jij. Maar de lezersreacties zijn pas echt democratiserend als ze je die illusie ontnemen en je leren dat je volslagen verlaten bent. En dat al die anderen helaas net zoveel recht op hun interpretatie hebben als jij.