Juist nu: geef moslims het gevoel erbij te horen

Niets anders dan andere Nederlanders! Moslims aanspreken op daden waarop ze geen invloed hebben, verdeelt alleen maar, zegt Tahmina Akefi.

10 september, 2015. Koning Willem-Alexander tijdens een werkbezoek aan de Assalaam moskee. De koning sprak met bestuursleden over de positie en rol van de moskee in een kleine leefgemeenschap en het zoeken van verbindingen met de rest van de samenleving. Foto Jerry Lampen/ANP

Na de aanslagen in Parijs zijn de ogen opnieuw gericht op de moslims in Nederland. Hoe gaan ze reageren op deze barbaarse daad die gepleegd is in de naam van hun geloof?

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam weet wat de moslims te doen staat: krachtig stelling nemen tegen de gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden in Parijs, zo zei hij dit weekend op televisie. Jongerenimam Yassin Elfrokani zei in een interview met de Volkskrant: „Je moet wel van een ander planeet zijn, om je als moslim niet te willen uitspreken. Door de timing (voor de tweede keer binnen een jaar in Parijs) en de omvang (132 doden), kan je als moslim niet meer wegkijken.” En wat er op social media wordt geschreven laat ik maar liever buiten beschouwing.

Maar moet een blanke Nederlander afstand nemen van Amerikaanse aanvallen op islamitische landen waarbij veel onschuldige burgers om het leven komen? Worden de katholieken geacht afstand te nemen van het misbruik in de katholieke kerk?

Nee, zult u tegenwerpen, maar Amerika zegt niet te handelen uit naam van een of andere godsdienst. En katholieken die met hun klauwen aan kleine kinderen hebben gezeten, beweren niet dat misbruik volgens het katholicisme geoorloofd is. De IS claimt wel te handelen volgens de regels van de islam.

Ik zeg u: dat doet de gewone moslims veel pijn. Aanslagen zoals die in Parijs zouden voor eenheid moeten zorgen: moslims, christenen, joden, atheïsten zouden als een groep moeten strijden tegen het kwaad. Maar de verdeeldheid is groot. En dit is precies de reden waarom moslims/allochtonen zich afzijdig houden. Ze worden aangesproken op daden van een terroristische organisatie waarop ze geen invloed hebben. Dat gebeurt trouwens niet als de terreur van de IS zich tegen de moslims zelf richt. In dat geval spreken we ook niet van een aanslag op ons allemaal. Nee, dan gaat het om een aanslag op de shi’itische moslims bijvoorbeeld, of op een etnische minderheid.

Ik ben zelf niet gelovig en toch voel ik elke keer hoe de samenleving zich ook tegen mij keert. Word ik persoonlijk aangevallen? Nee, maar ik krijg toch het gevoel dat ik er even niet bijhoor. Kan ik dan met gerust hart meedoen aan een demonstratie tegen het extremisme waar ik ooit voor gevlucht ben? Nee, want de samenleving heeft mij al veroordeeld in plaats van mij de kans te geven om, net als mijn blanke buurman, mijn stem te laten horen tegen onze gezamenlijke vijand.

Met de vinger wijzen naar een bepaalde groep levert precies het tegenovergestelde resultaat dan wat we voor ogen hebben.

Hoe moet het dan wel? Laten we werken aan een klimaat waarin het voeren van debat mogelijk wordt zonder dat mensen in een hoekje worden gedreven. Zonder beledigingen over en weer. Zo’n klimaat bereiken we door af te rekenen met veroordelen en mensen het gevoel te geven dat ze er niet bij horen.

Samen moeten we de verdeeldheid in de samenleving aanpakken om te voorkomen dat de toenemende haat ons in de toekomst nog meer parten speelt. Want is het gevoel er niet bij te horen, niet een van de oorzaken waarom jongeren die hier geboren en getogen zijn, radicaliseren en zich tegen de maatschappij keren waar ze eigenlijk deel van moeten uitmaken?