Hoe reageert de Franse politiek op de terreur?

Oorlogspresident François Hollande heeft gesproken. „Het terrorisme zal niet de Republiek vernietigen, het is de Republiek die het terrorisme vernietigt”, zei hij maandag in een gespierde toespraak voor het Franse Congres, de verzamelde vergadering van Assemblée en Senaat, in het paleis van Versailles. „Frankrijk is in oorlog.” Het land doet een beroep op al zijn bondgenoten, die in de Europese Unie voorop, om te helpen in de strijd tegen Islamitische Staat. Daarvoor zal Hollande zijn Amerikaanse en Russische ambtgenoten ontmoeten en een resolutie indienen bij de VN-Veiligheidsraad over „strijd tegen het terrorisme”.

Om het „jihadistisch terrorisme” te bestrijden is ook in Frankrijk zelf een ingrijpende koerswijziging nodig. De regering van premier Manuel Valls zal deze week een wetsvoorstel bij het parlement indienen om de vrijdag afgekondigde noodtoestand met drie maanden te verlengen. Die situatie geeft veiligheidsdiensten ruimere mogelijkheden bij huiszoekingen en vooral het opleggen van huisarrest.

Even verenigd

Voor later wil de president de grondwet op twee punten aanpassen om „binnen onze waarden en zonder in te boeten op de rechtsstaat” het terrorisme te kunnen bestrijden. Hollande beloofde verder vijfduizend extra agenten aan te trekken en te onderzoeken of hij paspoorten kan intrekken van in Frankrijk geboren terroristen die nog een nationaliteit hebben.

Maar ondanks luid applaus van links en rechts en een uit volle borst gezongen Marseillaise lijkt Hollande niet in zijn opzet geslaagd om de politiek voor meer dan even te verenigen. Vooral het plan voor grondwetshervorming viel bij de rechtse oppositie niet in goede aarde: de grondwet zou al toereikend zijn. Het Front National en de rechtervleugel van Sarkozy’s Republikeinen vonden dat Hollande het woord „islamisme” had moeten gebruiken, om nadruk te leggen op de rol van religie.

De vrees voor een nieuwe aanslag in Frankrijk blijft intussen groot. Valls heeft burgers opgedragen „voorzichtig en waakzaam” te blijven. Terroristen zouden „in de komende weken” opnieuw kunnen toeslaan. Of de zondag begonnen intensivering van de luchtaanvallen op het Syrische IS-bolwerk Raqqa effect hebben, is onduidelijk. Veel jihadisten zouden daar al zijn vertrokken.

‘We moeten onverbiddelijk zijn’

Voor het eerst in zijn presidentschap sprak François Hollande gisteren in Versailles het Congres toe, de verenigde vergadering van de Assemblée en de Senaat. Het was pas de tweede keer sinds het begin van de Vijfde Republiek in 1958 dat een president zich rechtstreeks tot het parlement richtte. Enkele opvallende citaten:

„Frankrijk is in oorlog. [...] We zijn in een oorlog tegen jihadistisch terrorisme dat de hele wereld bedreigt, niet alleen Frankrijk.”

„De terroristen geloven dat vrije volken onder de indruk zijn van terreur. [...] De Franse republiek heeft grotere beproevingen overwonnen en is er nog altijd.”

„Heel Frankrijk was vrijdag het doelwit van de terroristen. […] Het Frankrijk dat houdt van het leven, van cultuur, sport, feest.”

„We zijn niet betrokken bij een oorlog van beschavingen, want deze moordenaars vertegenwoordigen geen enkele beschaving.”

„Onze vijand in Syrië is Daesh [IS]. Het gaat er niet om deze organisatie in bedwang te houden, maar haar te vernietigen.”

„In de komende dagen zal ik de presidenten Obama en Poetin ontmoeten om onze krachten te bundelen.”

„Als Europa zijn buitengrenzen niet controleert, dan is dat de terugkeer naar nationale grenzen [...]. Dat zal de deconstructie van de Europese Unie zijn.”

„We zijn in oorlog, maar deze oorlog, van een ander type, vraagt om een grondwettelijk regime dat toestaat een crisissituatie te beheersen.”

„We moeten onverbiddelijk zijn. [...] Het waren vrijdag Fransen die andere Fransen vermoordden.”

„We moeten de nationaliteit kunnen intrekken van een individu dat veroordeeld is voor aantasting van het staatsbelang of voor terroristische daden, zelfs als hij in Frankrijk geboren is, maar ook een andere nationaliteit heeft.”