‘Jong pianotalent beter coachen’

In het Muziekgebouw is het Young Pianists Festival is begonnen, met 45 jonge deelnemers.

Jan Wijn

‘We zouden idealiter wat ruimer in het vet moeten zitten.” Dat zegt Marcel Baudet, directeur van de Young Pianists Foundation (YPF) over de kwaliteit van jonge pianisten in Nederland. Op zijn YPF Piano Competition, voor pianotalent tot en met 25 jaar, spelen 45 deelnemers die in Nederland wonen of werken. Baudet: „Maar eigenlijk zouden dat er honderd moeten zijn.”

De voorrondes van de competitie, die voor de zesde keer wordt georganiseerd, begonnen op 6 november. Afgelopen weekeinde vonden de kwartfinales plaats, deze week zijn in het Muziekgebouw aan ’t IJ de halve finales en op 22 november is daar de grote finale. Voor de tweede keer wordt er een heel pianofestival omheen gebouwd, naar het model van de Cello Biënnale, met concerten, masterclasses, lezingen en ontbijten met Bach. De competitie vormt de rode draad van het festival. Met als hamvraag dit jaar: doen er te weinig pianisten mee? Moet de opleiding in Nederland beter gestructureerd worden om het talent maximaal te benutten? Of zijn 45 pianisten gezien de huidige arbeidsmarkt er al veel te veel?

Dat talent sterker ontwikkeld moet worden, is voor David Kuyken evident. Hij is conservatoriumdocent en voorzitter van de European Piano Teachers Association, waarbij in Nederland zo’n 800 pianodocenten zijn aangesloten. In de praktijk gaat het meestal zo, vat hij samen: jong pianistje blijkt op privéles talent te hebben en wordt door talentspotters van bijvoorbeeld het Prinses Christina Concours gescout, of door de docent doorgestuurd naar een opleiding voor jong talent op een van de conservatoria. „Maar echt ideaal”, zegt Kuyken, „zou het zijn om een gesubsidieerde structuur op te bouwen waarbij regionale centra in nauwe samenwerking met lokale docenten talenten coachen, om ze daarna naar één landelijk centrum te sturen. Vergelijk het met sportcentrum Papendal.”

Het talent zou in Nederland efficiënter gestimuleerd kunnen worden, dat vindt ook pianist Ralph van Raat. „Maar er heerst geen fijn cultuurklimaat. Ik heb aan het Conservatorium van Amsterdam vooral veel buitenlandse studenten. Nederlanders gaan sneller iets anders doen. Neem de pianisten die in hetzelfde jaar als ikzelf cum laude afstudeerden: één ging de wiskunde in, de ander is classicus aan een universiteit, de derde zit aan de muziekschool van Bussum. Dat zijn dus de toppers van mijn generatie.”