Nederlandse Beatleswanhoop

In 1964 coverden talrijke Nederlandse bands Beatles-hits. Toen flops, nu opnieuw uitgegeven.

Achteraf bezien was het inderdaad niet zo’n goed idee – dat vindt Peter Koelewijn nu zelf óók wel. „We hadden beter bij de rock-’n-roll kunnen blijven”, zegt hij. „We konden ook lang niet zo goed spelen als The Beatles. We hadden niet eens zulke goede gitaren als zij. Maar ja, de platenmaatschappij wilde het graag en dus moesten wij er toen aan geloven.”

Zo zetten Koelewijn en zijn Rockets in 1964, vijf jaar nadat ze eerder de eerste grote Nederlandse rockhit Kom van dat dak af hadden gemaakt, in 1964 een vertaling op de plaat van de Beatles-hit I wanna hold your hand. In hun versie heette het nummer Geloof maar dat ik ren. Maar het Nederlandse publiek verkoos het origineel boven de kopie.

En datzelfde gold voor alle andere Beatles-covers die in dat jaar werden gemaakt. Door toenmalige tienersterretjes als Ria Valk, Karin Kent en Gonnie Baars, de jazz-zangeres Rita Reys, de in dixieland gespecialiseerde Beale Street Jazz Band, het komische duo De Mounties („de kuifies zijn gekamd / met de platte boender, hupsakee”), de multi-instrumentalist Tobi Rix en het meisjeskoor Sweet Sixteen.

Al die opnamen, destijds zo hoopvol op single uitgebracht, zijn deerlijk geflopt. En ze zouden ook allang vergeten zijn, als verzamelaar en muziekbloemlezer Vic van de Reijt ze ruim een halve eeuw na dato niet op een langspeelplaat van heus vinyl had gezet die nu onder de titel When it was sixty-four is uitgebracht door de Amsterdamse platenwinkel Concerto.

De sneue uitvoerenden hebben hier de groepsnaam De Kievers gekregen, omdat de groepsnaam The Beatles immers ook een woordspeling was – naar het Engelse woord voor kevers.

Wat zich bij deze curiosacollectie vooral manifesteert, is de wanhoop die het Nederlandse artiestengilde destijds beving toen de overrompelende Beatles-rage alle populaire muziek van eigen bodem in één klap leek weg te vagen. Wat konden die artiesten destijds anders doen dan mee te lopen met de massa? „Het is allemaal niet om aan te horen”, oordeelt Van de Reijt. „Maar dat maakt het juist zo leuk.”