Middeleeuws wrak van kogge uit de IJssel is bijna intact

In de vijftiende eeuw werd een schip haastig afgezonken in de IJssel. Nu diepen onderwaterarcheologen het op.
De eerste delen van de IJsselkogge werden in oktober boven water gehesen. Foto ADC Archeoprojecten

De IJsselkogge, die vier jaar geleden bij Kampen werd ontdekt en nu pas verder onderzocht is, blijkt behoorlijk compleet te zijn. „Het schip is begin vijftiende eeuw samen met twee andere schepen waarschijnlijk met opzet afgezonken om verzanding van rivier de IJssel tegen te gaan”, vertelt onderwaterarcheoloog Wouter Waldus van ADC Archeoprojecten.

Na het wegzuigen van vier meter zand en twee maanden onderzoek op de bodem van de IJssel stelt hij tot zijn verbazing vast dat het twintig meter lange en acht meter brede schip indertijd niet volledig is ontmanteld zoals wel verwacht werd voor een expres afgezonken schip. Op het achterdek hebben we een koepeloven van kloostermoppen en geglazuurde tegels gevonden.”

Afzinken met haast

Verder ontdekten ze delen van een pompsysteem om het buiswater weg te krijgen, en een bijna compleet wantrust, dat aan de buitenkant van het boord zit en voor de verbinding van de touwen naar de mast dient. „De zeven bevestigingsbouten met oog (puttingijzers) waren er nog. Aan twee ervan zat ook nog een jufferblok, een blok met drie gaten waar de lijnen doorheen werden geschoren.” Het is voor Waldus nog gissen naar het antwoord op de vraag waarom het schip niet volledig is ontmanteld. „Mogelijk moest het afzinken met enige haast gebeuren en kostte alles weghalen teveel tijd.”

De kogge was in de dertiende, veertiende en vijftiende eeuw het kenmerkende handelsschip van de Hanzesteden. Voor archeologen was het lange tijd een bijna mythisch schip, alleen bekend uit historische bronnen en van afbeeldingen. Pas in 1963 werd in Bremerhaven voor het eerst een goed bewaard gebleven exemplaar opgegraven, dat uit de tweede helft van de veertiende eeuw bleek te stammen. Twintig jaar later werd in de Flevopolder bij Nijkerk een koggewrak uit het begin van de veertiende eeuw ontdekt. Een kogge die in 2000 bij het Belgische Doel is gevonden stamt uit dezelfde tijd.

Waldus: „Met de IJsselkogge uit het begin van de vijftiende eeuw kunnen we dus de ontwikkeling van dit scheepstype goed volgen. Bij de IJsselkogge zitten aan de buitenkant balken die als bumper dienden. Verder zie je al de ontwikkeling naar de ronde vorm die typerend is voor schepen in de zestiende eeuw. Ook is er veel meer ijzer gebruikt dan bij de oudere exemplaren. Voor de hoofdverbindingen zijn in plaats van houten pinnen dikke ijzeren bouten gebruikt. Het vele en duurdere gebruik van ijzer kan te maken hebben met een gunstige economische ontwikkeling. Daarover hebben we pas zekerheid als het hout van het schip is onderzocht en we hebben vastgesteld waar het schip is gemaakt.”

Sinth-Elisabethsvloed

Waldus denkt dat het afzinken met de Sint-Elisabethsvloed uit 1421 te maken heeft gehad. „Hydrologen hebben vastgesteld dat de Rijn daarna minder water naar de IJssel voerde. Dat kunnen we bevestigen, want een paal die het afgezonken schip op z’n plek moest houden kan alleen vanaf het droge in de bodem zijn geduwd.”

Een aak en een punter, twee andere schepen, zijn al boven water gehaald. Foto ADC ArcheoProjecten

De IJssel is geen ideale plek voor onderwaterarcheologie, vertelt Waldus. „Het zicht was amper een meter.” Toch zijn er beelden die suggereren dat er soms wel tien meter zicht was. „Dankzij fotogrammetrie, waarbij zware computers in twee dagen tijd filmbeelden uit alle hoeken omzetten in 3D-beelden in echte kleuren. Dat maakte het ons mogelijk sneller en gerichter te werken.”

De kogge wordt – net als de punter en de aak die al gelicht zijn – door het consortium Isalacogghe geborgen, omdat hij in een vaargeul ligt die Rijkswaterstaat gaat verdiepen. Met een speciaal ontwikkelde spuitlans worden tunnels onder het wrak gespoten en hijsbanden aangebracht. In de loop van januari wordt het uit het water getakeld, aldus Waldus. „Als het hout nog in goede conditie is, zal het schip daarna worden geconserveerd en tentoongesteld worden.”