Nederlands enige wereldkampioen

Hij werd geboren met een Nederlands paspoort, maar won de WK-finale in 1974 met West-Duitsland – van Oranje.

Rainer Bonhof (links) in duel met Johan Neeskens tijdens de WK-finale van 1974 tegen Nederland. (West-)Duitsland won met 2-1. Bonhof gaf de voorzet op spits Gerd Müller, die  de winnende maakte. Foto Hollandse Hoogte Foto Hollandse Hoogte

Hij was de droomkandidaat voor het ambassadeurschap van een natuurpark tussen Venlo en Mönchengladbach. Beheerders van het groen gaan er prat op dat hun bos grensoverschrijdend is en wie konden ze daarvoor beter inzetten dan Rainer Bonhof. De oud-voetballer werd geboren met een Nederlands paspoort, maar werd later wereldkampioen met West-Duitsland. Ten koste van, jawel, het Nederlands elftal. „Ik ken dus het belang van open grenzen”, zei Bonhof bij de opening van enkele nieuwe wandelpaden.

Drie jaar later zit Bonhof aan een tafel in een skybox van Borussia Mönchengladbach. Het is de club waar hij in de jaren zeventig en tachtig furore maakte als een onvermoeibare middenvelder en tegenwoordig vicevoorzitter is. Hij was het die in de WK-finale van 1974 tegen Nederland de voorzet gaf op spits Gerd Müller, die wegdraaide en de winnende maakte.

Later werd gekscherend gezegd dat Bonhof de enige Nederlander is die een wereldkampioenschap heeft gewonnen. Vlak na de eeuwwisseling was er zelfs een Nederlandse journalist die meende dat de finale van 1974 alsnog ongeldig moest worden verklaard: Bonhof was volgens hem niet speelgerechtigd. „Het was pure journalistieke nieuwsgierigheid van hem, maar vervolgens moest ik me wel verantwoorden bij de Duitse bond, hoe het nou zat. Toen heb ik het verhaal verteld dat ik jou nu ook vertel.”

Interview van voor de aanslagen in Parijs

Het interview met Bonhof (63) vond plaats vóór de aanslagen in Parijs, met het oog op de oefenwedstrijd tussen Duitsland en Nederland. Die wordt vanavond toch gespeeld, ondanks de beangstigende nacht die de Duitse ploeg vrijdag doorbracht in het Stade de France van Parijs.

In een mix van Duits en Nederlands vertelt Bonhof over zijn jeugd in de Duitse grensstad Emmerich, waar hij opgroeide als zoon van een vader die goed kon voetballen. Bonhof was zeventien toen hij in 1969 werd uitgenodigd om namens een regionaal team van Duitsland een interland te spelen tegen een Nederlandse jeugdselectie. In Geleen deed zich echter een probleem voor. Bonhof: „De trainer, Herr Wittmaier, kwam naar me toe en zei: ‘Jij hebt een Nederlandse pas’. Ik zei: ja, ik ben Nederlander.”

Ook Duitsers in Nederlandse ploeg

Nederlander? Zijn coach stond perplex. Hij spoedde naar zijn collega van Nederland. Is geen probleem, kreeg hij te horen. Andersom had de Nederlandse ploeg enkele spelers met een Duitse pas.

Op papier was Bonhof Nederlands, maar in de praktijk waren hij en zijn familie volkomen Duits, zegt hij. „Ik had niks Nederlands. Geestelijk ook niet. Ik had ook Duitse vrienden. Het enige wat ik met Nederland had, waren vakanties en de boodschappen die we er deden in ‘s-Heerenberg.”

Zijn Nederlandse identiteitspapieren dankt hij aan zijn opa. Een Nederlander die voor werk en de liefde neerstreek in Emmerich. Zijn kinderen werden geboren in Duitsland, maar kregen dezelfde identiteit als de kostwinner van het gezin. Bij zes andere families in de straat was het niet anders.

De ploeg die in 1974 het WK won, poseerde 30 jaar later met hun shirts in het Olympisch Stadion in München. Foto Armin Weigel/EPA

De hele familie werd Duits

Bonhof erfde vervolgens de Nederlandse nationaliteit van zijn vader. Nooit was dat een probleem, tot die jeugdinterland in 1969. De Duitse bond vroeg hem daarna meteen om Duits te worden en liefst snel. Een half jaar later begon de kwalificatie voor het EK voor beloften. Eén nadeel: Bonhof was op dat moment minderjarig. Pas als hij meerderjarig was – destijds met 21 jaar - zou hij officieel Duits kunnen worden. Tenzij heel zijn familie daarvoor koos. Dan was het binnen vier tot zes maanden rond.

Zijn familie steunde hem: allen werden ze Duits. „Op 26 maart 1970 lag mijn Duitse pas op de mat. Vier dagen later speelde ik met Jong Duitsland tegen Tsjecho-Slowakije.”

Nooit heeft Bonhof eraan gedacht voor Nederland te spelen. Willi Lippens deed dat wel. Bonhof kent diens verhaal. Lippens werd geboren in het Duitse Kleve, maar speelde één interland voor Oranje voordat hij uit de ploeg werd gepest.

Bonhof: „Ik kan me voorstellen hoe dat is gegaan. Willi kwam in de zeventiger jaren terecht in een perfect team, met zes spelers van Ajax en vijf van Feyenoord, en sprak waarschijnlijk ook geen vloeiend Nederlands. Daardoor ontstaat er een barrière.”

Snel doorrijden, beetje eng hier

Heeft hij zelf animositeit ervaren? Af en toe, zegt Bonhof. „De relatie tussen Nederland en Duitsland is in de vorige eeuw vijandelijker geworden, maar in het grensgebied bestaat die nijd niet. Jan uit Holland was even goede vrienden met Peter uit Duitsland. Maar als je wat verder Nederland inging, was niet iedereen even vriendelijk. Dan zeiden mijn ouders: snel doorrijden. Beetje eng hier.”

Eindstation was meestal Cadzand of Renesse, waar Bonhof met zijn ouders vakantie vierde. Zo leerde hij Nederland spreken. Dankzij vakantie, jeugdkampen en familiebezoek.

Geen Duitsers hier

Hij heeft naar eigen zeggen een zwak voor Nederland en stoort zich eraan als anderen panisch reageren op zogenaamde vijandelijkheid tussen beider landen. „Dan spelen we met Borussia Mönchengladbach een oefenwedstrijd tegen FC Twente en dan roept de burgemeester van Enschede: geen Duitsers hier. Net als bij de oefenwedstrijd tegen PSV van afgelopen zomer. Ongelooflijk. We waren met 12.000 man op de Spaanse Trappen in Rome. Ik geloof dat er vijf flessen bier zijn blijven staan. Bij Feyenoord was dat wel anders, hè?”