Lachen om een beklemmende driehoeksverhouding

Ze is is opdringerig, bevoogdend, verstikkend. In Glazen Speelgoed blikt verteller Tom terug op de ontsnapping aan zijn moeder en zus.

Chris Nietvelt als Amanda Wingfield in ‘Glazen Speelgoed’ bij Toneelgroep Amsterdam. Foto Sanne Peper

Ze heeft een genante voorkeur voor anekdotes over ingewanden en maagsappen. Te pas en te onpas praat ze over vroegere aanbidders – even verdwijnt dan de desillusie uit haar blik. Ze strijkt liefdevol je haar glad om in één beweging bestraffend de sigaret uit je mond te grissen. Drammerig, ijdel en koket is ze, en razendsnel gekwetst. Ze komt te dichtbij, in haar groene badjas, ze zit je op je lip: is opdringerig, bevoogdend, verstikkend. Zij is Amanda Wingfield, een vervaagde southern belle, zo’n vrouw die de kamer vult met haar présence. En Tom Wingfield, protagonist van Tennessee Williams’ Glazen Speelgoed, zucht onder het juk van deze dominante moeder.

Auteur en hoofdpersoon hebben dezelfde initialen; Glazen Speelgoed (The Glass Menagerie, 1944) is deels autobiografisch. Williams analyseert in dit vroege stuk, hier zelden opgevoerd, de beklemmende driehoeksverhouding waarin hij ooit met moeder en zus gevangen zat. Als verteller blikt Tom terug op zijn ontsnapping. Die was noodzakelijk, hoezeer hij sindsdien ook door schuldgevoel wordt geplaagd.

Moeder en zus worden door hem als personages ten tonele gevoerd in een re-enactment van het verleden. De talentvolle New Yorkse regisseur Sam Gold (1978) ensceneert zijn debuut bij Toneelgroep Amsterdam ook als zodanig. Het toneelbeeld is leeg; we zien de kale muren van een onttakeld theater. In een opzettelijk lelijk decortje staan tafel en stoelen uit de repetitieruimte. In die speelse setting rijgen Toms herinneringen zich aaneen tot een onvermijdelijke gezinstragedie.

Onweerstaanbare treurnis

De zoon (Eelco Smits) heeft literaire ambities maar zwoegt slecht betaald in een schoenenmagazijn. Elke avond ontvlucht hij het huis. Zus Laura (Hélène Devos) is kwetsbaar en kreupel; zij trekt zich thuis terug met haar verzameling glazen dierenbeeldjes. Met de moed der wanhoop slaat moeder Amanda (Chris Nietvelt) zich door de treurnis; ze ruziet met Tom en vestigt al haar hoop op Laura; die moet eerst naar business school, en als dat mislukt: aan de man. Tom nodigt met dat doel een collega (Harm Duco Schut) te eten uit, maar zijn komst werkt onbedoeld ontwrichtend.

Regisseur Gold en de acteurs weten, zeker in het eerste deel, een onweerstaanbare sfeer op te wekken. De toon is licht en de gezinsheisa perfect getroffen: een herkenbare en geestige mengeling van genegenheid en irritatie. De warmte in dit gezin is onmiskenbaar, de uitzichtloosheid ook. Die dubbelheid zit ook in Nietvelts weergaloze vertolking van Amanda. Aan één stuk door praat ze, haast zonder adempauze: zo’n eenzame, middelbare vrouw die haar moment pakt. Nietvelt zet haar grote komische talent in voor hilarische litanieën van vergane glorie. Ze is onuitstaanbaar, onverdraaglijk, en toch moet je van haar houden. Een onmogelijke paradox, zoals ook glazen speelgoed dat is.

Dat Tom zijn geliefden in de steek moet laten om zichzelf te kunnen zijn, is de grote tragedie van het stuk. Maar de slotscène, waarin hij terugblikt op zijn dramatische vertrek, is slordig afgeraffeld. Smits, die van het achtertoneel op het publiek afloopt, is dan slecht te verstaan, en zijn spel, dat misschien gehard moet lijken, doet eerder onverschillig aan. Een gemiste kans van de regie. Zo wordt Glazen Speelgoed een verrukkelijke, voortreffelijke komedie, met slechts een zweempje tragiek, sluimerend onder de oppervlakte.