Column

Man van vrede

Wie was ook weer Frans van der Lugt? Door die stroom van nieuwe moorden in Parijs zou je bijna zijn lot vergeten. Toch was de moord op hem even wreed als afgelopen vrijdag die op de weerloze Franse burgers.

Het is alweer meer dan een jaar geleden dat deze 75-jarige Nederlandse jezuïet in de tuin van het jezuïtenhuis in het Syrische Homs door het hoofd werd geschoten. De dader was een gemaskerde man die mogelijk banden had met het extremistische al-Nusrafront dat gelieerd is aan al-Qaida. Dat lees ik in een recent boekje over Van der Lugt: Frans van der Lugt SJ – Bruggenbouwer en martelaar in Syrië, samengesteld door de jezuïet Paul Begheyn.

De moord op Van der Lugt werd internationaal als schokkend ervaren. „Een inhumane daad van geweld tegen een man die heldhaftig het Syrische volk bijstond”, zei Ban Ki-moon, secretaris-generaal van de VN. „Een man van vrede die met grote moed trouw wilde blijven aan het Syrische volk”, liet het Vaticaan weten.

Zo werd Frans van der Lugt een beroemd Nederlands slachtoffer van buitenlandse terreur. Het is dan ook terecht dat er een boekje aan deze bijzondere man is gewijd. Het bevat veel bijdragen van collega’s en ook teksten van hemzelf. Daaruit rijst het beeld op van een onconventionele, eigenzinnige man die met de nodige aarzelingen priester werd.

Tijdens zijn opleiding had hij verkering met een meisje „dat zeer veel voor mij betekend heeft, maar toch kon ik ook hier geen vrede mee vinden”. In zijn hart broeide een dieper verlangen, „het verlangen alles te mogen zijn voor allen”.

Van der Lugt, zoon van een welgestelde bankiersfamilie in Amsterdam, vertrok in 1966 naar Libanon en vervolgens naar Syrië voor welzijnswerk en onderwijs aan de christelijke gemeenschap. „Pater Frans stond altijd klaar voor iedereen”, schreef Maarten Zeegers in deze krant. „Omdat hij geen onderscheid maakte tussen christenen en moslims onderhield hij zeer goede relaties met beide gemeenschappen. „Ik ben een Syriër geworden”, zei hij.

Net als de meeste christenen steunde Van der Lugt het bewind van Assad, vermoedelijk uit vrees voor een islamitische meerderheid, schreef Zeegers. Hij was ook bang voor een burgeroorlog na de val van Assad. Later veranderde hij zijn standpunt over de revolutie. Dat was nadat de rebellen Homs waren binnengetrokken en het gebied door Assad werd afgesloten. Christenen en moslims moesten het samen zien te redden, Van der Lugt kreeg een goed contact met de opstandelingen. Het voedsel raakte op en er volgde een evacuatie. Hij besloot de achterblijvers te blijven verzorgen. „Want ik ben er voor alle Syriërs.” Die barmhartigheid werd hem uiteindelijk fataal. De liquidatie is nooit opgeëist, de motieven van de moordenaar bleven onduidelijk.

Ik kan me herinneren dat ik met bewondering naar tv-reportages over die bedaarde, standvastige man zat te kijken.

In een van zijn teksten, uit 2011, kwam ik een interessante passage over de emigratiedrang van Syrische christenen tegen. Meer dan de helft van de christenen was toen al geëmigreerd. „Natuurlijk spelen economische redenen een belangrijke rol bij deze drang tot emigratie. Velen denken dat ze het elders beter zullen hebben dan in hun eigen land. Meestal is de kijk op het eigen land te negatief en wordt het buitenland geïdealiseerd. Vaak moedigen geëmigreerden het thuisfront aan ook naar het buitenland te vertrekken.”