NAM: ‘versterking bij minder huizen’

In Groningen hoeven niet 30.000 tot 90.000 woningen te worden versterkt, blijkt uit onderzoek van gaswinner NAM. Het gaat om slechts 5.000 tot 10.000 panden.

Een huis in het Groningse Sauwerd, dat vorige maand ontruimd werd omdat de bewoners mogelijk gevaar liepen. Foto Kees van de Veen

In het Groningse aardbevingsgebied hoeven veel minder huizen versterkt te worden dan eerder gedacht. Tot 2021 gaat het om circa 5.000 tot 10.000 gebouwen, schat de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), als winner van het gas verantwoordelijk voor de bevingen. Het bedrijf baseert zich op onderzoek dat het afgelopen jaar is uitgevoerd door onder meer de Technische Universiteit Delft en ingenieursbureau Deltares. In de jaren vanaf 2021 gaat het om enkele honderden gebouwen per jaar.

Eerdere schattingen, in januari gemaakt in opdracht van het kabinet, kwamen uit op zo’n 30.000 tot 90.000 woningen. Een analyse van ingenieursbureau Van Rossum in opdracht van de provincie Groningen, ging nog uit van zo’n 152.000 huizen en appartementen die versterkt moeten worden. In het gaswinningsgebied bevinden zich zo’n 300.000 gebouwen, waaronder 212.500 huizen en appartementen.

De NAM heeft gisteren de resultaten van de laatste onderzoeken gepresenteerd. Toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) moet het rapport nog bekijken en komt begin volgende maand met een oordeel erover. Halverwege december besluit minister Kamp (VVD) van Economische Zaken hoeveel gas er in 2016 gewonnen mag worden uit het Groningenveld. De minister had de gaswinning voor dit jaar al teruggeschroefd van bijna 40 miljard tot 30 miljard kubieke meter. Het is nu de vraag of hij dat niveau handhaaft of hij juist opnieuw verlaagt. Voor zo’n verdere reductie pleitte onder anderen Jan de Jong, voormalig inspecteur-generaal van SodM.

Volgens de NAM is het risico voor gebouwen en inwoners bij het huidige productieniveau „beheersbaar”. Aan de risiconorm die dit najaar is vastgesteld door de commissie-Meijdam kan worden voldaan: de kans dat een persoon op een bepaalde plaats komt te overlijden door het instorten van een gebouw moet kleiner zijn dan eens in de 100.000 jaar. Minister Kamp nam dit criterium over. Het geldt ook elders in Nederland voor bestaande bouw.

Aan de hand van deze norm is uit te rekenen hoe sterk gebouwen in het Groningse aardbevingsgebied in de toekomst moeten zijn. Op basis hiervan, en in combinatie met de nieuwe onderzoeksresultaten, komt de NAM op dat aantal van 5.000 tot 10.000 te versterken gebouwen tot 2021.

Het nieuwe onderzoek vond onder meer plaats in het Italiaanse Pavia, bij het centrum voor aardbevingsonderzoek EUcentre. Een Gronings huis werd daar afgelopen september nagebouwd (door Groningse metselaars) en op een speciale schudtafel blootgesteld aan trillingen die typische Groningse aardbevingen simuleren. Verder zijn bij de TU Delft tests uitgevoerd op muren, stukken metselwerk en cement. Daaruit komt naar voren dat bakstenen van kalkzandsteen, waaruit van veel woningen de dragende muren zijn opgebouwd, sterker zijn dan gedacht. Wel blijkt een grote variatie in de kwaliteit van metselwerk.

Op basis van de berekeningen concludeert de NAM dat de meeste van de kwetsbare gebouwen in een band liggen, die grofweg van Delfzijl via Loppersum in de richting van de stad Groningen loopt. Hier is de ondergrond van klei, en die dempt ondergrondse trillingen minder dan bijvoorbeeld een zandbodem.

De NAM heeft de gebouwen in het aardbevingsgebied onderverdeeld in zestig typen en per type de kwetsbaarheid berekend. Het is dus niet op het niveau van individuele huizen bekend welke versterkingen nodig hebben om aan de norm te voldoen. Dat moet duidelijk worden uit inspecties. Inmiddels zijn circa 12.000 huizen van buitenaf geïnspecteerd en 2.000 aan de binnenkant. Het is lastig gebleken de kwaliteit van de kalkzandstenen dragende muren vast te stellen, omdat er aan de binnenkant vaak een gipswand voor zit en aan de buitenkant een laag kleibakstenen, die beschermt tegen regen en isoleert.